De Sauk en Fox |
||||
|
|
Wanneer het ook was dat de Fox en Sauk vanuit het oosten migreerde, voordat de Fransen kwamen leefde ze al lange tijd in zuidoost Michigan. Toen deze eenmaal in het gebied aanwezig waren veranderde het gebied, wat lange tijd vreedzaam was geweest, in een gebied verstoord door de bont handel. In 1615 bereikten de eerste Fransen, de Huron dorpen aan het zuid- puntje van Lake Huron. Na hun lange en gevaarlijke reis vanuit Quebec waren nog maar weinigen van hen bereid voorbij dit punt te reizen, dus vanaf dit punt vond het grootste deel van de bonthandel plaats met behulp van deze Huron en Ottawa. Om zo ver te komen, moesten de Fransen eerst het vertrouwen winnen van de Algonkin stammen. Het gevolg daarvan was dat de Fransen problemen kregen met de Iroquois. Om de warparty's van de Iroquois te ontlopen waren de Fransen genoodzaakt een omweg naar de Huron te maken door de Ottawa rivier op te varen. De Mohawk waren verslagen maar het zou al snel blijken dat zij zich snel herstelde. In 1610 begonnen de Mohawk met de Hollanders langs de Hudson rivier te handelen. Toen ze 1628 de Mahican versloegen hadden ze zelfs het alleen recht op de handel met de Hollanders. Toen de Engelsen erin slaagden de Franse handel stop te leggen, maakten de Mohawk hier dankbaar gebruik van. Ze vielen onmiddellijk de Montagnais en de Algonkin aan en re- claimde in 1629 het bovendeel van de St. Lawrence. De 70 jaren van stammenoorlogen die volgende zijn bekent geworden als de “ Beaver wars” (1628-1700). Die onbekende stam was waarschijnlijk die van de Fox of anders waren het de Kickapoo. Tijdens de daarop volgende tien jaar begon het voordeel van de vuurwapens zijn tol in het gebied te eisen. De Huron en hun handelspartners bleven de stammen maar aanvallen en de Potawatomi besloten als eerste het gebied te verlaten. De Fox en Sauk hielden het echter langer vol. Toen de Illinois zagen wat er met hun aartsvijanden gebeurden, zagen zij hun kans schoon voor een bondgenootschap om zo het grote aantal vluchtelingen uit Michigan te kunnen weerstaan. De Illinois stuurde 500 van hun krijgers op pad met voedsel voor de Winnebago. Deze waren verrukt over de steun en hielden een groot feest ter ere van hun redders. Maar tijdens het feest kwamen de oude haatgevoelens toch weer naar boven. De Winnebago keerde zich tegen hun gasten en vermoorden hen allemaal. Toen de Illinois vernamen wat er met hun krijgers was gebeurd, begonnen zij een campagne om alle Winnebago uit te roeien. Dit lukte hen bijna. Na dit alles ondervonden de Fox en de andere Michigan stammen nog maar weinig verzet tegen hun vestiging in Wisconsin. Uiteindelijk vestigde zich zo’n 5.000 Fox I n centraal Wisconsin en werden zij een van de machtigste stammen in het gebied. De Bondgenoten van de Fransen waren dan wel begonnen met het verjagen van alle stammen uit beneden Michigan maar ze konden het karwei nooit afmaken. De Iroquois hadden inmiddels het zelfde probleem als de Huron en ook zij waren op zoek naar nieuwe jachtgronden, maar het probleem was dat ze opgesloten zaten tussen machtige vijanden, inclusief de zwaarbewapende Huron in het noorden. Verzoeken om in het gebied van de Huron te mogen jagen of dan tenminste over hun grond te reizen werden keer op keer geweigerd. Toen de Huron een Iroquois jachtparty vermoordde ontstond er een oorlog. In 1640 probeerden de Engelsen de Mohawk handelspartners van de Hollander naar hen te lokken door hen wapens te beloven, maar de Hollanders reageerden door de Mohawk zoveel wapens te leveren als zij nodig hadden. Ineens waren de Iroquois de best bewapende stam van Noord Amerika. Een dramatische escalatie van de Beaver Wars volgde. Binnen een paar jaar lukte het de Iroquois om alle Algonkin uit het gebied van de Lower Ottawa te verjagen en sneden ze de handelsroute naar het westen af. Om de afstand naar de grote meren in te korten bouwden de Fransen een nieuwe handelspost bij Montreal. Er bevonden zich echter grote Iroquois warparty’s in de vallei van de Ottawa rivier en alleen hele grote vloten van kano’s slaagden erin Montreal te bereiken. Tegen het jaar 1645, waren de Fransen gedwongen een aparte vrede met de Mohawk te tekenen, in het verdrag werd afgesproken dat de Fransen voortaan neutraal zouden blijven bij eventuele volgende oorlogen tussen de Iroquois en de Algonkin. Hoewel ze geïsoleerd waren bleven de Huron met de Fransen handelen en bleven ze weigeren dat de Iroquois hen land zouden betreden. Toen na twee jaar onderhandelen de Iroquois nog geen toestemming kregen besloten ze de Huron aan te vallen. De Doodsklap kwam in maart 1649, toen twee duizend Iroquois krijgers tijdens een gecoördineerde aanval de Huron federatie aanvielen en vernietigden. Doordat de Huron federatie in 1649 was vernietigd had de bonthandel van de Fransen een aardige deuk opgelopen. Omdat zee bang waren om door een overmacht te worden overlopen hadden zij zich buiten de strijd gehouden, maar toen de westerse Iroquois hen in 1653 een vrede aanboden grepen ze deze kans met beide handen aan. Om deze broze vrede te bewaren stopte de Fransen met hun tochten naar de grote meren, maar ze bleven hun handelspartners wel aanmoedigen bont naar Montreal te brengen. Dit was echter zeer moeilijk omdat er Iroquois war party’s door de Ottawa vallei trokken op jacht naar een ieder die problemen zocht. Toch vonden de