gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

De Mahican

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

mahican

Van origine was het thuisland van de Mahican de vallei van de Hudson rivier en besloeg het een gebied, dat liep vanaf het Catsillgebergte in het noorden naar de zuidelijke punt van het Champlain meer. In het westen werd het gebied ingesloten door de Shoharie rivier en naar het oosten liep het gebied tot aan de top van het Berkshire gebergte in west Massachusetts en van noordwest Connecticut naar het noorden tot aan het groene gebergte in zuid Vermont. Omdat het alle Algonkintalige stammen tussen de rivier de Connecticut en de rivier de Hudson betrof, schatten sommigen het totale aantal Mahican rond 1600 op zo’n 35.000.Wanneer je je echter beperkt tot de kernstammen van de Mahican- confederatie bij Albany, New York, waren het er ongeveer 8.000. rond 1672 waren er nog maar rond de 1.000 van hen over. Tijdens het dieptepunt in 1796, leefde er nog maar 300 Stockbridge Indianen(last of the Mohicans) samen met de Oneida en Brotherton in up-state New York. Hoewel als je de Mahican die bij de Wyandot en Deleware in Ohio leefden meetelt waren het er zo’n 600. Bij een volkstelling in 1910 waren er ongeveer 600 Stockbridge en Brotherton in Wisconsin. Drie jaar nadat de Indian Reorganization Act passeerde in 1934 werden de Stockbridge federaal erkent. Op dit moment leven er nog ongeveer 1600, stamleden, op of bij hun reservaat ten westen van Green Bay. Er leven ook nog 1700 Brotherton indianen(zonder federale erkenning) aan de oostzijde van Lake Winnebago.

Namen:

Zowel de naam Mahican als Mohecan zijn correct, echter de Mohegan zijn een totaal andere stam die verwant zijn aan de Pequot.In hun eigen taal, noemen de Mahican zichzelf de “ Muhhekunneuw” ofwel “ de mensen van de grote rivier” . Waarschijnlijk was deze naam voor de Hollanders niet uit te spreken, dus maakte ze er Manhigan van, het Mahican woord voor wolf en de naam van een van de belangrijkste clans.Andere variaties waren: Maeykan, Mahigan, Mahikander, Mahinganak, Maikan, en Mawhickon. Een aantal jaren later veranderde de Engelsen dit in het meer gangbare Mahican of Mohican . De franse naam voor de Mahican was Loup( Frans voor wolf) en had eenzelfde herkomst. Maar de Fransen gebruikte deze naam voor alle Algonkintalige ten zuiden van de St. Lawrence (Mahican, Deleware, en Abanaki). Andere namen waren Akochakaneh (Iroquois), Canoe indians, Hikanagi(Shawnee), Monekunnuk, Mourigan (Frans), Nhikana (Shawnee), Orunges, River Indians, Stockbridge, Tonotaenrat, en Uragees.Door de Mahican werd het alginkin N dialect gesproken, maar de taal had veel meer kenmerken van het L dialect van de Munsee en de Unami Deleware , dan van het N dialect dat in Oost Massachusetts werd gesproken door de Wampanoag, Massachusetts en Nauset.De stam bestond uit verschillende divisies: de Mahican, Mechkentowoon, Wawyachtonok en Wiekagjoc.

Geschiedenis:

Toen James Fenimore Cooper het boek de “Laatste der Mohicanen” schreef in 1826, maakte hij de Mahicans beroemd. Helaas zorgde hij er ook voor dat de mensen denken dat de Mahican zijn uitgestorven en hij verwarde hun naam en geschiedenis ook met die van de Mohegan uit oost Connecticut. Helaas is dit verwarrende feit blijven bestaan en realiseren veel Amerikanen zich niet dat de Mahican nog echt leven en bestaan onder de naam:de Stockbridge Indianen! Met een vergelijkbare naam en taal, zijn de Mahican(mohican) en de Mohegan misschien wel afkomstig van dezelfde voorouders voordat de eerste Europeanen kwamen, maar de Mohegan migreerde naar het Oosten en maakte toen nog deel uit van de Pequot die zich rond 1500 in oost Connecticut Vestigden , terwijl de Mahican in de Hudson vallei bleven. Daarna volgden de beide stammen dan ook ieder hun eigen pad.De Mahican -cultuur was eigenlijk gelijk aan die van de andere Bosland Algonkin, maar ze waren gevormd door hun constante strijd met de buurstammen de Iroquois. Politiek gezien bestonden de Mahican uit een federatie van 5 stammen en hadden ze zo’n 40 dorpen. Net als bij veel andere Algonkin stammen was er geen sterke centrale autoriteit. De dorpen van de Mahican werden geleid door een sachem die benoemd werd op basis van erfopvolging en die geadviseerd werd door een raad van clanleiders. Er waren drie clans bij de Mahican: Wolf, Beer en Schildpad. Toch vereiste het voeren van oorlog een hogere graad van organisatie en daarom ontmoetten de Sachems van de verschillende dorpen elkaar regelmatig in hun hoofdstad Shodac om aldaar te beslissen over belangrijke zaken die de gehele confederatie aangingen. Ten tijden van oorlog werd de verantwoording van deze raad overgedragen aan een oorlogs Chief die tijdens de strijd bijna dictatoriaal regeerde.De dorpen van de Mahican waren meestal groot en bestonden meestal uit tussen de 20 en 30 longhouses. Meestal lagen de dorpen in de heuvels en waren ze versterkt met palissaden. De grote maïsvelden lagen in de buurt. De landbouw was de voornaamste voedselbron voor hen, maar regelmatig werd dit dieet aangevuld met vlees afkomstig van de jacht, vis en wilde groenten en fruit. Om veiligheidsredenen bleven de Mahican in tegenstelling tot de andere Algonkin bij elkaar en doken ze in de winter onder in hun forten. De Mahican waren in het bezit van koper als gevolg van de handel met de stammen van de grote meren en meestal werd dit koper gebruikt om sieraden mee te maken en soms ook om er pijlpunten mee te maken. Toen de Mahican eenmaal met de Hollanders begonnen te handelen namen zij al snel afscheid van hun traditionele wapens en leerden ze omgaan met de vuurwapens die de Hollanders hen verkochten. In tegenstelling tot het stereotype beeld waren de Mahican zeer goede scherpschutters.

De moeder van de beroemde Miami -Chief Little Turtle was een Mahican.

