|
|
|
Op de zuidelijke plains leefden de stammen, waaronder de Wichita in Grasshouses. Dit waren ronde hutten waarvan het frame gemaakt was van de takken van de Cedar boom. Op de zuidelijke vlakten was het zomers erg heet en deze gras hutten gaven de broodnodige verkoeling. De Wichita leefden niet het hele jaar in de hutten omdat ze niet geschikt waren in de winter. Na elke winter keerden ze echter terug naar de dorpen met de Grasshouses om deze te repareren en er vervolgens gedurende de lente, zomer en herfst te verblijven. Het frame van takken werd bedekt met een dikke laag Bluestem gras. In een hut leefden zo’n twaalf personen inclusief de ouders hun kinderen en hun getrouwde dochters met schoonzoon en eventuele kleinkinderen.

|