gastenboekrkaartr

Stuur een Emailtje bij vragenzoek op de websiteTerug naar het beginvolgende

Het Basin

taalgflokatiegfpopulatiegfbandsgfcultuurgfgeschiedenisgfreservatengflinksgf

shoshoni1shoshoni2

Het cultuurgebied van het grote Basin bestaat zoals de naam al impliceert uit een groot natuurlijk basin.

Het Basin is ontstaan in de Post-Pleistoceen periode, toen de gletsjers smolten en er 68 grote meren in het gebied ontstonden waaronder Lake Bonneville en Lake Lahontan.

Great Salt Lake, Utah Lake en Sevier Lake zijn de overblijfselen van Lake Bonneville. Pyramid Lake, Winnemucca Lake en Walker Lake zijn de overblijfselen van Lake Lahontan. Deze meren zijn erg zoutrijk alsgevolg van het klimaat.

Met uitzondering van het open woestijnland in de Zuidwest hoek, is het gehele gebied ingesloten door gebergten. In het oosten ligt het Wabasch gebergte en de Rocky Mountains en in het westen de Sierra nevada; in het zuidwesten bevind zich het Colorado Plateau en in het noorden het Colombia Plateau.

Langs deze gebergte stromen de rivieren en beeken langs de hellingen en rotswanden naar beneden, maar niet uitkomend in een oceaan zoals normaal, het water verdwijnt in “ sinks”.

Door de gebergten word ook de neerslag vanuit het oosten en westen tegengehouden. Death Valley is het meest extreme voorbeeld van het klimaat in het gebied. Het ligt beneden zeeniveau en de temperatuur stijgt er zomers tot boven de 140 graden hat-eenheid.

De vegetatie in het gebied is minimaal, waardoor er ook erg weinig voedsel voorhanden was.

De bewoners van het Basin trokken rond in kleine familiegroepen met een minimale stam identiteit n en weinig gemeenschappelijke rituelen. De bands hielden zich dan ook voornamelijk bezig met het zoeken naar water, voedsel, brandhout en andere materialen voor dagelijks gebruik. De indianen waren echte verzamelaars, al werden ze soms ook “ gravers” genoemd omdat ze vaak eetbare wortels opgroeven. De indianen aten bijna alles wat in het gebied voor handen was: noten, zaden, bessen, slangen, hagedissen etc.

Daarnaast jaagden zij soms op konijnen, antilopen en vogels en soms viste zij(soms met andere bands)

Alle stammen in het gebied waren afkomstig van de Uto-Aztecische taalfamilie met uitzondering van de Washo, die een Hokan dialect spraken.

De belangrijkste stammen in het gebied waren de:

Deze bestonden weer uit verschillende subdivisies.

Zo rond de 18de eeuw kwamen ook de Basin- stammen in het bezit van paarden en begonnen ze op de Plains te jagen.