 

In de 16de eeuw, was het voor de kapiteins van de schepen gebruikelijk de golfstroom naar het noorden te nemen op weg terug naar Europa. Deze golfstroom liep precies langs de oostkust van Amerika. Het was een gewoonte om aan die oostkust even aan land te gaan om daar de vracht aan te vullen met een aantal Indiaanse slaven. Om die reden stonden de kuststammen dan ook vijandig tegenover de blanke mannen met hun grote schepen. De Mahican echter leefde ver landinwaarts en deelden die negatieve ervaringen niet.De door de Hollandse Oost-Indische compagnie in dienst genomen Henry Hudson zeilde door de Verrazano straat en ging de Hudson rivier op in september 1609. Hij was op zoek naar de westelijke doorgang naar China (een fabeltje). Daar ontmoette hij de Wappinger, die hem om eerder genoemde redenen vijandig bejegenden. Hudson besloot verder stroomopwaarts te varen en stopte toen in ondiep water vlakbij de dorpen van de Mahican die ten zuiden van Albany lagen. De Mahican waren niet alleen vriendelijk tegen hem, maar ze gaven ook aan graag met hem te willen handelen. Hudson verruilde al zijn ruilgoederen en keerde naar holland terug met een grote lading waardevolle bont. Dit lokte meteen een groot aantal Hollandse handelaren naar het gebied. De eerste handelaren arriveerden op de Hudson rivier het jaar daarna om te gaan handelen met de Mahican. Echter later zou pas blijken dat deze handel de Mahican niet alleen welvaart en macht zou brengen, want ook brachten de Europeanen epidemieën en ellende mee. De molen was echter in gang gezet en zou niet meer te stoppen zijn. Tegelijk met deze eerste handelshandelingen van de Hollanders begonnen in het noorden ook de Europese vissers te handelen met de Micmac en Montagnais, in de zeeën van Canada. In ruil voor het bont wat de vissers ontvingen kregen de Indianen echter metalen wapens en andere voorwerpen. De stammen zagen al snel in, hoe groot het voordeel van de handel met deze blanken was en om hun handelsbelangen te beschermen en om nieuwe jachtgronden te verkrijgen verdreven de stammen de Iroquois uit het gebied van de benedenstroom van de St Lawrence rond 1542. De fransen bouwden hun eerste handelspost bij de Micmac rond 1604, maar de kwaliteit bont die uit het gebied van de St. Lawrence verder naar het noorden kwam bleek beter te zijn en dus besloten de Fransen de Micmac te verlaten en bouwde ze een nieuwe post bij Tadoussac en toen verder stroomopwaarts bij Quebec in 1608.Ondertussen hadden de Iroquois zichzelf georganiseerd in de Iroquois League, een alliantie van 5 stammen ( Mohawk, Oneida, Cayuga,Onondaga en Seneca) en waren dus weer onverslaanbaar. Na een oorlog van 50 jaar, die blijkbaar in 1560 begonnen was, slaagde de Iroquois erin een onbekende vijand, die zij de Adirondack noemde, te verjagen uit de gelijknamige bergen in New York en waren ze bezig met terugveroveren van de St Lawrence vallei op de Algonkin, Montagnais en Maliseet.Deze oorlog woedde nog volop in 1608 en in het gebied van de St. Lawrence rivier, ten weste van Quebec, was het oorlogsgebied, wat er voor zorgde dat de Fransen hun handel niet konden uitbreiden naar het westen. Het gevaar van de Mohawk warpartys, zorgde ervoor dat de Algonkin en hun bondgenoten de Huron, gedwongen waren hun bont naar Quebec te brengen. Om hun loyaliteit te winnen besloten de Fransen deze stammen te helpen tegen de Iroquois. In july 1609, maar twee maanden voor Henry Hudson de rivier op voer, vergezelde Samuel de Champlain en 6 andere Fransen een gecombineerde oorlogsmacht van Algonkin, Montagnais en Huron naar het zuiden van New York. Daar stuitten zij op een groep Mohawk die op oorlog uit waren. De Fransen schoten met hun vuurwapens een aantal Mohawk-chiefs dood en braken zo de Mohawk formatie. Voor het eerst geconfronteerd met dit nieuwe wapen sloegen de Mohawk op de vlucht. Het jaar erna hielpen de Fransen hun bondgenoten met het vernietigen van een Mohawk fort aan de rivier de Richelieu en daarna gebruikte de Algonkin de stalen wapens die ze van de Fransen hadden gekregen om de Iroquois uit het gebied van de bovenstroom van de St. Lawrence te verjagen.Als deze ongelijke strijd nog maar lang genoeg was doorgegaan dan waren de Iroquois waarschijnlijk uiteindelijk uitgeroeid, maar ze werden gered door het feit dat de Hollanders handel gingen drijven op de rivier de Hudson in 1610. Het enige obstakel voor de Mohawk om met de Hollanders te handelen was echter dat ze dan door Mahican gebied moesten. De verhouding tussen de beide stammen was echter al vele jaren slecht en in alle waarschijnlijkheid maakte de Mahican deel uit van de Adirondack. Een verdere bron van onenigheid was dat de Mahican betere contacten hadden met de stammen op Long Island die Wampum produceerden, zodat ze de controle hadden over de Wampum handel met de Iroquois. In ieder geval waren de Mahican er niet happig op om de Mohawk toestemming te geven om over hun land te reizen en moesten de Mohawk daarin tegen snel in contact met de Hollanders en hun vuurwapens komen om de oorlog met hun noordelijke vijanden te overleven.In de eerste instantie kwamen de Hollanders alleen in de zomer en laadden ze hun schepen vol met bont en keerde terug naar Europa.Tegen het jaar 1613 was de bonthandel op de Hudson echter zo lucratief voor hen geworden dat ze de handel beter moesten gaan organiseren. Door 13 Hollandse handelaren werd de Verenigde Hollandse Compagnie opgericht, zij kregen van de Hollandse regering toestemming om 4 jaar lang te handelen op de Hudson. De Hollanders besloten een permanente handelspost te bouwen, maar eerst moesten ze zien dat er een vrede tussen de Mahican en de Mohawk gesloten werd, deze waren in een oorlog geraakt. Toen ze dat eenmaal voor elkaar hadden, bouwden de Hollanders fort Nassau op Casle Island iets ten zuiden van het huidige Albany(1614).Aangezien het fort precies tegenover een Mahican dorp lag was het voor de Mohawk lastig om met de Hollanders te handelen. Maar ook voor de Hollanders was het niet de ideale plaats. Bij het uitbreken van de volgende Mahican- Mohawk oorlog en geteisterd door overstromingen verlieten de Hollander Fort Nassau in 1617. De Hollandse handelaren waren geneigd partij voor de Mahican te trekken tijdens deze conflicten maar daar stond tegenover dat de Hollanders de Mohawk ook van wapens voorzagen in verband met hun strijd tegen de Munsee en Susquehannock in 1615. Als gevolg hiervan hadden de Hollanders in ieder geval genoeg invloed op beide stammen om opnieuw te bemiddelen in een vredesverdrag dat werd gesloten in 1618. Hierna bouwden de Hollanders een nieuw Fort Nassau op hoger gelegen grond vlak bij de oude locatie. De voorwaarden van het vredesverdrag dat de Mahican en de Mohawk nu hadden gesloten waren dat de Mohawk onbeperkt toegang tot de Hollanders hadden, maar in ruil hiervoor en omdat ze dan over het land van de Mahican moesten reizen moesten zij deze wel tol betalen. Dit was voor de Mohawk moeilijk te verkroppen, maar de vrede hield toch 6 jaar stand.In het jaar 1621 ging de Verenigde Hollands Compagnie op in het nieuw gevormde Dutch-West India compagnie, een commerciële enterprise wiens voorrecht het was als enige te mogen handelen, besturen en vestigen in New Netherland. Het koloniseren van het gebied was voor de Hollanders nooit echt van belang geweest, maar toen er in 1620 door de Engelsen een nederzetting werd gesticht bij Plymouth, Massachusetts, begonnen de Hollanders toch burgers te stimuleren om te immigreren. In 1624 arriveerden er 30 families onder de leiding van Willem Verhulst in het gebied. De meeste van hen vestigde zich in de buurt van fort Nassau op een plaats dat ze Maeykans noemde: “ thuis van de Mahican”, en ze begonnen onmiddellijk met de bouw van een nieuwe handelspost: Fort Oranje, aan de westzijde van de Hudson bij het huidige Albany.Nu de Mohawk niet meer genoodzaakt waren de Hudson over te steken werd het wat eenvoudiger voor hen met de Hollanders te handelen, maar zowel de Mahican als hun concurrenten de Iroquois( Mohawk) hadden de “beverbronnen” in