Ottawa en Wyandot(Huron -Tionontati) het schijnbaar de moeite van het proberen waard en ze vroegen de Ojibway hen te helpen. De Iroquois probeerden de handel weer tegen te houden door de bron aan te pakken en hun warparty’s trokken naar en door Wisconsin om daar iedere stam aan te pakken die met de Ottawa en Wyandot handelde. Dit was voor een aantal handelaren de kans om de handel met de stammen weer te hervatten. Ondertussen begonnen de Fransen er een beetje genoeg van te krijgen dat ze constant onder de dreiging van een uitroeiing door de Iroquois moesten leven en toen de koning de controle over canada opnieuw in handen nam stuurde hij een regiment soldaten naar Quebec in 1664 om met de Iroquois af te rekenen. Na een aantal franse aanvallen op diverse Iroquois dorpen in hun thuisland besloten de Iroquois opnieuw een vrede met de Fransen te sluiten in 1667. Deze vrede duurde tot 1680 en gaf de gevluchte stammen weer even wat lucht. De toestanden die de Fransen in Wisconsin aantroffen waren echter hopeloos: oorlog, hongersnood en epidemieën en alle waren zij slecht voor de bonthandel. In plaats van hun zakken te vullen en hun kerken te vullen besloten de Fransen eerst maar eens orde op zaken te gaan stellen. Met name Daniel DeLhut , die in 1678 naar Sault St Marie kwam slaagde erin de vrede tussen de Wisconsin stammen te herstellen. Twee jaar later bemiddelde hij ook bij een vrede tussen de Ojibway en de Dakota, die enkele jaren zou duren. Nadat pater Marquette erin slaagde de Ottawa en Wyandot over te halen te verhuizen naar zijn missiepost in het oosten keerde ook de rust aan de zuidkust van Lake Superior enigszins terug. Helaas echter had DeLhut verzuimd de Fox en de Keweenaw Ojibway bij de vrede met de Dakota te betrekken en dus bleven deze twee stammen tegen hen vechten. Samen trokken de twee stammen ten strijde om een grote warparty van de Dakota aan te vallen en de Saulteur besloten een alliantie met de Dakota tegen de Fox te vormen. De Fransen hadden dan wel de meeste strijd tussen de stammen in Wisconsin weten te beëindigen, deze stammen bleven de Dakota echter wel zien als een vijand, met uitzondering van de Saulteur. Toen ook nog de Franse handelaren begonnen met het bezoeken van de Dakota dorpen ontstonden er nieuwe problemen in het gebied. De Sauk vermoordden twee jezuïeten en besloten met de Potawatomi een anti Franse alliantie bij green Bay te vormen. Ondertussen werden er ook twee franse handelaren op weg naar de Dakota ,vermoord door de Menominee en de Ojibway van Chief Achiganaga. DeLhut besloot een Europese -stijl rechtszitting te houden om Achiganaga en de anderen te berechten maar hij werd geconfronteerd met een dreigende opstand van verschillende belangrijke stammen als de straf te zwaar zou zijn. Uiteindelijk werd er maar een Menominee gestraft en geëxecuteerd. Omdat de Ojibway- krijgers druk waren met hun gevechten tegen de Fox langs de St. Croix besloten de Fransen te bemiddelen bij een vrede tussen beide partijen in 1685. Deze vrede duurde vijf jaren, tot de gevechten om de jachtgronden opnieuw uitbraken. Nu echter waren het de Dakota die tegenover een alliantie van Fox, Ojibway, Potawatomi, Kickapoo en Mascouten stonden in de strijd om de jachtgronden langs de Rivier de Mississippi. De Algonkin vielen de Franse handelaren lastig om er zo voor te zorgen dat ze de Dakota niet van voorraden konden voorzien. De Fox gingen nog verder en begonnen tol te eisen van de handelaren die over hun grondgebied reisden. Dit schoot echter in het verkeerde keelgat bij de commandant van La Bay(green Bay), Nicolas Perot en hij vroeg de Ojibway de Fox in 1690 tot stoppen te dwingen. Meer aanmoediging hadden de Ojibway niet nodig en samen met de Dakota dreven ze de Fox uit het gebied van de st. Croix rivier, terwihjl een Frans -Ojibway expeditie het Fox dorp bij Fox Portage aanviel. Na de jaren 1690 stonden de Iroquois aan de afgrond van de ondergang. De oorlog tussen frankrijk en Engeland was inmiddels afgelopen, maar de Algonkin stammen besloten nog een paar jaar door te vechten tegen de Iroquois. In 1701 sloten ook zij een vrede met de Iroquois te sluiten. Ondertussen raakten de Fransen hun grip op de bondgenoten langzaam kwijt als gevolg van het succes van de bonthandel. De Algonkin stammen hadden inmiddels de beste beverjachtgronden verovert en de aanlevering van bont nam sterk toe. De Europese markt raakte overvol en de prijs van het bont daalde. Als gevolg hiervan namen de winsten van de handelaren af en de franse overheid besloot dat de tijd daar was oom gehoor te geven aan de wensen van de jezuïeten. Deze hadden al diverse malen gevraagd een einde te maken aan de bonthandel omdat er door deze bonthandel veel corruptie en geweld was. In 1696 werd alle handel in het gebied van de grote meren opgeschort. Het was de handel die de stammen bijeen had gehouden en de invloed van de Fransen nam dan ook snel af. Dat dit zo was kon men merken aan het feit dat de Fransen er niet in slaagden de rust langs de boven Mississippi te handhaven. De tekorten aan ruilgoederen en de hoge prijzen hiervan, samen met het misbruik van de handelaren zonder vergunning zorgden voor een gespannen sfeer in het gebied. Het aantal berovingen en moorden op de handelaren nam toe en zelfs Nicolas Perot werd door de Mascouten gevangen genomen en aan de martelpaal gebonden. Hij werd echter