|
Sitting Bull, Tatanka-Iyotanka (1831-1890)
Een Hunkpapa Lakota Chief en medicijnman, onder wie de Lakota stammen zich verenigden om te overleven in hun strijd op de Noordelijke plains. Sitting Bull bleef zich verzetten tegen het Amerikaanse leger en verachtte de Amerikaanse beloften aan het einde.
Hij werd rond 1831 geboren aan de Grand rivier in het huidige Zuid- Dakota, op de plek die door de Lakota “many caches” word genoemd, vanwege de vele voedsel opslag kuilen die zij daar hadden gegraven. Sitting Bull kreeg de naam Tatanka Iyotanka, wat zoveel betekend als een Bizon stier de onbuigzaam op zijn kont zit. Deze naam zou hij zijn gehele leven eer aan doen.
Als jonge man werd Sitting Bull de leider van de “strong Heart” krijger society en later werd hij een eervol lid van “the Silent eaters” een groep krijgers belast met de welvaart van de stam. Toen hij 14 jaar was mocht hij voor het eerst mee met de krijgers toen zij op strooptocht gingen naar de Crow. Zijn eerste confrontatie met het Amerikaanse leger had hij in Juni 1863, toen dit leger een vergeldingscampagne voerde als gevolg van de Santee opstand in Minnesota, waar de mensen van Sitting Bull overigens niets mee te maken hadden. Het jaar daar op volgende vocht Sitting Bull opnieuw tegen het Amerikaanse leger bij de “Battle of Killdeer mountain” en in 1865 leide hij een aanval op het pas gestichte Fort Rice in het huidige noord Dakota. Zeer gerespecteerd vanwege zijn moed en zijn tactisch inzicht, werd Sitting Bull Chief van de Lakota Stam rond 1868.
De moed van Sitting Bull was legendarisch. Op een gegeven moment in 1872, tijdens een conflict waarbij soldaten de spoorwegwerkers aan de rivier de Yellowstone beschermden, trok Sitting Bull zich met 4 andere krijgers terug tussen beide linies in en rookte met hen rustig een pijp terwijl de kogels hem om de oren vlogen. Na het roken klopte hij op zijn gemak de pijp uit en liep weg.
De pleuris brak pas goed uit in 1874, toen George Custer na een expeditie in de Black Hills bevestigde dat er zich goud in de bergen bevond. Dit gebied was heilig voor vele stammen en werd tijdens het verdrag van fort Laramie van 1868, als verboden terrein verklaard voor kolonisatie. Ondanks dit verbod, begonnen goudzoekers de bergen in te trekken en provoceerde hiermee de Lakota die hun land verdedigden. Toen de pogingen van de regering, om het land van de Indianen te kopen, mislukten, werd het verdrag van Laramie terzijde geschoven en verklaarde men dat alle Lakota die zich 31 Januari 1876, niet in een reservaat hadden gevestigd, beschouwd werden als vijandelijk. Sitting Bull en zijn mensen weigerden te vertrekken. In maart van dit jaar werden er drie legers op de been gebracht om het gebied binnen te trekken. Sitting Bull riep de Lakota, Cheyenne en Arapaho op om naar zijn kamp bij Rosebud Creek te komen. Daar organiseerde hij een zonnedans ritueel, zij baden tot de grote geest Wakan Tanka en als offer sneed hij honderd maal in zijn armen. Tijdens het ritueel ontving hij een visioen waarin hij de soldaten het kamp binnen zag vallen als sprinkhanen die uit de lucht vielen. Geïnspireerd door dit visioen, trok de Oglala Lakota War Chief, Crazy Horse, er met 500 krijgers op uit en verraste het leger onder leiding van generaal Crook, waarbij Amerikanen gedwongen werden om zich terug te trekken tijdens de slag bij Rosebud . Om deze overwinning te vieren verplaatsten de Lakota hun kamp naar de vallei van de Little Bighorn rivier. Daar aangekomen sloten zich nog eens zo’n 3000 indianen bij hen aan die de reservaten hadden verlaten om zich bij Sitting Bull te voegen. Het was op deze plek dat zij op 25 juni aangevallen werden door de 7de cavalerie onder leiding van generaal Custer. Het veel kleinere leger viel in een opwelling het kampement aan, zoals Sitting Bull had voorspeld, om vervolgens stand et hadden op een richel alwaar zij geheel verslagen werden. In reactie op deze afgang van het Amerikaanse leger werd het gebied overspoeld met soldaten, die gewetenloos de