hun gebied uitgeput in de 14 jaar handel. Toen als gevolg hiervan de hoeveelheid bont, dat de Hollanders bereikten, afnam, vroegen ze de Mahican om te bemiddelen bij een handelsovereenkomst met de Algonkin en Montagnais (franse bongenoten en handelspartners) in de St. Lawrence vallei.De Mohawk waren bereid geweest 6 jaar lang tol te aan de Mahican te betalen, maar ze weigerde toe te staan dat hun vijanden uit het noorden met de Hollanders gingen handelen, dus vielen ze de Mahican in 1624 aan. Om hun handel te beschermen probeerden de Hollanders opnieuw te bemiddelen maar dit bleek een oorlog die niet te stoppen was. De onenigheid tussen de Mohawk en de Mahican duurde uiteindelijk 4 jaar en deze periode was een kritiek moment in de geschiedenis van Amerika.Omdat de Hollanders vlak bij hun dorpen woonden en ook vaak met de Mahican vrouwen trouwden waren ze pro-Mahican en in 1626 vergezelde Krieckbeck, de commandant van fort Oranje en 6 andere Hollanders een Mahican warparty tegen de Mohawk. Doordat ze in een hinderlaag liepen werden Krieckbeck en 3 andere Hollanders gedood, en de Mohawk krijgers vierden hun overwinning erna door een van de Hollanders te koken en op te eten. In plaats van wraak te nemen, gaf de toenmalige gouverneur Pieter Minuit het bevel aan de andere Hollanders neutraal te blijven en evacueerde hij de families bij fort Oranje naar fort Amsterdam op het eiland Manhattan. Rond 1628 waren de Mahican verslagen en verlieten ze hun dorpen ten westen van de Hudson. Toen de Mohawk- Mahican oorlog was afgelopen accepteerden de Hollanders simpelweg dat de Mahican waren verslagen en werden de Mohawk hun belangrijkste handelspartner. Dankzij de vrede waren de Mahican en Mohawk nu gedwongen bondgenoten en moesten de Mahican, de Iroquois een forse hoeveelheid wampum betalen als “onkostenvergoeding”. De Hollanders hadden in 1623 al ontdekt wat de betekenis van Wampum was voor de Indianen. Dit als gevolg van hun handel met de Pequot langs de rivier de Connecticut. Kort na deze ontdekking begonnen de Hollanders de wampum te gebruiken als ruilmiddel in de bonthandel en nam de waarde van de wampum fors toe. Met behulp van de wampum, die de Mohawk van de Mahican ontvingen, konden de Mohawk veel artikelen van de Hollanders kopen de ze graag wilde helpen, maar om de baas in de bonthandel te blijven moesten de Mohawk op zoek gaan naar nieuwe jachtgebieden. Om deze reden bleven de Mohawk dan ook na hun vrede met de Mahican in 1628, vechten tegen de bondgenoten van de Mahican in New Engeland: de Pennecock, Pocumtoc en Western Abanaki. Tegelijkertijd ondernamen ze nieuwe pogingen om het gebied van de bovenstroom van de St. Lawrence te veroveren, dat ze in 1610 aan de Algonkin en Montagnais hadden moeten laten.Vreemd genoeg echter was het een Europese oorlog, tussen Frankrijk en Engeland, die ervoor zorgde dat ze dit konden doen. In 1629 veroverde een Britse floot Quebec, en tijdens de drie jaar daarna, tot Quebec bij verdrag werd teruggeven aan Frankrijk, kwam de levering van Franse ruilgoederen (wapens) aan de Algonkin en Montagnais, geheel tot een stop. De Iroquois grepen hun kans en ze vielen hun vijanden aan terwijl ze in die moeilijke positie zaten. In 1629 vernietigde een Mohawk warparty een Algonkin-Montagnais dorp bij Trois Rivieres en tegen de tijd dat de Fransen Canada weer in hun bezit hadden waren de Algonkin en Montagnais helemaal verdreven uit het gebied van de bovenstroom van de St. Lawrence. Ook stonden de Mohawk op het punt om de handelsroute door de Ottawa vallei naar de grote meren af te sluiten. Om hun voormalige militaire voordeel te herstellen besloten de Fransen hun Indiaanse bondgenoten te voorzien van wapens voor de “jacht”, waardoor er een wapenwedloop ontstond. De Hollanders deden een tegenzet ten opzichte van hun concurrenten de Fransen, door de Iroquois van wapens te voorzien. Het gevolg van dit alles was dat er in het gebied een oorlog uitbrak die bekent is geworden als de “Beaverwars” en die 70 jaar duurden(1629-1701).De pogingen van de Hollanders om meer kolonisten naar Amerika te halen wilde nog niet echt lukken, daarom besloten ze rijke investeerders grote stukken land te beloven in ruil voor het naar Amerika halen van kolonisten. Het effect hiervan was echter ook minimaal omdat de Hollanders geen toekomst in het gebied zagen en alleen de investeerders er beter van leken te worden. Tegen het jaar 1635 hadden de Hollanders weer 4 van de 5 beloften op land ingetrokken,met uitzondering van Rensselarwyck in het thuisland van de Mahicans, wat zich uitstrekte aan beide zijde van de Hudson vlak bij het oude fort Nassau. Aangezien de Hollandse wetten de kolonisten niet toestonden zomaar land van de indianen te nemen, moest het gebied van de indianen worden gekocht. Dhr van Rensselaer stuurde Sebastiaan Jansen Crol op weg naar Fort Oranje in 1630 om de verkoop van het land met de Mahicans te regelen. Hij had een goede timing. De Mahican waren erg meegaand omdat zij nog steeds het gebied claimde, maar er na hun oorlog met de Mohawk geen dorpen meer hadden. Naast het feit dat het de Mahican meer handel zou opleveren, waren zij schijnbaar ook blij met de komst van hun “bondgenoten” de Hollanders ondanks het feit dat ze nu bondgenoten met de Mohawk waren. Later zouden er nog meer aankopen volgen van Mahican land en Rensselaerwyck groeide uiteindelijk naar de grote van 1.000.000 hectare.Een van de effecten van de Oorlog tussen de Mohawk en de Mahican tussen 1624 en 1628 was dat de Hollanders een andere locatie voor hun nederzettingen moesten zoeken. In 1626 kocht Pieter Minuit Manhattan Island van de Metoac stam met dezelfde naam(Manhattan- Metoac). Op de zuidpunt van het eiland werd Fort Amsterdam gebouwd tegelijk met de stichting van de nederzetting New Amsterdam. Ook werden er boeren naar de plek gebracht om zorg te dragen voor het verbouwen van voedsel voor het garnizoen. In 1639 gaven de Hollanders het Monopoly voor de Bonthandel op waardoor de immigratie naar nieuw Nederland dramatisch toenam. Terwijl de nederzettingen zich over de Hudson vallei verspreidden, werden de gebieden van de indianen meestal ingepikt door intimidatie en fraude. Ondanks dat de Hollanders altijd vriendelijk waren omgegaan met de Mahican, waren ze in conflict met de Wappinger, Unami, Deleware, en Metoac. De vijandelijkheid nam steeds verder toe en als gevolg daarvan waren de Hollanders terughoudend met verkopen van wapens aan de stammen in de buurt van hun nederzettingen.Helaas echter was het zo dat de Indianen wel ergens anders hun wapens vandaan konden halen. De Fransen en de Hollanders hadden wel altijd wapens aan de stammen verkocht, maar ze waren voorzichtig met het verkopen van kruit en munitie zodat de wapens niet tegen hen konden worden gebruikt. Toen de Zweden echter arriveerden en zich vestigden aan de benedenloop van de Deleware rivier in 1638, wilde zij hun late start in de bonthandel compenseren door onbeperkt wapens aan de Susquehannock te verkopen. Deze werden dan ook al snel een bedreiging voor hun buurstammen. Toen de andere laatkomers, de Engelse handelaren, probeerden door de verkoop van wapens aan de Mohawk, hen bij de Hollanders weg te lokken in 1640, reageerden de Hollanders hierop door de Iroquois en Mahican onbeperkt wapens en munitie te verkopen. Terwijl de oorlog tussen de door de Hollanders bewapende Iroquois League en de Franse bondgenoten, de Huron en Algonkin, zich langs de St. Lawrence naar het Noorden verspreidde, hadden de Mohawk en de Mahican langs de Hudson gewoon vrede met elkaar. Het was wel zo dat beide stammen erg zwaar bewapend waren ten opzichte van de Wappinger en de andere stammen aan de benedenstroom van de rivier de Hudson.En de Hollanders konden niet voorkomen dat de stammen hun wapens tegen de buurstammen zouden gebruikten. De aanwezigheid van de Hollanders in de Hudson vallei had echter ook nog een andere ongewenst bijeffect. Met de komst van de nieuwe kolonisten, kwamen er ook nieuwe epidemieën en ook deze destabiliseerden de situatie in het gebied.