gered door de Kickapoo en keerde snel terug naar Quebec waar hij ook bleef. De Fransen zouden dit echter nooit doen maar de onrust was terecht. Binnen de alliantie begon het te rommelen en het waren wederom de Iroquois die probeerden er gebruik van te maken. Ondanks dat deze bijna verslagen waren, merkte ze dat de Algonkin problemen met de Fransen hadden. de Iroquois benaderden de Ottawa en boden hen een vrede aan en toegang tot de Engelse handelsposten als ze braken met de Alliantie. In de eerste instantie weigerden de Ottawa, maar toen de vrede van 1701 een feit was, werden de Engelsen een aantrekkelijke partner. Deze Engelsen hadden voldoende, goedkopere en betere kwaliteit ruilgoederen en de Ottawa en Ojibway begonnen hun bont naar de Engelsen te brengen. Al snel volgden de andere franse bondgenoten hun voorbeeld en brachten hun beverhuiden naar Albany. De Fransen, smeekten ondertussen bij de regering voor het opheffen van het handelsverbod en na een tijd kregen ze eindelijk toestemming een handelspost bij Detroit te openen om zo de loyaliteit van de Algonkin te herwinnen. De verantwoordelijke hiervoor werd Dhr Cadillac. Cadillac begon met de bouw van Fort Ponchartrain bij Detroit in juli, 1701 en nodigde meteen de Ottawa en Wyandot uit om bij het fort in de buurt te komen wonen. Dat jaar brak echter ook de Queen Anne’s oorlog tussen Engeland en Frankrijk uit, maar deze oorlog had weinig effect op het gebied van de grote meren. De Britse en Iroquois handelaren bleven ondertussen pogingen doen de Algonkin stammen te verleiden met hen te handelen, maar om dit te voorkomen, nodigde Cadillac steeds meer stammen uit in Detroit te komen wonen. De gevolgen waren exact dezelfde als die in Wisconsin 50 jaar eerder. Er waren teveel stammen en te weinig bronnen van voedsel. Zelfs de Ottawa, Ojibway en Wyandot begonnen met elkaar om gebied te strijden terwijl het toch van oudsher vrienden waren. In 1706 vochten de Miami en Ottawa om dezelfde reden met elkaar. In plaats van gewaarschuwd te zijn bleef Cadillac echter steeds meer stammen uitnodigen. Uiteindelijk leefden er 6.000 Ojibway, Wyandot, Ottawa, Potawatomi, Miami, Illinois, Osage en Missouria bij Detroit. Het enige positieve hieraan was dat de overbevolking in Wisconsin eindigde. De laatste druppel die de emmer deed overlopen was dat Cadillac in 1710 ook de Fox uitnodigde bij Detroit te komen wonen. Zo’n 1000 Fox gingen op de uitnodiging in en kwamen naar het oosten met in hun kielzog een groot aantal Mascouten en Kickapoo bondgenoten. Terugkerende op hun geboortegrond werden de Fox geconfronteerd met grote aantallen franse bondgenoten die er niet blij mee waren hen te zien. De Fox waren er echter niet van onder de indruk en lieten de andere stammen duidelijk merken dat het zij waren die de meeste rechten in en op het gebied bezaten. De Ottawa, Huron, Peoria, Potawatomi en Miami hadden geen zin om naar de Fox te luisteren en verzochten de fransen de Fox weg te sturen. Cadillac negeerde het verzoek en deed ook geen pogingen het gebied te verdelen en als gevolg hiervan ontstonden er vele schermutselingen tussen de Fox en de andere Franse bondgenoten. Ondertussen hoorden de franse sterke geruchten dat de Fox bezig waren het onderhandelingen met de Iroquois om te kunnen handelen met de Engelsen. In 1711 werd Cadillac terug naar Quebec geroepen voor overleg en hij liet Joseph Dubuisson achter met het bevel over het fort. Tijdens zijn afwezigheid besloten de Potawatomi en Ottawa het probleem met de Fox zelf op te lossen en tijdens de lente van 1712 vielen ze een jachtparty van de Mascouten(Fox bondgenoot) aan bij de St. Joseph rivier in zuid Michigan. De Mascouten vluchtten hierop naar hun Fox bondgenoten bij Detroit en terwijl deze Fox zich voorbereidden wraak te nemen probeerde Dubuisson hen tegen te houden. De Fox hadden echter genoeg van de Fransen. De eerste Fox oorlog(1712-16) begon toen de Fox, Kickapoo en Mascouten Fort Ponchartrain aanvielen op 13 mei. De eerste aanval mislukte en een beleg volgde. Buiten het fort stonden 300 zwaarbewapende krijgers en in het fort bevonden zich 20 Fransen, het is dan ook de vraag of de Fox het fort wilde veroveren of dat ze de Fransen bang wilden maken. In ieder geval verscheen er een ontzettingsmacht van Wyandot, Ottawa, Ojibway en Potawatomi en tijdens de strijd die daarop uitbrak kwamen er zeker 1000 Fox, Kickapoo en Mascouten om. Zo’n 100 Fox ontsnapte en vonden onderdak bij de Iroquois en een enkele Fox keerde terug naar Wisconsin met de overgebleven Kickapoo en Mascouten. Zij gingen bij de Fox wonen die in Wisconsin waren achtergebleven en gezamenlijk namen ze vreselijk wraak op de Fransen en hun Bondgenoten. De Fox wars waren eigenlijk alleen meer een burgeroorlog tussen de stammen en een teken van hoe de alliatie uit elkaar was gevallen. De Iroquois keken dan ook met plezier toe hoe de Franse bondgenoten onder elkaar vochten. De Fox Kickapoo en Mascouten vermoordden de franse handelaren en hun bondgenoten en de Fransen slaagden er maar niet in om het alles te stoppen,. Het grootste probleem waar de Fransen echter nog steeds mee zaten was echter dat zij nog steeds niet in het gebied van de grote meren mochten handelen en het zou duren tot Louis de xiv stierf voordat het verbod opgeheven werd. In 1715 gebeurde dit en de illegale handelaren kregen een handelsvergunning en er