|
|
|
Cultuur
Op de vierde dag van de geboorte van een kind werd er een belangrijke man (of soms een vrouw) bij het kind geroepen en kreeg het kind een naam. Meestal was dit een naam die de man in een visioen had gehoord. Er werd rook gemaakt en het kind werd vier maal in de rookwolk gehouden, symboliserende dat het kind groot en vruchtbaar mocht worden. De peetvader zei vervolgens:”Ik heb gevast op een bergtop en ik zag een visioen en hoorde zijn naam, welke ik nu aan dit kind zal geven, noem hem….”.
De ouders reageerden vervolgens:”Wanneer dit kind zijn voet stevig op de grond zet, geef ik je een paard”. onmiddellijk gaven ze een cadeau voor de naamgeving.
Dan sprak een krijger:”In een slag, waarin ik zoals jullie allen weten een coupe telde, nam ik een geweer van de vijand;die daad was ook goed; zoals deze goed zijn, moge dit kind sterk en dapper worden; moge het zijn voeten stevig op de grond planten”.ook hem werd een cadeau beloofd als het kind zou lopen.
Wanneer de volwassenheid was bereikt een eervolle daad verricht was werd hij voor een groep mensen geleid, door een man van de clan of zijn vader. Vervolgens kreeg hij de naam van een overleden clan man of hij mocht geschenken aan een nog levende clanlid geven om zijn naam te krijgen. De clanlid kon de geschenken weigeren en zijn naam behouden, maar als hij de geschenken accepteerden dan moest hij een nieuwe naam kiezen.
Meisjes verwisselden niet van naam, behalve wanneer ze niet krachtig opgroeiden en dan werden ze naar een nieuwe peetvader gebracht die haar nieuwe namen gaf.
De naam van een man kon meerdere malen veranderen. Door belachelijke daden van de vaders clan- familieleden werden regelmatig namen gebruikt, vanuit het geloof dat ze zo de vrolijkheid van de geesten zouden opwekken en er over hen gesproken werd, zodat de dragers van de naam belangrijk werden. Op deze manier was de Chief Red Bear genaamd, omdat zijn vaders broer, niet eens een grote krijger, altijd een rood geverfde berenhuid droeg. Toen er eens een jonge man terugkeerde van een succesvolle tocht, leidde de zwakke man met de rode berenmantel het paard van zijn neefje door het kamp en zong liederen voor de krijger. Terwijl hij door het kamp liep riep hij:” Dit is Red Bear. Hij heeft zijn naam van zijn oom gekregen. Zijn naam zal Red Bear zijn; zijn huis zal het thuis van de armen zijn; Steeds wanneer hij op jacht gaat, wat hij ook vangt- bizon, antilope of eland- dat zal het voedsel van alle armen zijn die naar zijn lodge komen”. Red Bear had dus zelf niets met de keuze van zijn naam te maken.
Wanneer een kind zich misdroeg door bijvoorbeeld door de lodge te rennen, per ongeluk een heilige plek te betreden of te spreken wanneer er bezoekers waren, sloeg de moeder de jongen niet, maar goot zij een kom met koud water over zijn hoofd. Hielp dit niet dan deed zij dit nogmaals. Wanneer een jonge net oud genoeg was om te lopen, ving de vader soms een jonge sneeuwvogel en zei het kind, in het bijzijn van zijn clangenoten, het beest te slaan. Wanneer de jongen de vogel een ferme tik gaf en de vogel stierf dan was dit een voorteken dat de jongen een groot krijger en jager zou worden en de vader gaf de clanleden geschenken zodat ze vol lof over zijn kind zouden spreken. Al op jonge leeftijd werd de jongen in een klein zadel gezet, niet vastgebonden. Dwaas als de jongen was zou hij het beest slaan zodat het zou gaan lopen, waardoor hij natuurlijk uit het zadel geworpen werd. Op zijn twaalfde jaar kon een jongen paard rijden als een volwassen man. In de zomer nam de vader hem mee naar diep water en zei, terwijl hij op een afstandje stond, dat de jongen moest zwemmen. Natuurlijk probeerde de jongen de vader te bereiken door te zwemmen, maar meestal zonk het kind naar de bodem. Zo leerden de jongens al snel zeer goed te zwemmen en konden ze rivieren oversteken, heen en terug, zonder te rusten. Wanneer de jongen zo’n zeven jaren oud was, kreeg hij voor het eerst een boog in zijn handen en leerde hij