De pokken begonnen in Nieuw Engeland en verwoestte de Indiaanse bevolking in het jaar 1634. De mazelen, griep, Tyfus en een aantal andere ziekten sloegen ook toe. Om hun dominante positie te handhaven in de handel met de Hollanders moesten de Mohawk en Mahican nieuwe jachtgebieden hebben, maar ze hadden net als alle andere stammen flink geleden onder de epidemieën. Nu beide stammen aardig uitgedund waren, waren ze genoodzaakt om samen te gaan werken bij een eventuele oorlog. Als gevolg van de jarenlange strijd tussen elkaar hadden de krijgers van de Mohawk en Mahican groot respect voor elkaars vechtlust gekregen en rond 1642 vormden ze gezamenlijke warparty’s tegen de Sokoki en Montagnais. Ondanks hun militaire succesje en het feit dat ze daardoor meer land hadden, bleef het moeilijk om bevers te vinden, maar de Hollanders accepteerden ook wampum als betaling……

De oplossing voor de Mahican en Mohawk bestond voor hen dus uit het onderwerpen van de zwakkere stammen in het zuiden en Wampum als betaling van ze te eisen. Dus terwijl de Mohawk, de Munsee Deleware ten westen van de rivier onder druk zetten, gingen de Mahican achter de Wappinger aan die aan de Oost kant leefde.Tijdens de winter van 1642-43 arriveerden er 80 zwaar bewapende Mahican krijgers bij de Wecquaesgeek(Wappinger) dorpen bij het hedendaagse Yonkers om van hen een bijdrage te eisen. De Wecquaesgeek weigerde echter zomaar tot betaling over te gaan er ontstond een gevecht. Tijdens dit gevecht kwamen er 17 Wecquaesgeek om en werden veel van de vrouwen en kinderen gevangen genomen. De rest van de Wecquaesgeek sloeg op de vlucht naar het zuidelijk deel van Manhattan. Daar bleven ze twee weken en toen besloten de Wecquaesgeek de rivier over te steken en gingen ze naar de Hackensack en Tappan (Unami Deleware) dorpen bij Pavonia. De Hollanders zagen de gearriveerde Wecquaesgeek echter als onwelkome gasten vanwege de bijna oorlog en een pas geleden plaatsgevonden incident.In de tussentijd waren er ook problemen geweest tussen de Hollanders en de Raritan(pig War, 1640) en met de Hackensack( Whiskeywar 1642) en toen het Narraganssett Sachem Miontonimo vergezeld door 100 van zijn krijgers bij de Metoac op bezoek ging om daar krijgers te verzamelen voor een oorlog tegen de Mohegan in Connecticut, raakte gouverneur Kieft in Paniek.Samen met de andere Hollanders dacht Kieft dat er een algemene opstand ophanden was tegen hen en de Engelsen. Tegen het advies van zijn adviseurs in besloot Kieft dat de Wecquaesgeek uitgeroeid moesten worden om tot voorbeeld te dienen van de andere stammen. In de nacht van 25 februari, 1643 pleegden de Hollanders twee verrassing aanvallen op de slapende Wecquaesgeek dorpen bij Pavonia, zonder rekening te houden met het geslacht of de leeftijd van de Wecquaesgeek, vermoorde ze ten minste 110 van hen. Toen het nieuws van de massamoord bij de andere stammen langs de benedenloop bekend werd namen ze wraak door afgelegen Hollandse boerderijen aan te vallen. Uit angst vluchtten de rest van de Hollanders Fort Amsterdam in, en terwijl hij zich voorbereidde op een beleg , vergrootte Kieft de ellende door ook nog maïs van de Metoac te stelen. De Wappinger oorlog ofwel gouverneur Kieft’s oorlog (1642-1645) brak uit en verspreidde zich snel over het gebied, zodat op een bepaald moment er meer dan 20 stammen bij de oorlog betrokken waren: Tappan, Hackensack, Haverstraw, Navasink, Raritan, een aantal Munsee in New Jersey;in het noorden: Wecquaesgeek, Kitchawank, sintsink Nochpeem, Siwanoy, tanketike, en de Wappinger en de Canarsee, Manhattan, Rockaway Matinecock, Merrick, Secatoag en Massapequa op long Island. Met maar 250 man tot hun beschikking werden de Hollanders bijna overlopen. Enkel de Mahican en Mohawk bleven de Hollanders neutraal en Kieft maakte hier gebruik van door naar fort Oranje te reizen en een vriendschapsverdrag met ze te sluiten.Dit had het gewenste effect op de oorlog en zonder dat de Mahican en Mohawk zich met de oorlog bemoeiden, had het verdrag al zo’n impact dat vele stammen een afwachtende houding aannamen. Ze besloten neutraal te blijven totdat duidelijk was wie deze strijd ging winnen. Na deze actie van Kieft besloot hij de hulp van de Engelsen in te roepen en hij bood hen een bedrag van 25.000 gulden als zij bereid waren hem te helpen. De Engelsen gingen op het aanbod in en leverde 150 manschappen aan Kieft en samen gingen ze gruwelijk tekeer in het gebied en verpletterde ze in 1644-45 de Wappinger en hun bondgenoten. Tegen de tijd dat de zomer van 1645 aanbrak waren er minstens 26.00 indianen omgekomen en vroegen de Wappinger aan de Mahican voor hen te bemiddelen bij een vrede tussen hen en de Hollanders. In augustus van dat jaar werd er een verdrag getekend en werden de Mahican voor hun inspanningen beloond door de Wappinger aan hen ondergeschikt te maken. Ook moesten de Metoac uit het westen van Long Island de Mohican een regelmatige vergoeding in wampum betalen,.Aangezien de Mahican nog steeds een bijdrage aan de Mohawk moesten leveren, vond een deel van de wampum van de Metoac zijn weg naar de Iroquois en zo profiteerden ook zij mee van de Oorlog. Zonder ook maar een krijger te verliezen was het de Mahican gelukt een oorlog tussen de Wappinger en de Hollanders uit te lokken en kregen ze de controle over de Wampum handel in het beneden deel van de Hudson rivier. Hoewel een aantal Wappinger stammen de oorlog redelijk intact waren doorgekomen, vulde de Mahican hun rangen ook aan met de resten van andere Wappinger stammen. De Mahican zagen er echter wel vanaf zelf de wampum bij de Metoac te incasseren en gebruikte hiervoor hun onderdanen de Wappinger. Deze voerden deze taak met een groot enthousiasme uit en steeds wanneer de Metoac niet konden betalen, vielen de Wappinger de Metoac- dorpen aan. De Hollanders ergerde zich wel aan het feit dat de Wappinger zo tekeer gingen, maar deden geen pogingen dit te voorkomen. Als gevolg van het uitblijven van de Hollandse steun aan de Metoac, werden zij echter zo kwaad op de Hollanders, dat ze bereid waren alle Hollanders op het eiland te vermoorden. Toen de Engelsen hier echter lucht van kregen gaven zij dit door aan de Hollanders en zo werd een algemene opstand voorkomen. In 1656 sloot gouverneur Peter Stuyvesant een verdrag met de Metoac waarin stond dat de Hollanders een fort op het eiland zouden bouwen voor de handel en dat zij de Metoac zouden beschermen tegen de aanvallen van de Wappinger(Mahican). Ondanks deze overeenkomst ontstonden er 1659 opnieuw problemen met de Metoac.Ondertussen had een serie Iroquois overwinningen langs de St. Lawrence,de Franse bonthandel tot een gehele stop gebracht tegen het jaar 1645. Om toch verder te kunnen met hun bonthandel waren de Fransen gedwongen een vredesverdrag met de Mohawk te sluiten, waarin overeengekomen werd dat de Fransen in het vervolg neutraal zouden blijven bij de strijd tussen de Iroquois en de Algonkin stammen/ Huron. Tijdens de twee daaropvolgende jaren probeerden de Mohawk toestemming van de Huron te krijgen, om door hun gebied te trekken om in het noorden te kunnen gaan jagen. Maar de Huron weigerde dit echter stelselmatig en in 1647 besloten de Iroquois tot geweld over te gaan. De Hollanders voelden aan dat hun bondgenoot op het punt van de overwinning stond en ze besloten de Iroquois te voorzien van het nieuwste vuurwapen; het flintlock (400 st) en een onbeperkte hoeveelheid munitie op credit. In de lente van 1649 overliepen en vernietigde de Iroquois de gehele Huron confederatie en tijdens de