werden nog 25 vergunningen uitgegeven. Nu konden de Fransen serieus aan de slag met het middelen tussen de diverse stammen. Eerst zorgden ze ervoor dat er weer vrede kwam tussen de Ojibway en de stammen van Green Bay en zorgden ze voor een vrede tussen de Miami en de Illinois. Nu dit gedaan was waren ze klaar om met de Fox af te rekenen. In 1715 ging er een Frans- Potawatomi expeditie op pad om de Kickapoo en Mascouten aan te vallen en hen te dwingen een aparte vrede met de Fransen te sluiten. Maar zelfs zonder hun bondgenoten weigerden de Fox te stoppen en zij verzamelde zich in een groot versterkt dorp in zuid Wisconsin. In 1716 arriveerde Louis de Louvigny bij het dorp in gezelschap van een groot aantal Ojibway, Potawatomi en Ottawa krijgers en ze belegden het fort. Tijdens het beleg brachten de Sauk echter voedsel het fort in en de Fox wachtten af. De Fransen waren uiteindelijk genoodzaakt zich terug te trekken en boden de Fox een vrede aan. Hiermee eindigde de eerste Fox war. Eigenlijk was de vrede eigenlijk meer een bestand want beide partijen bleven elkaar wantrouwen en bleven vijandelijk. Om de concurrentie met de Engelsen aan te kunnen begonnen de Fransen met het heropenen van oude handelsposten en forten en met het bouwen van nieuwe. Maar helaas was de schade onherstelbaar. In 1727 openden de Engelsen een nieuw fort op het thuisland van de Iroquois om zo de weg naar de Engelse handelaren voor de stammen van de grote meren in te korten. Het jaar erna was 780% van de beverhuiden in Albany afkomstig van de Franse bondgenoten. De vrede tussen de Fransen en de Fox zorgde er niet voor dat ook de strijd met de Peoria afgelopen was. De Peoria hadden de Fox die zij bij de slag bij Detroit hadden gevangengenomen gemarteld en de Fox namen wraak door hetzelfde bij de Peoria te doen die zij gevangen namen. In 1716 stelde de Fox een uitwisseling van gevangen voor maar de Peoria weigerden en zelfs bemiddelingen van de Fransen hielpen niet. De strijd brak opnieuw in alle hevigheid los en het conflict werd ingewikkelder toen de Fox, Winnebago, Kickapoo en Mascouten het gebied van de Peoria binnen trokken om te gaan jagen op de bizons op de noordelijke Illinois prairies zonder daarvoor toestemming te vragen aan de Illinois. In 1722 lieten de Illinois merken dat ze hier niet blij mee waren door Minchilay, een neef van de Fox Chief Oushala levend te verbranden. Het gevolg hiervan was een oorlog tussen de Fox en hun bondgenoten de Winnebago, Kickapoo, Mascouten enerzijds en de Illinois aan de andere zijde. De Peoria zochten bescherming in hun fort bij Starved Rock en vroegen de Fransen hen te helpen. Vervolgens stuurden de Fransen een ontzettingleger, maar voordat deze arriveerden bij het fort waren de Fox-alliantie al verdwenen. Ondertussen nam er een andere groep Fox krijgers deel aan een gevecht samen met de Iowa te westen van de Mississippi tegen de Osage, Otoe en Missouria waardoor de Franse bonthandel langs de Missouri in gevaar kwam. In 1723 hielden de Fransen verschillende bijeenkomsten met de Kansa, Pawnee Comanche, Nakota, Osage, Missouria, Otoe, Iowa, Fox en Dakota. Hierdoor ontstond er een betrekkelijke rust in het gebied van de Missouri, maar tegelijkertijd braken er nieuwe gevechten uit langs de Des Moines rivier tussen een bondgenootschap van Fox en Iowa en de Osage en Missouria. Ook hadden de bijeenkomsten een bijverschijnsel waar de Fransen helemaal niet op gerekend hadden. De Fox hadden om tegen hun vijanden te vechten meer bondgenoten nodig en deze vonden ze onder de Dakota. Na 70 jaar constante strijd zou deze alliantie tussen de Fox en Dakota een ieder wantrouwig hebben gemaakt, maar de Fransen dachten genoeg te weten en zagen het als een complot van engelse zijde tegen hen. De Fransen besloten dat het voor nu en altijd uit moest zijn met de Fox en hun bondgenoten waren het daarmee eens. Naast de steun van de Illinois konden de Fransen ook op de steun van de Mackinac Ojibway rekenen die al in conflict met de Fox waren in noord Wisconsin. Ook de Detroit stammen(Wyandot, Ottawa, Saginaw Ojibway, Mississauga Ojibway en de Potawatomi) besloten de Fransen te steunen. Terwijl ze hun bondgenoten verzamelden voor de strijd, hielden de Fransen enkele vergaderingen omtrent het Fox Probleem. Een suggestie was om de Fox bij Detroit te plaatsen zodat het Franse garnizoen op hen kon letten, maar hier zaten de Detroit stammen niet echt op te wachten. Ondertussen ging er een expeditie op pad van 20 soldaten en 500 Illinois krijgers om een Fox dorp aan te vallen(1726), maar de Fox zagen hen aankomen en trokken zich terug. Een jaar later klonken de eerste stemmen die spraken over genocide van de Fox, er moest een vernietigende oorlog plaats vinden en de gevangen genomen Fox moesten als slaven aan west Indië verkocht worden. Er werd echter geen beslissing genomen. Hoewel ze nog twijfelde over genocide hadden de Fransen wel besloten om tegen de Fox te gaan vechten. Maar eerst moesten de Fransen er door middel van diplomatie voor zorgen dat de Fox er alleen voor stonden. De Fox wisten van de Franse pogingen maar konden er niets tegen doen. Een verzoek van de Fox aan de Menominee voor steun werd afgewezen en de Menominee gaven aan met de Fransen te strijden in geval van oorlog. Onder de druk van het belang van de Franse ruilgoederen besloten ook de Dakota, Winnebago en Iowa