hoe hij hem vast moest houden en hoe hij moest schieten( met stompe pijlen). Wanneer de jongen het onder de knie had, werd hij erop uit gestuurd om op kleine vogels te gaan jagen. Als de jongen konijnen kon schieten kreeg hij een scherpe punt op zijn pijl en werd hij meegenomen om te leren hoe je een bizon moest doden. De vader gaf de jongen een snel maar veilig paard en wanneer de jacht begon, leidde hij de jongen naar een kalf. Daar op moest de jongen schieten en als zijn eerste schot mislukte schoot hij pijl na pijl tot het hem lukte. Vervolgens werd het paard van de jongen aan een ander clanlid gegeven. Nadat de jongen een aantal kalven had geschoten zonder hulp, mocht de jonge jager zelfstandig op een volwassen bizon jagen. Op veertien of vijftien jarige leeftijd moest de jongen die heuvels intrekken, terwijl hij net geleerd had zich te beheersen, en moest op zoek gaan naar een visioen. Hij hoopte dat de geesten tot hem kwamen en hem kracht gaven omdat hij nu met de volwassenen mee de strijd in moest en op jacht moest. Wanneer de jongen vervolgens voor het eerst met een warparty meeging, vroeg de vader aan een familielid, om op hem te letten. Kwam de party succesvol terug dan verzamelden de clanleden van de vader zich voor de tent van de man en zongen over de daden van de jongen. Vervolgens gaf de vader de clanleden geschenken, tot hij niets meer had.
Jongens van twaalf tot vijftien organiseerden zich in society, net als de ouderen. Ze maakten een trommel en vier staven, versierd met de achterveren van een witte adelaar, die vervolgens gegeven werden aan de vier erkende leiders van de band. Hun vijanden waren de coyote en wolven en wanneer de band op pad was, gingen de jongens te paard de prairie op om de dieren te zoeken.. Als er een in slaagde de vijand aan te raken dan telde het als coup en tegen de avond, als de kampvuren brandden dan stormden ze het kamp binnen alsof ze een warparty waren.
Dat jonge jongens al met het oorlog virus besmet werden blijkt uit het volgende voorbeeld: Hunts to Die en Old Crow waren jongens van tien jaar. Een warparty onder leiding van Chief In The Water ging in het geheim op pad, op zoek naar Blackfeet, maar ze werden gezien door een aantal jongens. Een paar jongens besloten de Chief te volgen en tegen de nacht zich bekend te maken, zodat het te laat zou zijn om ze terug te sturen. Ze werden echter door de Chief ontdekt en de Chief probeerde hen uit alle macht te bewegen terug te gaan omdat ze niet voorbereid waren op een lange reis en het een korte krachtige aanval zou worden. De jongens bleven de krijgers echter volgen. De krijgers driegden nu de jongeren iets aan te doen en stuurde hen opnieuw terug. Deze wachtten echter tot de groep achter een heuvel was en de jongens pakten het spoor weer op. Wederom werden ze ontdekt en de krijgers losten enkele schoten over de hoofden van de jongens en achtervolgden hen om er zeker van te zijn dat ze nu echt terug gingen. Eén van de jongens pauzeerde net lang genoeg om een bosje sage te plukken, dat gebruikt wordt om aan de zon te offeren en, terwijl hij het omhoog hield, zong hij: “ Zon, hier zijn de lichamen van deze mannen, die je ziet; ik geef ze je!” . Iedere krijger in de party hoorde zijn hoge stem en allen waren woedend en hadden een slecht voorgevoel. De ontmoeting met de Blackfeet verliep slecht voor de Crow, de Chief en diverse krijgers stierven en toen de mannen in het kamp terug keerden, was hun eerste daad, het verjagen van de jongens wiens schuld de nederlaag was. De clanleden van Old Crow moesten vervolgens een hoge schadevergoeding betalen aan de familieleden van de gevallen krijgers.
Chief
Zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, was de strijd een van de belangrijkste aspecten in het leven van de Crow. Naast het feit dat ze zoveel vijanden hadden, was het voor hen eenvoudigweg belangrijk om hoog in aanzien te komen en een van de manieren om dat te bereiken was door je als een goede krijger te ontwikkelen.
