|
|
|
Politieke structuur;
De verdeling van de stam in twee divisies is geografisch van reden en een deel politiek, maar zeker niet etnisch. De taal van beide divisies komt overeen.
Rond het midden van de 19 de eeuw was het gebruikelijk voor de River Crow dat zee het grootste deel van het jaar door brachten, los van de rest van de stam. Zij werden echter politiek gezien nooit zelfstandig en kwamen dan regelmatig samen met de rest van de Crow tijdens de zomer, en wanneer er militaire beslissingen genomen moesten worden. Rond diezelfde tijd was er een clan, de Whistle water Clan genaamd, die vele leden had en die zich regelmatig van de stam afscheidde om de zuidelijke plains om te trekken.
De Crow waren verdeeld in 10 clans, dat correspondeert met het geloof dat er vanaf conceptie tot aan de geboorte, tien maan- maanden zijn (291/2 dag). De tien clans zijn verdeeld in 5 broederschappen. Deze broederschappen waren bedoeld om de samenwerking te bevorderen wanneer het nodig was om met grotere getale te zijn, vooral in het geval van de jacht of ter bescherming. De eerste broederschap bestaat uit de “Greasy Mouths”, uuwuutasshe en “Sore Lips”, Ashiiooshe.
De tweede bestaat uit de “Whistling Waters”, Bilikossshe en de “Bad War Deeds”, Ashkapkawiia.
De derde bestaat uit “Ties in a Bundle”, Xuhkaalaxche en de “Brings Home Game Without Shooting”, Uussaawaachiia.
De vierde bestaat uit de “Big Lodges”, Ashshitchite en de “Newly Made Lodges”, Ashhilaalio.
De vijfde bestaat de “Treacherous Lodge, Ashbatshua of de “Blood Indian Lodge”, Ashkaamne en de “Filth Eaters”, Ashpeenuushé.
Omdat de erfopvolging plaats vindt via de moeder, worden haar familieleden benadert met het grootste respect. Dit is vooral het geval bij de zussen van een moeder, die ook als “moeder” worden aangesproken en voor wie evenveel respect bestaat als voor de natuurlijke moeder. Wanneer een krijger terug kwam van een geslaagde rooftocht dan was het ook gewoon dat hij een deel van zijn buit aan de zus van zijn moeder gaf. Ook was het de gewoonte, dat wanneer een vrouw geen kinderen kon krijgen, zij een kind van haar zus adopteerde. Het kind noemde vervolgens de man van de vrouw vader en de natuurlijke vader, broeder.Alle andere vrouwen van de clan worden aangeduid als oudere of jongere zus en het is hun plicht om geschenken, Moccasins, jurken en andere producten door hun handen gemaakt, te schenken aan de nieuwe vrouw van een man van de clan. Hun mannen zijn iemand zwager en zijn beste vrienden. Alle clan mannen zijn oudere of jongere broers. De teruggekeerde jager verdeeld zijn buit onder de armen van de clan.
Wanneer de clan op pad was en men moest een rivier oversteken, assisteerde de eigenaar van de sterkste paarden, zijn minder fortuinlijke clangenoten wanneer de lentetrek begon en de paarden mager en zwak waren dan gaf hij een van zijn sterkere paarden aan de vrouw van een clan man. Wanneer er in de nacht paarden gestolen werden, dan probeerde men het slachtoffer naar behoren schadeloos te stellen. Wanneer iemand in een society of orde werd opgenomen, dan bracht de gehele clan geschenken, deed men dit niet dan was het een schande voor geïnitieerde en voor de gehele clan. Niemand, zelfs niet het meest afzichtelijke kind, werd een hartelijk welkom in de tent van een clanman ontzegd. De relatie met de clan van de vader was ook erg belangrijk. De broers van iemands vader werden ook aangesproken als “vader”, maar de andere clan mannen van de vader zijn Assakke. Zij waren het die danste en zongen voor de lodge van een krijger, wanneer deze terugkeerde van een succesvolle tocht, zij zongen lofliederen en leidden hem en zijn paard door het kamp. Naar hen ging een jonge man wanneer hij hulp zocht om groots te worden, omdat zij voor hem bidden.