neutraal te blijven en zelfs de Sauk bij green bay wilde buiten het conflict blijven. Van alle kanten werden ze door hun vijanden aangevallen en inmiddels had de Franse overheid ook besloten dat de Fox officieel van de aardbodem moesten verdwijnen. De Fox trokken zich terug in het door hen met spoed gebouwde fort ter bescherming van hun vrouwen en kinderen. Het was waarschijnlijk beter voor hen geweest gewoon door te reizen. De Illinois omsingelde het fort en stuurde toen iemand op pad om meer hulp te halen. Van alle kanten kwamen vervolgens Fransen en hun bondgenoten toegesneld en uiteindelijk was het fort door meer dan 1400 krijgers omsingeld. Wederom waren het de Sauk die de Fox te hulp schoten door hen voedsel te brengen maar ditmaal was het niet genoeg. De Fox vochten voor wat ze waard waren maar het gebrek aan water en voedsel deed hen toch uiteindelijk de das om. Radeloos gooiden de Fox vervolgens hun kinderen het fort uit met de boodschap dat hun vijanden hen maar moesten opeten. Vele van hen werden door de stammen opgenomen, maar hun ouders stond een ander lot te wachtten. Na een strijd van 23 dagen, brak er een onweer los en de Fox besloten het erop te wagen en te ontsnappen. Zij zouden het niet redden….. De Fransen en hun bondgenoten haalden hen in en slachtten 600 tot 800 van hen af. Er werden geen gevangenen genomen. De 600 Fox die in Wisconsin waren achtergebleven, waren de laatste Fox die er nu nog over waren. Tot op dit moment in tijd hadden de Sauk altijd goede banden met de Fransen gehad en hadden ze geen grote bijdrage aan de geschiedenis in het gebied geleverd. Dit zou echter spoedig veranderen. Nu de Fox alleen nog maar vijanden hadden, herinnerden zij zich dat het de Sauk waren geweest die hen twee maal van voedsel hadden voorzien. Zij wendde zich tot hen en vroegen bescherming. De Sauk op hun beurt gaven die bescherming niet alleen, ook deden zij het verzoek aan de Fransen, vrede met de Fox te sluiten. De Sauk en Fox bleven echter ook na de vrede met de Fransen een stelletje lastposten. Ten westen van de Mississippi, trokken ze het gebied van zuid Iowa binnen om daar de strijd aan te gaan met de Osage en Missouria. Ten oosten van die rivier, vergezelde ze de Mackinac Ojibway bij hun gevecht in 1746 tegen de Detroit stammen die werden geleid door een chief Pontiac genaamd. Maar in principe bleven de Illinois de belangrijkste vijand van de Sauk en Fox. Tijdens de King George’s war, nam de invloed van de Fransen nog verder af en toen de Engelsen door middel van een blokkade de St. lawrence afsloten konden de Fransen de Illinois niet meer helepen. Nadat de Sauk in 1743 waren overgestoken naar de oostzijde van de Mississippi, begonnen ze een agressieve opmars naar het zuiden en veroverde ze grote delen land van de Illinois. In juni 1752 staken 1000 Sauk krijgers de Mississippi over en vielen het Michigamea dorp ten noorden van Fort Chartres aan/. Ook vielen de Sauk Cahokia aan en het enige wat de Fransen konden doen was hen te vragen te stoppen. In 1753 boden de Sauk hun excuses aan en keerde zij terug naar de Franse alliantie, maar ze hielden het gebied dat ze van de Illinois hadden afgenomen. Pontiac had gehoopt dat door zijn opstand de overheersing van de Fransen zou worden hersteld, maar dit was iets waar de Sauk en Fox niet op zaten te wachten. Toen de opstand dan ook uitbrak stuurden de Sauk en Fox samen met de Menominee, Iowa, Winnebago en de Arbre Croche- Ottawa een wampum riem naar de Engelsen waarin ze hun loyaliteit zworen. In november werd Amherst vervangen door Thomas Cage, die onmiddellijk de prijzen verlaagden en de oude gewoonten in ere herstelden. Ook werd er een proclamatie gegeven waarin de Engelsen verdere kolonisatie van het gebied ten westen van de Appalachen tegen hielden. Als gevolg hiervan sloten de meeste stammen vrede met de Engelsen in Fort Niagara in juli van 1764. Pontiac tekende een eigen vredesverdrag met de Engelsen, maar zijn reputatie was naar de knoppen omdat het hem niet was gelukt fort Detroit in te nemen. Pontiac verliet Detroit en vertrok naar het westen, richting noord Illinois, alwaar hij nog een aantal volgelingen had. Ondanks dat hij had gezworen dat hij nooit meer tegen de Engelsen zou vechten, schijnt het toch zo te zijn dat hij in Illinois meteen aan de slag gin g met het organiseren van een nieuwe opstand. Toen Pontiac in April 1769 Cahokia bezocht, werd hij vermoord door een Peoria krijger die met hem ruzie kreeg in het etablissement van een engelse handelaar genaamd Williamson. Voor de Sauk en Fox die aan beide kanten van de rivier woonden was de situatie ideaal. De legers van de Engelsen en de Spanjaarden waren voornamelijk bezig met het bespioneren van elkaar en bemoeiden zich in het geheel niet met de uitroeiing campagne tegen de Illinois, en ook de verhuizing van de Sauk naar het gebied in het westen van Illinois was onopgemerkt gebeurd. De Britten maakten er ook geen bezwaar tegen toen de Kickapoo en Potawatomi het noordelijk deel en het centrale deel van Illinois bezetten, waardoor de Fox en Sauk belangrijke bondgenoten als buren hadden. En deze konden ze gebruiken tegen de Osage en Missouria ten westen van de Mississippi. De Osage die in het gebied woonden waren erg agressief en toen ze na 1700 met de Fransen gingen handelen ook nog goed bewapend. Ze vochten met bijna alle stammen die bij hen in