Boven ieder divisie, stam, band of clan stond een leider. Een man werd pas Chief als hij minimaal vier erkende oorlogsdaden had verricht. De vier gebruikelijke oorlog daden waren: Counting Coup, het aanraken van de vijand met de hand of een voorwerp;het stelen van een vastgebonden paard in het kamp van de vijand;het afnemen van een wapen van de vijand en het succesvol lijden van een warparty. Een man die dit gepresteerd had werd een Bacheeitche genoemd, goede man of Chief.

Het proces om een Chief te worden begon natuurlijk al wanneer een jongen nog jong was, zoals eerder beschreven moest de jongen leren boogschieten, zwemmen, rennen en paardrijden. Wanneer de jongen dus in de pubertijd kwam mocht hij mee op oorlogspad. Eerst droegen ze de wapens van de oudere krijgers en letten zij op de paarden. Na een aantal van deze tochten mee te hebben gemaakt, mochten de jongens, Duxxia, worden, krijgers. Die mannen die zich als krijger bewezen hadden werden meestal als scout gevraagd. Scouts werden Chiichee genoemd en de leider van de scouts was een Chéetiisaahke of Old Man Wolf.
Een man die inmiddels had laten zien dat hij een goed krijger was kon er voor kiezen om een warparty te leidden en wanneer deze succesvol was, zou hij tot oorlogsleider verklaard worden. Een succesvolle expeditie was er een waarbij niemand gewond was geraakt of gedood. De Chiefs gaven deze leider dan de titel Iipchiiaké, eigenaar van de pijp.
Het volgende niveau van politieke status, was die van Chief. Een Chief was iemand die een beroep kon doen op minimaal vier erkende krijgsdaden. Er waren ook andere daden die Baleealaxchia genoemd werden, De leider van de oorlogsexpeditie benoemd deze daden. Bijvoorbeeld: de oorlogsleider Red Bear leidde de revanche op de Shoshone na de Massacre van red Lodge. Toen hij het kamp van de Shoshone zag, bepaalde hij dat de eerste die de lodge die het verst stroomafwaarts lag zou aanraken een krijgsdaad zou begaan.
Deze daden gelden echter niet wanneer men op weg was een Chief te worden.
Wanneer een man alle vier de krijgsdaden verricht heeft en daarnaast vele goede eigenschappen, zoals vrijgevigheid, een goed karakter, geestkracht, vooruitziend, wijsheid en afhankelijkheid, bezit, dan wilde de mensen zo’n man wel volgen. Publieke maakten zij dan bekend hoe zij over de man dachten. Ze zeiden dan dingen als:” op een dag volg ik “Sits in the Middle of the Land”” Volgens dit proces kozen de mensen hun leiders. Wanneer een persoon een goed leider was, dan leeft het kamp in voorspoed. De leden van het kamp zouden een goed leven, wat inhield dat er geen dreiging van vijanden was en genoeg voedsel.
De Chief van een band wordt Ashbacheeitche genoemd, Chief van het kamp. De beste van de Ashbacheeitche zou een Ashakée worden, eigenaar van de Lodges. De eigenaar van de Lodges was de belangrijkste Chief, de Chief over alle Chiefs. De laatste die deze titel droeg was “Sit In The Middle Of The Land”.
Een aantal mannen waren band Chiefs en dit waren onder andere:”Grey Blanket, Grey Bull, Homosexual Dog, Wolf Lays Down, Old Crow, Sacred Raven nu bekend als Medicine Crow, Long Horse, Two Belly, Pregnant Woman, dat zijn sommige” Kicked in the Belly Chiefs“, een aantal Mountain Crow Chiefs waren Red Bear, Runs Through Camp, Spotted Horse, Iron Bull, Bell Rock, Pretty Eagle, Leads His Own Dog, Sitting Elk, The Bull Who Doesn't Fall Down, en Black Lodge chiefs such as Iron Prong, Two Leggings, He That Had Many Names en Crooked Arm.
Krijger- sociëteiten
Het militaristische karakter van de Crow leidde tot de ontwikkeling van een zeer goed georganiseerd aantal krijger-sociëteiten.Deze krijger- sociëteiten waren georganiseerd rondom de mannen omdat het meestal de mannen waren die krijger waren. Een man sloot zich meestal aan bij de krijger-sociëteit van zijn vader. De oudste mannen in de krijger-sociëteiten waren de leiders. Zij besloten wanneer er bijeenkomsten waren en organiseerden deze.Dit betekende ook, dat zelfs The Owner of the Camp, de ouderen van de Sociëteit gehoorzaamde waartoe hij behoorde. Ten tijden van vrede was de taak van de krijger-sociëteiten om als Akissatdee te functioneren. Dit hield in dat ze de grenzen van het kamp bewaakten en de functie als politie hadden in het kamp. Op deze manier was de veiligheid van het dorp gegarandeerd.
