|
|
|
Het verhaal van de Crow, begint hetzelfde als het verhaal van de Hidatsa. Dit komt natuurlijk door het feit dat beide stammen in het verre verleden één stam vormden. De legende spreekt over een stam die aan de mond van de rivier de Heart leefde. Binnen de stam ontstond een conflict tussen twee Chiefs. In een stroompje tussen de twee dorpen lag het kadaver van een bizon. Het ene dorp was van een band, Shiptatse genaamd en het andere van de Awatuliwe. De mannen van beide kampen claimde het kadaver en het liep zo uit de hand dat een van de Chiefs, No Vitals genaamd, met zijn mensen vertrok en naar het westen trok. De andere groep, onder leiding van Chief Red Scout bleef met zijn mensen in het gebied van de rivier de Missouri en werden de Hidatsa. De andere groep werd de Crow of Apsaroke. Dit verhaal over het ontstaan van de stam is alleen bekend door de overlevering binnen de stammen en zou plaats moeten hebben gehad gedurende de tweede helft van de 17de eeuw.
Al die tijd, tot aan het jaar 1904 hebben de Crow geleefd onder de leiding van 14 Chiefs beginnende bij de historische Chief, No Vitals. Tijdens het leiderschap van de achtste Chief, Young White, kwamen de Crow in het bezit van de eerste stalen wapens, via hun verwanten de Hidatsa. In het dorp van de Crow leefde op dat moment ook de handelaar en latere tolk van Lewis en Clark, Charbonneau, die met zekerheid niet de eerste handelaar was die de stam bezocht. Als je het aantal Chiefs vervolgens terug telt dan zal de splitsing tussen beide stammen rond 1676 plaats hebben gevonden.
Na het vertrek van het grootste deel van de Crow, sloot zich al snel een andere Chief,Bear That Has A Bad Heart Always, met zijn mensen, bij de Crow aan. Deze groep zou later bekend worden onder de naam: River Crow.
De groep trok verder naar het westen tot ze bij de Rocky Mountains kwamen. Vanaf die tijd, tot aan het moment dat ze in reservaten terecht kwamen, trokken de Crow vrijelijk rond in de valleien van de Yellowstone rivier en zijn zijtakken, de Bighor rivier, de wind rivier, de Tongue rivier en de Powder rivier. Naar het zuiden toe jaagden ze tot in de zwarte heuvels in het oosten en de hoofdwateren van de rivier de Platte in het westen. In noordelijke richting, staken zij zelden de rivier de Missouri over, hoogstens om achter hun vijanden aan te gaan. Omgeven door machtige vijanden, die er natuurlijk op uit waren om de jachtgronden van de Crow te betreden, ontwikkelden de Crow zich tot zeer goede krijgers. Langs de hoofdwateren van de Platte leefden de Cheyenne en Arapaho. Richting het Wind River gebergte leefden de Shoshone en de Bannock, in het westen de Nez Perce en de Flathead en in het noorden de Pend d’Oreilles en in grote getale de Blackfeet. In het noorden leefden dan ook nog de Atsina, met wie zij een bondgenootschap sloten die bindend zou blijken te zijn. In het oosten bevonden zich de vijandelijke stammen van de Assiniboin en de Yanktonai. Met de Hidatsa en hun bondgenoten de Mandan leefden ze op vreedzame voet, maar vanaf de dorpen van die stammen tot aan de rivier de Platte, leefden de Sioux, hun ware vijanden. In die periode na 1830, leefden er op een gegeven moment zoveel Sioux in het gebied ten westen van de Black Hills dat de Crow het gebied beschouwden als te gevaarlijk om er te jagen. In het westen naam ook de druk van de Lakota toe, die hun kampen hadden opgeslagen langs de Powder en Tongue rivieren en zelfs in de valei van de rivier de Rosebud, totdat bleek dat al het gebied tussen het Bighorn gebergte en de boven Powder rivier hun definitieve eigendom zou worden in plaats van dat het als gemeenschappelijke jachtgrond voor de stammen in de omgeving zou dienen. De stammen in het gebergte bleven dan ook druk met het aanvallen van de Lakota en iedere Lakota die het lef had om zich buiten het kamp te begeven werd dan ook zonder pardon afgemaakt. De Sioux zouden uiteindelijk nooit het gehele gebied tussen de Black Hills en de Bighorn Mountains in hun bezit krijgen, hoewel, gezien het aantal leden van beide stammen, het waarschijnlijk een kwestie van tijd zou zijn geweest, ware het niet dat de overheid ingreep.
De stam kwam voor het eerst officieel in contact met de VS in 1825, toen zij met beide bands, De rivier Crow onder leiding van Chief Rotten Belly en de berg Crow onder leiding van Chief Red Feather At The Tempel, bijeenkwamen in een dorp vlak bij de Mandan en samen met de Hidatsa en Mandan vriendschap sloten met de Vs.
In 1868, bij het sluiten van het Fort Laramie verdrag, deden de Crow afstand van al hun land en stemden ermee in een reservaat te gaan leven.
|