DDit waren een continu aantal grensconflicten die begonnen met de betrokkenheid van de Cherokee bij de Amerikaanse revolutionaire Oorlog en duurde tot 1794. De eerder genoemde Chickamauga waren die Cherokee, eerst die van de Overhill dorpen en later van de Lowerhill dorpen, Vallei dorpen en Middle Dorpen, die de Oorlogschief “Dragging Canoe” naar het zuidwesten volgden.
Eerst naar het gebied van de Chickamauga(Chattanooga, Tennessee), toen naar de vijf Lower dorpen. Zij werden vergezeld door groepen Muskogee, Blanke Tories, weggelopen slaven en gevluchte Chickasaw en daarnaast door honderden Shawnee. Hun belangrijkste aanval plaatsen waren de kolonieen langs de Watauga, Holston en Nolichucky rivieren en in Cartes’s valley In Upper East Tennessee. Ook vielen zij de nederzettingen langs de Cumberland rivier aan, beginnende bij Fort Nashborough in 1780, zelf in Kentucky, plus de koloniën in de latere staten van Virginia, North Carolina, South Carolina en Georgia. Het bereik van de aanvallen van de Chickmauga en hun bondgenoten reikte van kleine snelle overvallen met een klein groepje krijgers tot aan grote compagnies van vier of vijfhonderd en eenmaal duizend krijgers. De Upper Moskogee onder leiding van Dragging’s Canou’s bondgenoot, Alexander McGillivray vergezelde regelmatig hun campagnes en trokken er ook alleen op uit en de nederzetting langs de Cumberland kwamen onder aanval te liggen van de Chickasaw, Shawnee uit het noorden en ook de Deleware. De aanvallen van Dragging canou en zijn latere opvolger John watts, waren meestal gezamenlijke ondernemingen in het Noordwesten. De kolonisten reageerden meestal door Cherokee stammen in vreedzame gebieden compleet weg te vagen, doch zonder grote aantalen gewonden aan beide zijden. De strijd duurde voort tot aan het verdrag van Tellico Blockhouse van November 1794.
|