Een huwelijk binnen de clan was en is nog steeds verboden, maar het verbod om een vrouw uit een zusterclan te nemen, wordt niet meer streng nageleefd.
De leden van een clan sloegen altijd gezamenlijk hun kamp op. Wanneer een vrouw trouwde, ging ze meestal naar de kampgroep van haar man, hoewel het ook wel voor kwam dat een vrouw met bijzondere krachten een man overhaalde bij haar in het kamp te komen leven.
De Crow bestuurden zichzelf door een stammenraad. Allen die mannen die de status van Chief hadden bereikt mochten hun stem laten gelden namens hun band, in de raad. Dus bestond de raad alleen uit Chiefs band- Chiefs en de hoofdchief. De eigenaar van het kamp(de Chief van alle Crow) riep de rad bij elkaar als er een belangrijke beslissing genomen moest worden. Soms werden de pijp dragers om hun mening gevraagd, maar ze hadden geen stemmende positie.
Wanneer de raad bijeen kwam, op Band niveau of als hele stam, werd een bos met stokjes als stemmiddel gebruikt. Ieder Chief sprak op zijn beurt over het probleem, voor of tegen. Ze rookten de pijp en spraken met elkaar, in het Crow noemt men dat ApsaalookeOopiilaau, roken en praten. De Chief die het hoogste in rang was zat de raad voor en de man die rechts van hem zat, stak de pijp aan. Vervolgens liep de man met de pijp naar voren ofwel de man die aan het zuiden en oosten zat, omdat de groep in een cirkel zat. Deze man deed vervolgens het pijp- offer ritueel en wanneer hij er mee klaar was sprak de persoon.terwijl de man sprak mocht niemand hem onderbreken. De pijp gaf iemand de garantie dat hij kon spreken zonder dat hij onderbroken werd. Na deze persoon werd de pijp naar links doorgegeven en die persoon herhaalde hetzelfde ritueel voor hij sprak. Terwijl de mannen één voor één spraken plaatste de Chief die de raad voorzat een voor een de stokjes in de grond, voor of tegen.
Deze vorm van beslissen zorgde overigens voor een misverstand opgenomen in het Ft. Laramie Verdrag van 1868. De leider van de Crow bij die bijeenkomst was Sits In The Middle Of the Land en hij werd geciteerd als volgt:”We doen wat de Chiefs beslissen”. De Chiefs in de taal van de Crow noemt men, Bacheeitche, goede mannen, maar de vertaler, die geen Crow was, begreep de term verkeerd en dacht dat “gewone mannen” zei. Daarom staat er in het verdrag dat de verkoop van elk stuk land moet worden goed gekeurd door een meerderheid van de volwassen mannen. In feite had Chief Sits In the Middle Of The Land het over de stammenraad van de Crow en die bestond uit de Bacheeitche, Ashbacheeictche en Ashakée; de Chiefs, de band- Chiefs en The Owner of the kamp. De raad was niet ontoegankelijk voor vrouwen, omdat vrouwen ook Chief konden worden. In de geschiedenis van de Crow is er sprake van zeker drie vrouwen die Chief waren. De eerste werd simpelweg The Woman Chief Genoemd. Ze was gevangen genomen als klein meisje en afkomstig van de Atsina en opgegroeid bij de Crow.Ze besloot krijger te worden en bereikte de status van Chief. De andere twee waren “Among the Willows” en “Comes Toward The Near Bank”. Deze vrouwen bereikten de rang van Chief bij de Crow.
Lewis (Stat. View, 1807) vertelde dat ze verdeeld waren in 4 bands, die zij zelf de Ahaharopirnopa, Ehartsar, Noota, en Pareescar. Culbertson noemden.
(Smithson.
Rep. 1850, 144, 1801) verdeelde de band in:
(1) Crow People
(2) Minesetperi, or Sapsuckers.
Deze divisies verdeelde hij in de volgende 12 bands, Achepabecha
Ahachik
Ashinadea
Ashbochiah
Ashkanena
Booadasha
Esachkabuk
Esekepkabuk
Hokarutcha
Ohotdusha
Oosabotsee
Petchaleruhpaka
Shiptetza
|