achtervolging in zetten op de Lakota, die zich na hun overwinning hadden opgesplitst, met als gevolg dat Chief na Chief zich moest overgeven. Sitting Bull slaagde er echter in om uit de handen van de soldaten te blijven. In mei van het jaar 1877 leidde hij zijn band de grens van Canada over, buiten het bereik van het Amerikaanse leger. Het bleek echter erg moeilijk om zijn mensen te voeden in een land waar geen bizon meer te vinden was en 4 jaar later gaf ook Sitting Bull zich over. Op 9 juli 1881, liet hij zijn jongste zoon, zijn geweer aan de commandant van Fort Buford in Montana overhandigen, hij legde uit dat hij op deze manier zijn zoon wilde leren dat hij nu een vriend van de Amerikanen was. Op dat moment zij Sitting Bull echter ook:” Ik wil dat men mij herinnerd als de laatste van mijn stam die zijn geweer heeft overgegeven”. Hij vroeg de overheid om het recht om ten alle tijden naar Canada te kunnen reizen wanner hij dit wenste en om een reservaat voor zichzelf aan de Little Missouri rivier bij de Black Hills. In plaats hiervan werden hij en inmengen echter naar het reservaat bij Standing Rock gestuurd, maar toen hij daar aankwam raakte men in paniek uit angst voor een nieuwe opstand en werd Sitting Bull verder stroomafwaarts langs de Missouri rivier gestuurd om uiteindelijk bij Fort Randall, twee jaar lang als krijgsgevangenen behandelt te worden. Uiteindelijk, op 10 mei 1883, herenigde Sitting Bull zich met zijn stam in Standing Rock. James McLaughlin, de indiaanse agent die het reservaat bestuurde, wilde Sitting Bull echter geen privileges geven en dwong hem zelfs op de akkers te werken. Sitting Bull had echter nog steeds zijn autoriteit en toen er een delegatie van senatoren in het reservaat verscheen om te onderhandelen over kolonisatie van het reservaat wees hij hen krachtig en resoluut af.
In 1885 kreeg Sitting Bull toestemming om het reservaat te verlaten om met Buffalo Bill’s Wild West show op tour te gaan, waarmee hij $50 verdiende. Zijn taak was om in een arena als wilde Indiaan rond te rijden…..
Hij bleef maar enkele maanden bij de show omdat hij het niet aankon om in de Blanke maatschappij te leven, maar hij schudde nog wel de hand van President Grover Cleveland, waaruit hij opmaakte dat hij nog steeds als een grote Chief beschouwd werd. Kort na zijn terugkeer in het reservaat kreeg de Chief een nieuw visioen, vergelijkbaar met die waarin hij de ondergang van Custer voorspelde. Ditmaal zag hij een een leeuwerik oplichten op een heuveltje naast hem en hoorde het zeggen:” Je eigen mensen, Lakota, zullen je doden”. Bijna vijf jaar later zou ook dit visioen uitkomen.
In de herfst van 1890, kwam een Miniconjou Lakota, Kicking Bear genaamd, naar Sitting bull toe en vertelde hem van de Ghost Dance een ritueel dat er toe zou leidden dat de blanken zouden verdwijnen en de gebruiken van de Indianen in ere zouden worden hersteld. De Lakota in de Pine Ridge en Rosebud reservaten, hadden de dans al geadopteerd en de Indiaanse Agenten aldaar hadden het leger al ingeschakeld om de beweging onder controle te brengen. In het Standing Rock reservaat vreesde men dat Sitting Bull, nog steeds een spiritueel leider, de ceremonie ook zou adopteren en zij stuurde 43 Indiaanse Politieagenten naar hem toe om hem op te pakken. Voor zonsopkomst op 15 december 1890 stormden de politie de hut van Sitting Bull binnen en sleurde hem naar buiten, waar zijn volgelingen zich verzamelden om hem te beschermen. Tijdens het vuurgevecht dat volgde, schoot één van de Lakota politiemannen een kogel door het hoofd van Sitting Bull.
Sitting Bull werd bij Fort Yates in Noord Dakota begraven. In 1953 werden zijn overblijfselen naar Mobridge, Zuid Dakota gebracht, waar zijn graf door een Granieten steen wordt gemarkeerd. Onder de Lakota wordt hij herinnerd als een dapper krijger, een inspirerend leider, een liefhebbend vader, een begaafd zanger en als een man die altijd begaan was met de ander en wiens diep religieus geloof hem de gave gaf om profetieën te hebben…
|
|