twee jaar daarna ondergingen de Algonkin, Tionontati en de neutraals hetzelfde lot. Deze onverwachte veroveringen van de Iroquois alarmeerde iedereen, inclusief de Mahican die versterkt door de krijgers van de Wappinger in hun rangen, baalde dat ze nog steeds betalingen aan hun “ bondgenoten” de Mohawk moesten doen.Na de Iroquois overwinningen, besteden de Fransen het hele jaar 1650, om een alliantie van de Pocumtoc, Sokoni en Pennecock te organiseren tegen de Iroquois. Ook de Mahican accepteerden een uitnodiging om hen te vergezellen omdat ze vonden dat het tijd werd hun bondgenootschap met de Mohawk te beëindigen. In het begin kwam het echter niet tot een serieuze confrontatie omdat de Mohawk en Oneida te druk waren met hun oorlog tegen de Susquehannock en hun Munsee bongenoten in pennsylvenia. Bevoorraad door de Zweden aan de benedenstroom van de rivier de Deleware, hielden de Susquehannock en Munsee gemakkelijk stand tegen de gevaarlijke Mohawk, maar in 1655 veroverde de Hollanders de Zweedse koloniën en kwamen de Susquehannock en de Munsee zonder wapens te zitten. De Susquehannock waren nu genoodzaakt vrede met de Mohawk te sluiten, zodat de Mohawk zich eindelijk op het oosten konden richtten. Hoewel de Mahican vriendelijk tegen de Hollanders waren gebleven waren zij niet blij met de actie van de Hollanders en waarschijnlijk hebben de irritaties hiervoor wel bijgedragen aan het ontstaan van de Peachewar tussen de Wappinger en de Hollanders.Tot ongenoegen van de Hollanders bleven de Mahican en hun bondgenoten in de 3 jaren daarna afwisselen met de Oneida en Mohawk bij hun rooftochten door noord en west New Engeland op elkaar. Ook ontstond er als gevolg van de moord op een Priester in 1658, een oorlog langs de St. Lawrence tussen de Iroquois en de Fransen. Tegelijkertijd raakten de westerse Iroquois (Seneca, Cayuga en Onondaga) betrokken bij een nieuwe oorlog met de Susquehannock , Munsee- en op een gegeven moment de Unami- Deleware. Nu ze tegen zoveel vijanden moesten vechten wende de Iroquois zich tot de Hollanders voor steun. De Hollanders beloofden naast wapens en munitie, te zullen bemiddelen tussen de Mahican en de Mohawk om hun voortdurende strijd te beëindigen. Op nadrukkelijk verzoek van de Hollanders, beëindigde de Mahican het jaar daarna hun verbond met de Algonkin van Nieuw Engeland en sloten ze een aparte vrede met de Mohawk. Dit gaf de Hollanders weer een beetje lucht want er ontstonden juist op dat moment problemen met de Esopus; 4 Munsee stammen die leefden in de Esopus vallei bij het huidige Kingston, New York. De Esopus vonden, dat ze nooit waren betaald voor het land dat door de Nederlanders was ingepikt sinds 1652. Hun klachten werden genegeerd, maar iedereen wist dat het gebruikelijk was dat de Hollanders hun wetten probeerden te omzeilen en de Indianen te bedonderen als ze dachten dat ze ermee weg konden komen. Het verschil was echter dat de Esopus dit niet pikte en na een toenemend aantal incidenten (waar schijnbaar ook Mahican en Wappinger krijgers bij betrokken waren), werd er een Hollandse boer vermoord in 1657. Stuiversant arriveerde met zijn troepen.Toen bleek dat de onderhandelingen nergens op uit liepen, verliet hij het gebied nadat hij het bevel had gegeven tot de bouw van een fort en hij 50 soldaten had achtergelaten om het fort te bewonen. Het jaar hierna liepen de spanningen nog hoger op en nadat er een aantal Esopus waren vermoord die door een Hollandse boer waren ingehuurd om te helpen bij de oogst, namen de Esopus wraak en begon de eerste Esopus oorlog(59-60). Het Hollandse fort kwam 3 weken onder beleg te liggen voordat Stuyvesant arriveerde om de mannen te ontzetten. Hij was opgehouden door de vijandelijkheden van de Metoac.. De Esopus trokken zich terug in het Catskill gebergte en vandaar uit gingen ze door met hun rooftochten op de nederzettingen in de vallei.In december deden de Mohawk en Mahican een poging te bemiddelen tussen beide partijen, maar de vrede hield geen stand en dus gingen de Hollanders in het offensief Onder dreiging van een oorlog met de Mahican en de Mohawk besloten de Esopus alsnog maar akkoord te gaan met het vredesvoorstel in de zomer van 1660. Omdat er in het verdrag was afgesproken dat de Esopus bijna al hun land zouden afstaan, bleef het een zwak bestand, maar de Mohawk en de Mahican beloofde erop toe te zien dat de Esopus rustig bleven, met de belofte dat ze het anders zelf zouden afhandelen. Het bleef echter niet rustig want wederom raakten de Mohawk en de Mahican slaags met elkaar. Dit kwam omdat de Mohawk hadden ontdekt dat de Mahican opnieuw aan het bemiddelen waren tussen de Hollanders en de Algonkin, Montagnais en Sokoki om de handel op te starten. De Mohawk waarschuwde de Mahican, maar deze negeerde hen, zodat de Mohawk besloten aan te vallen.(1662). Na twee jaar van strijd, met onder andere gevechten op Wanton Island en bij Red Rock, hadden de Mahican het gebied van de Hudson bijna helemaal verlaten, inclusief hun oude hoofdstad Shodac vlakbij Albany. Na 1664 verplaatsten de Mahican hun hoofdstad naar Westenhuck aan de bovenstroom van de Housatonic rivier in west Massachusetts. De strijd tussen beide stammen zou uiteindelijk tot 1672 duren.Terwijl de Mahican en de Mohawk druk met elkaar waren, zagen de Esopus hun kans schoon en vielen ze de Hollandse nederzettingen aan in juni 1663. In reactie hierop brachten de Hollanders versterkingen naar het gebied die de Esopus opnieuw de bergen indreven waar men ze niet kon bereiken. Totaal wanhopig riepen de Hollanders de hulp van de Mohawk in, maar deze hadden een nieuwe methode van bemiddeling. Samen met de Seneca vielen ze de dorpen van de Esopus en de Munsee aan wat een vernietigend effect had. In mei van 1664 sloten de Esopus wederom vrede met de Hollanders, maar de oorlog van de Munsee met de Iroquois duurde nog tot 1676. Tegen die tijd waren de Munsee geworden tot een overwonnen volk, onderdanig aan de League. De Hollanders hadden echter maar weinig tijd om te genieten van de vrede met de Esopus want in september van 1664 arriveerde er een Engelse vloot die New Nederland veroverde. Stuyvesant gaf op 6 september Fort Amsterdam over en 4 dagen later gaven de bewoners van fort Oranje zich over. De dagen van de Hollanders waren geteld. De Hollanders slaagde er nog wel in eenmaal fort Amsterdam terug te veroveren, maar in het verdrag van Westminster van 1674 werd het fort weer aan de Engelsen teruggegeven.Voor de Mohawk veranderde er echter weinig na de machtsovername van de Engelsen. Deze lieten verstandig genoeg dezelfde Hollandse handelaren met de Mohawk handelen, maar de rol van de Mahican zou in het gebied onder de Engelsen nooit meer zo groot worden als onder de Hollanders. Onder druk van de Mohawk hadden de Mahican opnieuw een bondgenootschap gesloten met de Pocumtoc, Pennecock en Sokoki, maar ze hadden de verliezende partij gekozen. Terwijl de Engelsen toekeken op een niet echt neutrale manier, vergaarde de Mohawk de steun van de Oneida, Cayuga, en Onondaga en gezamenlijk dreven ze de Pocumtoc, Pennecock en Sokoki uit west Nieuw Engeland. Alleen de Mahican bleven zich tegen de Iroquois verzetten, maar tegen het jaar 1669 hadden ze zich al zover teruggetrokken als de Housatonic vallei in west Massachusetts en ondanks dat ze een aantal groepen Wappinger en Mattabesic hadden opgenomen, was hun bevolking geslonken tot 1000.De Engelsen begonnen zich ondertussen erg bezorgt te maken over de dreiging van de Fransen en ze waren ermee gediend als de strijd tussen de Mohawk