de buurt leefden en vaak met meerdere tegelijk. Na 1770 echter hadden de Osage echter meer vijanden dan dat zelfs zij aankonden. Deze toestroom was het gevolg van de verhuizing van de Sauk en Fox, de Winnebago en Iowa naar het zuiden en het toestromen van grote groepen Shawnee, Deleware en Cherokee die een plek in Zuidoost Missouri en Noord Arkansas zochten. Daarnaast vochten de Osage ook nog oorlogen uit met hun “ normale” vijanden de Caddo, Wichita, Pawnee, Comanche, Quapaw, Chickasaw en de Choctaw in het zuiden en westen. De Fransen en de Engelsen leverden wapens aan alle partijen en de Spanjaarden hadden nooit de militaire kracht om in te grijpen. Na 1780 begonnen de Sauk en de Iowa naar het zuiden op te trekken en de strijd in het gebied naam toe. Een van de gevaarlijkste tegenstanders die de Osage tot dan toe waren tegenkomen was een Sauk oorlogs-chief Makataimeshekia, of wel Black Sparrow Hawk( later afgekort tot Black Hawk). In het noorden, staken de Fox in 1765 over naar Wisconsin en zij zetten opnieuw hun zinnen op de Vallei van St Croix, waar op dat moment de Ojibway leefden die de Dakota tijdens de jaren 1640 het gebied uit hadden gejaagd. Opnieuw brak er een strijd tussen de stammen uit. De Fox slaagde er in 1770 in om de grote Chief Saulteur, tijdens een rooftocht op een Ojibway dorp te vermoorden, maar alleen waren de Fox te zwak om de Ojibway te verdrijven. Om dit toch voor elkaar te krijgen besloten de Fox een alliantie met de Dakota te sluiten om zo de St. Crouix vallei weer in handen te krijgen. Tijdens de drie daarop volgende jaren vochten de stammen vele met elkaar in grote veldslagen, maar toen de Ojibway 6 Fox dorpen langs de Chippewa rivier veroverde hiel het voor de Fox op. Zij hadden hun laatste strijd met de Ojibway geleverd. Tegen het jaar 1783 trokken de Fox weg uit Wisconsin en staken ze de Mississippi opnieuw over richting noordoost Iowa. Hun alliantie met de Dakota was snel vergeten en al snel waren beide stammen in een strijd om het gebied van de boven Mississippi verwikkeld. Gedurende al deze jaren waren de Fox en Sauk nog steeds niet in aanraking met de Amerikanen gekomen. Toen de Iroquois eenmaal afstand hadden gedaan van hun gebieden in Ohio begonnen de eerste kolonisten het gebied ten westen van de Appalachen in te stromen. Normaal gesproken bleven de Fox ver weg van de blanken na al hun ervaringen met hen, maar de Sauk hadden inmiddels een goede band met de Engelsen opgebouwd. Deze Engelsen waren inmiddels een beetje pissig op de Amerikanen omdat deze hen hadden gedwongen het Ohio gebied voor kolonisatie open te stellen. Het duurde niet lang of de eerste gevechten tussen de kolonisten en de Ohio stammen braken uit. De Engelsen besloten neutraal te blijven en trokken hun legers terug. Deze neutraliteit gaven ze op toen de Amerikaanse burgeroorlog uitbrak, waarop de Engelsen de Ohio stammen begonnen te bewapenen en zij de stammen begonnen te stimuleren de kolonisten aan te vallen. De Fox en Sauk hadden in de eerste instantie weinig last van de strijd, tot George Rogers Clark met 200 van zijn Militia Illinois in trok en Kaskaskia,, Cahokia en Vincennes veroverde. Nadat hij de steun van de voormalige Franse bondgenoten naar zich toe had getrokken verklaarde hij dat Illinois aan Virginia behoorde. In februari van 1779, sloeg Clark een aanval van Kolonel Henry Hamilton of toen deze een poging deed het gebied te heroveren. Ook hadden de Spanjaarden zich inmiddels in de strijd tegen de Engelsen begeven, niet zozeer als Amerikaanse bondgenoot maar in ieder geval tegen de Engelsen. De Engelsen moesten wat doen. In alle haast werden er 3 campagnes opgestart. De eerste groep vielen de Spaanse posten langs de Golf van Mexico aan. De tweede groep onder leiding van kapitein Henry Bird trokken vanuit Detroit naar het zuiden en terwijl hij door Ohio trok probeerde hij indiaanse bondgenoten te verzamelen. Een derde expeditie onder het bevel van kapitein Emanuel Hesse trok naar beneden langs de Mississippi om St. Louis aan te vallen. De revolutionaire oorlog eindigde met het verdrag van Parijs in 1783. De Britten informeerden hun Natives bondgenoten dat de oorlog voorbij was en dat de aanvallen op de Amerikanen moesten stoppen, maar onofficieel bleven ze de alliantie aanmoedigen de nederzettingen aan te vallen. Ook bleven de Britten in de forten op Amerikaans grondgebied zitten, totdat alle schulden aan de engelse handelaren waren betaald. Om de alliantie toch in stand te houden bleef de Britse Indian agent in Detroit ook bezig met het bemiddelen bij conflicten tussen de stammen , zoals bij de conflicten tussen de Winnebago -Ojibway, Menominee -Ojibway, Fox&Sauk -Ojibway en Potawatomi- Miami. Bij de Conferentie van Sandusky waren de Britten niet aanwezig, wel stuurde ze een vertegenwoordiger in de persoon van Joseph Brant( Mohawk) die namens de Britten liet weten dat zij achter de Westerse alliantie zouden staan indien deze over zouden gaan tot aanvallen op de Amerikanen. De westerse alliantie, opgericht in Sandusky, bestond uiteindelijk uit de volgende stammen: Mingo, Wyandot, Miami, Deleware, Shawnee, Kickapoo, Ottawa, Ojibway, Potawatomi, en de Chickamauga(Cherokee). Pissig over de Amerikaanse aanval op hun dorpen in 1780 besloten ook de Sauk en Fox zich aan te sluiten. De Britten behielden hun controle over het gebied van de Grote meren en