Er waren vier belangrijke krijger-sociëteiten; The Lumpwoods, Fox, Muddy Hand, en de Big Dogs. Er was ook een vijfde, minder georganiseerde krijger-sociëteit, die de Crazy Dogs werd genoemd. De taak van de Crazy Dogs was om in de strijd zich toe te leggen op de dood en die dood tijdens de strijd moest het algemeen doel dienen en mocht niet dwaas zijn. Deze mannen waren erg roekeloos in hun levensstijl.
Een goed voorbeeld van een Crazy Dog was een man die Rabbit Child genaamd was. Hij had de rang van Chief bereikt toen hij een Crazy Dog werd.Hij besloot hiertoe nadat hij in de knie was geschoten. Het gewricht in zijn been werd stijf en hij kon zijn knie niet meer buigen. Toe dit gebeurde zei hij dat hij niet meer zo’n goede krijger kon zijn als hij was geweest en ook kon hij zijn familie niet meer zo goed verzorgen als hij altijd gedaan had.Dus besloot hij een Crazy Dog te worden. Deelname aan krijger-sociëteiten was een vrije keuze. De meeste mannen wilde echter graag lid worden van een krijger-sociëteit om kampwacht te kunnen zijn, omdat het deze krijgers waren die meestal als eerste met de vijand in aanraking kwamen als deze het kamp aanvielen.Dit was voor veel jonge krijgers dan ook een buitenkans en meestal melden zij zich vrijwillig bij een krijger-sociëteit aan.
Iedere lente, deelden de leiders van krijger-sociëteiten, twee kromme en twee rechte stokken uit aan nieuwe leden. Deze vier moesten de stok in de grond steken wanneer zij de vijand tegemoet gingen en ze moesten zichzelf aan de stok vastbinden en mochten tijdens de strijd hun plek niet verlaten. Volgens de overleveringen van de krijgers, had dit twee doelen. Zij vormden de achterhoede die hen beschermde en de vijand zou terugkomen omdat ze zagen dat deze mannen tot de dood zouden vechten. Dit gaf de Crow vaak zo’n psychologisch overwicht, dat de mannen meestal als overwinnaars thuiskwamen.
Er waren maar drie manieren voor een drager van de stok om het strijdtoneel te verlaten. Of ze overwonnen de vijand of ze mochten zich terugtrekken als een ander lid van de krijger-sociëteit de stok uit de grond trok, of ze vochten tot de dood. Tijdens de lente van ieder jaar werden er dus zestien nieuwe stokken uitgedeeld, acht kromme en acht rechte, beide betekende hetzelfde.. Wanneer een stok drager het seizoen overleefde dan werd hij erkend als volledig lid van de krijger-sociëteit.
Spelen en spelletjes
Wanneer het eenmaal zomer was en het erg heet was hing het kamp vol met vlees dat moest drogen. De jongens lieten hun kleding vervolgens bij de rivier achter en smeerden zichzelf van top tot teen in met blauwe klei. Vervolgens renden ze met stokken door het kamp, ieder een lied zingend van een bekende krijger en soms zelfs een heilige medicijn lied. Ze renden door het kamp en bietsten overal vlees waar ze konden en wanneer ze met twintig tot veertig waren, namen ze een groot deel van de feestmaal weg. De vrouwen renden vervolgens naar buiten en gingen de kinderen achterna en bekogelden hen met oud vlees en afval. Ze waren echter niet boos omdat het een erkend gebruik was. Vervolgens werd het vlees in het bos gebakken boven een vuur en ging iedereen in een cirkel zitten met een van hen in het midden, hij die het grootste onder hen was.
De meisjes hadden mini- lodges van ongeveer 1.20 mtr hoog, gemaakt van de huiden van bizon kalven en hetzelfde ingericht met bedden en dergelijke net als in de grote lodges. Hier speelden zij de meeste tijd, doen alsof ze volwassen vrouwen zijn met mannen, een soort van vadertje en moedertje spelen. Op korte tochten, sleepten ze hun eigen palen mee en zetten hun tenten op net als hun moeders deden.
|