en de Mahican zou stoppen. Gouverneur Lovelace ging op pad naar Albany om te bemiddelen en uiteindelijk besloten de overgebleven Mahican zich maar totaal aan de Mohawk over te geven in 1672. Na 1675 deden de Iroquois alle onderhandelingen met de Europeanen namens de Mahican en twee jaar later waren het de Mahican, die het eerste lid werden van de Iroquois “ Covenant Chain”. De Mahicans werden door de Iroquois geronseld voor rooftochten in Virginia in 1681. Ondanks dat de Mahicans nu als het ware onderdanen van de Iroquois waren, behielden ze wel een groot respect en hadden ze veel invloed binnen de Iroquois raad. Het was met name aan hen te danken dat een groep Shawnee vanuit South Carolina zich mochten voegen bij de Munsee Deleware in Noordoost Pennsylvenia. Maar voordat ze dit voor elkaar kregen, moesten de Mahican heel wat overtuigen, omdat de Iroquois de Shawnee nog steeds als vijanden zagen. Tijdens de winter van 1676, boden de Mahican ook onderdak aan de vluchtelingen van de King Phillips oorlog(1675-76) in hun dorp Shaghticoke. Tegen het jaar 1700 was het aantal vluchtelingen daar aangekomen gegroeid tot zo’n 1.000. Vlak na het einde van de King Phillips War begonnen de Europeanen nederzettingen te bouwen aan de bovenstroom van de Housatonic. De gebieden die de Mahican nog claimden in de Houston vallei verkochten ze aan van Rensselaer Manoi in 1680 en in de 7 jaar erna verkochten ze nog meer land. Andere gedeelten van het land aan de Hudson werden verkocht aan Robert Livingston in 1683 en 1685, gevolgd door het opgeven van hun claims in noordwest Connecticut. Het land dat tussen de verkochte gebieden in lag werd meestal door de blanken gewoon ingepikt.Ondanks dat de Mahican steeds meer Wappinger en Mattabesic bleven opnemen, verminderde een pokken epidemie het aantal Mahican dat overbleef tot onder de 800(10 % van hun oorspronkelijke aantal).Tijdens de King Williams war van 1689-96 tussen Frankrijk en Engeland werden de Mohawk uiteengedreven als gevolg van de aanvallen van de Fransen op hun thuisland. Geconfronteerd met een eventuele aanval van de Fransen vanuit Canada, rekruteerde de gouverneur van New York krijgers van de Mahican, Wappinger en Munsee om het tij te keren. Er wordt gezegd dat de Mohawk tijdens dit conflict meer dan de helft van hun krijgers verloren, maar van de Mahican en Wappinger die de Engelsen hielpen keerde 2/3 niet meer terug.Kort na het uitbreken van de Queen Anne’s war (1701-13), raakte het Mahican sachem Minichque, dodelijk gewond bij een aanval van 4 zwarten toen hij een bezoek aan Albany bracht. Bang dat als gevolg hiervan de Mahican zouden overlopen, deden de Engelsen er alles aan om het sachem zo te verzorgen dat hij het zou overleven. Hoewel normaal gesproken de Engelsen moeite hadden met het straffen van een blanke die een Indiaan hadden vermoord, vonden ze het geen probleem de schuldigen van dit misdrijf te straffen. De Mahican konden de moeite die de Engelsen deden wel waarderen en besloten trouw aan hen te blijven.In 1711 riepen de Mahican een bijeenkomst bijeen samen met de Schaghticoke ,de Iroquois en de Engelsen om een plan te maken om Quebec te veroveren. De onderneming eindigde echter in een ramp. De schepen die werden gebruikt om hen te vervoeren naar de Golf van St. lawrence raakten verdwaald in de mist voor de kust van Nova Scotia en na een botsing zonken er twee schepen met aan boord 840 man.Naarmate het gebied van de Mahican en het aantal Mahican kleiner werd, begonnen zij zich te verspreidden., en tegen 1740 waren de meeste verdwenen uit de Hudson vallei. Tijdens hun zoektocht naar bevers was er ook een groep naar het westen getrokken, naar de Ohio Vallei begin 1665. In 1680 kwamen de Fransen twee groepen Mahican tegen die samen leefden met de Miami aan de bovenstroom van de Kankakee rivier in noord Indiana. Zij waren er nog steeds toen de Fransen andere groepen Mahican weigerden zich te vestigen in de Ohio vallei vanuit Nieuw Engeland. Dit kwam omdat de Fransen op het punt stonden opnieuw in een oorlog met de Fox te geraken en de Mahican waren over het algemeen pro engels en zij zouden zich wel eens bij de Fox kunnen aansluiten. Tegen het jaar 1750 waren de Mahican helemaal verdwenen bij de Kankakee en waarschijnlijk zijn ze helemaal opgegaan in de Miami. Toen steeds meer Engelse kolonisten west massachussetts binnen trokken begonnen de Mahican met het verkopen van hun land aan de Houstonic. Konkapot, hun sachem, verkocht een groot stuk land in 1724 voor het bedrag van 640 pond. Bij het te betalen bedrag hoorde ook 3 vaten met cider en 3 kwart vaten rum, waarschijnlijk om de pijn van zijn beslissing te verzachten. Na de verkoop was het enige stuk land want de Mahican in Massachusetts nog bezaten, een strook land langs de rivier de Housatonic tussen Sheffield (Skatekook) en Stockbridge (Wnahkutook).Nadat de kolonisten waren gearriveerd, werd al snel het wild schaars en werd het alcoholmisbruik een groot probleem. Ondanks het feit dat de aantallen Indianen sterk waren afgenomen, kon het land hen niet voorzien van genoeg voedsel. Keepedo (later bekend als Mohican Abraham) verliet zijn gebied in Massachusetts in 1730 samen met zijn mensen, om zich te gaan vestigen bij de Unami en Munsee Deleware in de Wyoming Vallei in noord Pennsylvenia. Nadat Pennsylvenia de Deleware hadden opgelicht om hun uit het gebied te krijgen via de welbekende Walking Purchase Agreement in 1737, weigerde de Iroquois hen te helpen en ze beledigden hen zelfs door ze vrouwen te noemen tijdens een ontmoeting met de Gouverneur van pennsylvenia in Philadelphia. Tegen het jaar 1749 hadden de meeste van deze “vrouwen” Wyoming en de Susquehanna Vallei verlaten en waren ze naar Ohio gegaan zonder ook maar met de Iroquois te overleggen. De Mahican gingen met hen mee en een groep Mahican vestigde zich aan de boven stroom van de Sandusky rivier in noordwest Ohio vlakbij de Wyandot. In 1763, namen ze deel aan de Pontiac opstand en het jaar daarna werd hun dorp(Mahican John’s) door kolonel john bradstreet in de brand gestoken. Ondanks dat ze tot 1793 hun eigen identiteit behielden gingen ze daarna toch op in de Deleware.Met het vertrek van deze Mahican bleven er nog maar zo’n 400 Mahican in Wnahkutook aan de Houstonic, de laatste officiële hoofdstad van de Mahican. De meeste van hen bekeerde zich tot het christendom met behulp van de Missionarissen die hiermee begonnen in 1707. Het belangrijkste werk hierbij werd gedaan door sergeant John, die in1734 in West Massachusetts arriveerde. Het jaar erna bouwde hij een missiepost bij Stockbridge, de Mahican noemde de plaats Great meadow. Sergeants groeiende gemeenschap kreeg in 1736 gezelschap van andere bekeerde Mahican vanuit Schaghticoke en potick en later ook van Munsee, Wappinger en diverse andere stammen uit New Engeland. Hoewel het grootste deel van de indianen toch Mahican bleven, vertroebelde de stam wel en uiteindelijk werden de indianen de Stockbridge genoemd in plaats van Mahican. De meeste van deze Stockbridge verruilde hun Wigwams voor huizen, gingen naar de kerk op zondag en stuurde hun kinderen naar engelse scholen. Ze werden helemaal blank met de uitzondering van hun huidskleur. Dit was echter niet genoeg om ervoor te zorgen dat de blanken die bleven toestromen hun land niet zouden afpakken. Al het land wat overging van Mahican handen naar blanken handen moest goed worden gekeurd door het gerechtshof van Massachusetts, maar regelmatig trok men zich hiervan niets aan. Hoewel de New Yorkers en mensen uit New Engeland