daarmee de controle over de bever handel. Toch ontstonden er opnieuw problemen tussen de stammen aan de zuid kusten van Lake Superior en het gebied van de Boven Mississippi. Op verzoek van de Noordwest- Compagny van Montreal hielden de Britten een conferentie in Mackinac in oktober, 1786. Het verdrag wat hieruit voort kwam maakte een einde aan de meeste strijd in het gebied van de boven Mississippi voor de daaropvolgende 20 jaar. Met een uitzondering, de Ojibway en de Dakota. De kolonisten negeerde dus gewoon de grenzen en trokken het Indiaanse gebied binnen. Toen de stammen hen op hun beurt wilde verjagen brak er oorlog uit. De aanvallen gingen heen en weer en de Amerikaanse regering probeerde nog een poging te doen het probleem door middel van een verdrag op te lossen. In December van 1787, riep de Gouverneur van het Noordwest gebied alle partijen nog eenmaal op voor ontmoeting bij de watervallen van de Muskingum Rivier bij fort Harmar. De raad van de Alliantie namen deel om hun positie te bepalen en stemde in met de Muskingum als grens, maar de stammen waren verdeelt. De Mohawk Joseph Brant verliet de vergadering voortijdig en keerde walgend terug naar Ontario. De Miami, Kickapoo en Shawnee trokken zich ook terug, maar de Deleware, Wyandot en de Detroit stammen besloten te blijven. Ook brachten zij een delegatie van Sauk Chiefs mee. Het verdrag van fort Harmar(1789) was het eerste verdrag dat de Sauk met de Amerikanen sloten, het was echter al waardeloos op het moment van tekenen. Omdat de Sauk weinig belang hadden bij de uitkomst van het verdrag van Ohio, betekende hun handtekening weinig. De andere stammen die tekenden waren belangrijker. Toen in die zomer het oorlog voeren weer hervat werd, bleek het dat de militante Miami en Shawnee het voortouw namen en de Amerikanen besloten met geweld te antwoorden. De eerste veldslagen die plaatsvonden tijdens Little Turtle’s war (1790-1794) verliepen voor de Amerikanen desastreus,. Onder leiding van Chief Little Turtle, werden de Amerikanen diverse malen verslagen en liepen de Amerikanen meer schade op dan ooit eerder door de Indianen toegebracht. President George Washington besloot uit een ander vaatje te gaan tappen en stuurde “ mad” Anthony Wayne naar het gebied. Deze was echter minder gek dan men aan zijn naam zou aflezen. Hij nam 2 jaar de tijd om zijn leger te trainen en bereidde de aanvallen op de alliantie dorpen goed voor. Ondertussen eiste de voortdurende oorlog van de alliantie zijn tol. De Alliantie kon meer dan 2000 krijgers bijeen brengen maar ze konden zo’n leger niet voor langere tijd voeden. Klagend over het gebrek aan voedsel verlieten de Sauk en Fox in 1792 de alliantie en keerde terug naar de Mississippi om zich te concentreren op de strijd tegen de Osage. Tegelijkertijd waren de Wabash (Wea, Kickapoo en Piankashaw) stammen gedwongen een aparte vrede met de Amerikanen te sluiten om dat deze een groot aantal vrouwen en kinderen van hen gevangen hielden. Tegen de tijd dat de alliantie tegenover de Amerikanen kwam te staan bij Fallen Timbers in 1794, konden ze nog maar een beroep doen op 800 krijgers. De alliantie werd verslagen en sloegen op de vlucht en zagen hoe de Engelsen de deuren van hun fort sloten, om te voorkomen dat ze met de Amerikanen in oorlog zouden komen. In November tekenen de Britten het jay verdrag met de Amerikanen en loste ze het probleem van de forten op. In augustus daarna verzamelde alle Chiefs van de alliantie zich in fort Greenville en tekende ze een verdrag waarin ze afstand deden van al hun land in Ohio met uitzondering van een gedeelte in het noordwesten. Er waren geen Sauk of Fox aanwezig, zij leefden ver naar het westen bij de Mississippi op de grens van de Verenigde staten. Een ongemakkelijke vrede streek neer over Ohio, maar de nederzettingen bleven steeds verder oprukken richting de Mississippi. Toen de Amerikanen in 1803 in het bezit van Louisiana kwamen leefden de Sauk en Fox ineens niet meer aan de rand van Amerika. Over de overname hoorden de Sauk voor het eerst toen ze een bezoek aan St. Luois brachten en de Spaanse gouverneur hen vertelde dat ze een nieuwe” vader “ hadden. Verontrust keerden ze terug naar Saukenuk( Rock Island), maar ze deden niets tot een Sauk in st. Louis gevangen werd gezet omdat hij een blanke had vermoord. De Sauk besloten een delegatie naat St. Louis te sturen om over een vrijlating te onderhandelen. De Sauk arriveerde in November 1804 en werden in de watten gelegd door de gouverneur van het indiaanse gebied William Henry Harrison. Toen alles voorbij was had de delegatie een verdrag getekend waarin ze afstand deden van 10.000.000 hectare van noordoost Missouri en west Illinois in ruil voor $2.500 aan geschenken en $1.000 annuïteiten voor een periode van 20 jaar. Een van de ondertekenaars was Quashquami, een gewone krijger(geen Chief) en geen van de anderen was bevoegd tot het verkopen van land. Later dat jaar stuurden de Dakota een wampum riem rond naar de Fox, Sauk, Ottawa en Potawatomi, waarin ze vroegen hun oorlog tegen de Osage te beëindigen en samen met hen ten strijde te trekken tegen de Amerikanen. Tegelijkertijd probeerde de Shawnee Chief Blue jacket een westerse alliantie op te richten in Brownstown, en hij nodigde de Fox en Sauk uit deel te nemen. Toen de geruchten over een aanstaande oorlog in Indiana en Illinois de ronde gingen doen