over het algemeen een hekel aan ze hadden, bleven de Moravians ook met de Mahican werken na 1740. In 1749 werd er een missiepost gesticht bij Shekomeko(pine plains New York), maar deze werd weer gesloten toen de Frans en Indiaanse oorlog begon, omdat de priesters van de missie zich uitspraken tegen het afnemen van indiaans land en ze beschuldigt werden van spionage voor de Fransen. De Moravians vonden in pennsylvenia grotere tolerantie en hun missieposten bij Gnadenhutten en freidenshutte boden onderdak aan de Deleware en de Mahican. Een van d e eerste bekeerden daar was de Mahican Sagem Keepedo die nadat hij gedoopt was Abraham genoemd werd. De rellen en lynchpartijen die gepaard gingen met de Pontiac opstand in 1763 dwongen de Moravians hun missieposten te sluiten en hun volgelingen vertrokken naar Ohio. De Moravians volgde hen naar het Westen van Ohio en in 1772 bouwden zij nieuwe missieposten met de zelfde namen. In maart van 1782 werden Mahican Abraham(nu een oude man) samen met 90 vreedzame Deleware christen afgeslacht door een Amerikaanse militia bij Gnadenhutten in Ohio.Ondertussen, waren de Mahican in Stockbridge van grote waarde geweest bij de bescherming van de Engelse nederzettingen. Zij trokken in Fort Dummer om zo de nederzettingen in West New Engeland te kunnen beschermen tegen de aanvallen van de Abanaki tijdens de Grey Lock war( 1724-27). Ook dienden ze als verkenners tijdens de King George war (1744-48), maar hun blanke buren werden wel steeds vijandiger. Inmiddels er aan gewend de andere wang toe te keren volgens hun nieuwe geloof, namen de Mahican geen wraak toen er zomaar een Mahican vermoord werd door twee blanken in 1753, zelfs niet toen de twee een zeer milde straf kregen. Bij het uitbreken van de Frans-indiaanse oorlog kwam er een oorlogsparty uit St Francois naar Schagticoke in Augustes, die hun mensen meenam naar Canada. Het gevolg hiervan was dat de Engelsen ineens begonnen te twijfelen over de Loyaliteit van de andere indiaanse bondgenoten. Dit verergerde zelfs toen sommige van de Schaghticoke terugkeerden en 5 kolonisten bij Stockbridge vermoordden. Ondanks dit alles voegde zich toch 45 Stockbridge krijgers bij de Rangers van Majoor Robert Rogers in 1756 en dankzij hen vermeden de Abenaki en Schagtocoke plunderaars de Engelse nederzettingen langs de Housatonic. In plaats van dankbaarheid ontvingen de Stockbridge echter alleen maar een gevoel van niet welkom zijn in New Engeland. Hoewel konkapot en een paar andere weigerde te vertrekken, verkochten veel van de Stockbridge hun land in 1756 en accepteerden ze een uitnodiging van de Oneida en vertrokken ze naar Upstate New York. Al snel werden zij gevolgd door de laatste groepen Munsee en Wappinger van de benedenstroom van de Hudson Vallei, die om dezelfde redenen gedwongen waren dat gebied te verlaten. Na de val van Quebec in 1759, was het voor iedereen duidelijk hoe de oorlog voor de fransen zou aflopen en een nieuwe golf Engelse kolonisten trok meteen west Massachusetts binnen. Om zijn schulden aan blanke handelaren te betalen was Konkapot gedwongen meer van zijn land te verkopen in 1763, en tegen het begin van de Amerikaanse revolutie in 1775 bezaten de Stockbridge nog maar 1200 hectare land in Massachusetts Met uitzondering van het land dat de Oneida aan ze gegeven hadden was dit het enige land dat ze nog bezaten na jaren van trouwe dienst aan zowel de Hollanders als de Engelsen.Terwijl de Amerikaanse burgeroorlog op het punt van uitbreken stond, stuurden de Wappinger en Mahican(nu een stam) een wampum riem rond naar de andere stammen met daarbij het advies neutraal te blijven. Echter na een ontmoeting met de patriotten in boston, april 1774, bedacht Kapitein Hendrick Aupamut zich en hij besloot zich aan te sluiten bij de rebellen, de Wappinger van Nimham volgde al snel. Daarmee waren de stockbridge indianen een van de weinige stammen die de Amerikanen steunde bij hun streven. De Stockbridge namen onder andere deel aan de bezetting van Boston en vochten bij Bunker hill in juni; Namen deel aan de gevechten bij White Plains in 1776; ze dienden als verkenners in het leger van Horatio Gates bij Saratoga en ze vochten als een compagnie tijdens de slag om Bennington in 1777;zij waren ook bij Barren Hill in 1778. Nimham werd gedood tijdens de slag om Kingsbrigde in Augustus van 1778. Als beloning voor hun diensten kregen de Stockbridge een stuk land toegewezen ion Vermont(later weer verkocht). Helaas echter moesten de Stockbridge wel een hoge prijs voor hun Patriottisme betalen……de oorlog koste hen bijna de helft van hun mannelijke populatie.Na de oorlog was er wederom weinig dankbaarheid van hun buren en zeker hoefde ze niet te verwachten dat ze geaccepteerd zouden worden. Nu ze het grootste deel van hun land kwijtwaren, verlieten de Stockbridge west Massachusetts om naar New York te gaan. De laatste groep vertrok in 1786. Tegen het jaar 1802 hadden zich bij de gemeenschap van de Stockbridge op het Oneida reservaat, honderden Brotherton indianen uit Connecticut, Long Island, en New Yersey aangesloten. Er bleven maar een paar geïsoleerde Mahican families langs de Hudson wonen. Ondertussen hadden de Stockbridge wederom een belangrijke bijdrage aan hun land geleverd. In 1793 boden zij zich aan om de ondankbare en gevaarlijke rol van onderhandelaars op zich te nemen namens Amerika bij de onderhandelingen met de Ohio- stammen die in oorlog waren met Amerika.Twee andere afgevaardigden op weg naar een ontmoeting met de Alliantie waren al vermoord een jaar eerder, maar de delegatie Stockbridge geleid door Hendrick Aupamut arriveerden veilig in augustus van 1793. Dit was mede te danken aan het feit dat de Stockbridge zoveel verwanten onder de vijandige Miami en Deleware hadden. Er werd met respect naar ze geluisterd in de raad, maar helaas eindige de onderhandelingen zonder resultaat en ging de oorlog door tot de uiteindelijke beslissing viel tijdens slag bij Fallen Timbers in 1794.Ondanks al hun getoonde patriottisme en het feit dat ze nu Christenen waren, bleven de landspeculanten en kolonisten land van hen afnemen en bleven ze eisen dat ze uit New York vertrokken. Terwijl hun grondgebied steeds kleiner werd, besloot 1/3 van de Stockbridge in te gaan op een uitnodiging van hun verwanten bij de Miami en Deleware en vertrokken ze naar White River in Indiana onder de leiding van John Metoxin in 1818. Helaas echter kwamen ze er bij hun aankomst achter dat de Deleware zojuist hun grondgebied in Indiana verkocht hadden en zij zich klaarmaakte voor een vertrek naar zuidwest Missouri. Sommige van de Stockbridge besloten verder trekken naar Wisconsin terwijl het grootste deel besloot om te blijven. Later werden zij vergezeld van een groep Munsee Deleware. Deze gemixte groep bleef in Indiana en voegde zich pas in 1834 bij de Grote groep . Ondertussen hadden de in New York overgebleven Stockbridge de rest van hun land verkocht in 1822 en stemde ze erin samen met de Oneida en Brotherton te vertrekken naar een nieuw reservaat in Noord Wisconsin dat zou worden gecreëerd op land van de Menominee en Winnebago. De Menominee veranderde echter opeens van mening over de hoeveelheid land dat ze wilde verkopen en duurde daarna even voordat er een nieuwe overeenkomst was.Nadat er in 1831 een nieuw verdrag was getekend, konden de stammen uit New York verhuiz4en. Deze verhuizing was in 1834 afgerond en de Oneida vestigde zich iets ten westen van Green Bay terwijl de Brotherton en Stockbridge zich aan de oostkust van Lake Winnebago vestigden.

 

Gedurende de jaren 1830, maakte de overheid nog plannen om hen naar reservaten in Oklahoma en kansas te sturen. Een groep vertrok er ook daadwerkelijk naar toe, maar na onderweg vele ontberingen te hebben moeten doorstaan, bleken ze zich niet aan het leven op de Plains te kunnen aanpassen en keerde ze terug naar Wisconsin. Tegen deze tijd hadden de Stockbridge ook voor henzelf besloten dat ze genoeg waren verhuisd. Toch ontstonden er nog grote problemen tussen de verschillende Stockbridge divisies toen de overheid hen het burgerschap beloofde indien zij hun gemeenschappelijke eigendomsrecht op het land opgaven. Uiteindelijk accepteerde het overgrote deel van de Stockbridge dit aanbod en zij tekenden een verdrag in 1856, terwijl de andere Stockbridge met een aantal Brotherton en Munsee Deleware vertrok naar een reservaat ten westen van Green Bay. Uiteindelijk eindigde het “stameigendom” van het land helemaal in 1887 met de invoering van de Dawes act en werd het land in verschillende stukken opgedeeld zodat ieder stamlid zijn eigen land had. Tijdens de 28 jaar die zaten tussen de uiteindelijke verdeling(1910) en het formeren van een nieuwe Stockbridge stammenraad in 1938 vanwege de Indian Reorganization act(1934) was veel van hun land verloren gegaan aan de belasting of verkocht aan de blanken. Ondanks dat er nog maar 16.000 hectare van het originele reservaat bestaat, leven de “ laatste der Mohicans” nog wel degelijk.