in 1806, stuurde de Fox en Sauk een delegatie naar Ontario om daar de hulp van de Britten te vragen. Op dat moment zaten de Britten echter niet te wachten op een confrontatie met de Amerikanen, maar dit veranderde twee jaar later met de plotselinge opkomst van Tecumseh. Boodschappen van Tecumseh en zijn broer de profeet bereikten de Fox en Sauk in 1808. In het licht van het verdrag van 1804, vonden Tecumseh en zijn volgelingen veel gehoor, bij hun roep geen land meer af te staan aan de blanken. Maar de Sauk en Fox waren verdeelt omdat de Amerikanen nog geen daadwerkelijke aktie hadden ondernomen om het verdrag af te dwingen. Sommige waren ook blij met de handel afkomstig uit St. Louis en andere refereerden en het gene gebeurd was in 1794 en vroegen zich openlijk af hoe betrouwbaar de Engelsen zouden zijn bij een nieuwe oorlog tegen de Amerikanen. Sommige zagen echter ook wat er voor hen in het verschiet lag en volgden, hun leider Blackhawk op weg naar Tecumseh. ontmoedigd door deze vorm van oorlogsvoeren keren de Sauk terug naar Illinois. Na de dood van Tecumseh tijdens de slag om de Thames in oktober van 1813 eindigt het indiaanse verzet. De Amerikanen wilden echter nog wel de controle over het gebied in de bovenloop van Mississippi terug krijgen, die zij hadden verloren toen fort Madison verlaten werd en doordat de Engelsen het fort bij Prairie Du Chien verovert hadden. de Britten hadden tijdens de oorlog de controle over Wisconsin en ze konden de Sauk vanuit Prairie du Chien gemakkelijk voorzien van wapens, zodat de Sauk de Amerikanen op afstand konden houden. Om dit te bereiken hadden de Britten ook een kanon en 3 artilleristen beschikbaar gesteld. In de lente van 1814, ondernamen de Amerikanen een poging langs de Sauk te komen. Het resultaat was dat de Amerikanen zich terug moesten trekken en ze besloten een fort te bouwen tegenover e mond van de Des Moins rivier.(Warsaw, Illinois), Fort Edwards bleef een jaar bestaan en werd in de lente van 1815 verlaten. Ondertussen bleven de Sauk bezig met aanvallen op nederzettingen door heel Missouri en Illinois. Zelfs de Missouri -band van de Sauk( die neutraal waren), schijnen diverse Amerikaanse scalpen op hun geweten te hebben. Toen de tijd rijp was om een vrede te sluiten eisten de Amerikanen van de Sauk en Fox dat zij het verdrag van 1804 erkenden. De Missouri band van de Sauk tekenden het verdrag in Portage des Sioux in september van 1815 en de Fox tekende een dag later. Het verdrag zou door de Sauk van Rock River pas een jaar later ondertekend worden door verzet tegen het verdrag van 1804 en de plotselinge dood van hun Chief. Zelfs Black Hawk tekende, maar pas nadat de Amerikaanse Agent beloofd had dat het land niet eerder dan nodig zou worden ingenomen. Op dat moment wisten de Amerikanen nog niet hoelang dat zou duren. Na 1816 breidde de nederzettingen zich uit langs de Mississippi vanuit st. Louis. Dit was voornamelijk te wijten aan het feit dat veteranen van de oorlog van 1812, voor bewezen diensten, percelen van 160 hectaren kregen, die lagen tussen de Mississippi en de Illinois rivieren. Deze percelen werden veelal doorverkocht aan landspeculanten en de nieuwe kolonisten drongen het gebied binnen. In 1818 werd Illinois een staat en Missouri volgde in 1821. De kolonisatie kwam echter tot een stop bij de grens met Iowa door de constante oorlogsvoering tussen de stammen in het Noorden. Fort Snelling(St. Paul, minnesota) en fort Crawfort(prairi Du Chien) bleken niet voldoende om de strijdende partijen uit elkaar te houden. De strijd tussen de Ojibway en de Dakota duurde nu al meer dan een eeuw ondanks alle franse en engelse pogingen een einde aan de strijd te maken. De Amerikanen deden het niet veel beter, hoewel door de nederzettingen langs de Missouri, de Osage en de Fox en Sauk wel van elkaar gescheiden waren. Verder naar het noorden echter werden de Fox en Sauk, samen met de Menominee, Ojibway, Iowa, Winnebago, Dakota en Potawatomi steeds verder in een klein gebied gedrukt en vochten ze met elkaar om grondgebied. Hoewel ze in de strijd tegen de Osage bondgenoot waren geweest vochten zelfs de Sauk en de Iowa in een korte oorlog tegen elkaar in 1821.(word vervolgd) Het verdrag dat in 1815 met de Fox werd getekend was een uitzondering en de VS stonden erop dat de Sauk en Fox voortaan als één stam zouden worden behandelt. De federale overheid verleende de eerste mijn- vergunning in 1822 en na het verdrag van 1825 trokken vele mijnwerkers het gebied binnen. De Fox lieten het allemaal rustig gebeuren, maar aan de oostzijde van de Mississippi werden de Winnebago opgenaaid door hun Profeet (white Cloud) en hun oorlog Chief Red Bird en zij besloten de invasie te bevechten. In 1827 ontstond er hierdoor een conflict dat ook wel de Winnebago- oorlog werd genoemd. Toen de troepen uit St. Louis zich in allerijl naar het noorden spoedden, gaven Red Bird en White Cloud zich over om hun mensen te redden. Red Bird stierf uiteindelijk achter de tralies, maar White Cloud kreeg gratie van de president en werd vrij gelaten. In Augustus van het jaar 1828, werd er bij green Bay een nieuw verdrag gesloten, waarin de Winnebago( en de Ojibway, Potawatomi en Ottawa) afstand deden van hun rechten op de loodmijnen in noord Illinois en Zuid Wisconsin . Tegen het jaar 1829 waren er door de regering meer dan 4,000 mijnvergunningen afgegeven.
|