Longhouse



De Indianen van het Noord- Oosten waren afhankelijk van het gebruik van hout. Die zie je dan ook terug in hun woonvorm. De hutten waarin de Indianen van het Noord- Oosten leefden worden Long- Houses genoemd. De indianen gebruikten deze Long Houses vooral in de winter. Het Longhouse was een zogenaamd appartement- huis, waarin verschillende families leefden. In één longhouse bevonden zich meestal drie of vier vuurplaatsen die de hut vulde met rook. Daarom zaten er een aantal gaten in het dak waardoor de rook kon ontsnappen. Naar schatting waren de Longhouses 15 tot 20 meter lang. Het gebouw dat voor ceremoniële zaken werd gebruikt, werd op dezelfde wijze gebouwd, alleen waren deze soms wel 60 meter lang en tien meter hoog.

In principe is een longhouse niet meer dan een uitgestrekte vorm van een Wigwam. Het bouwen van een Longhouse begon normaal gesproken met het plaatsen van twee rijen rechte stammen van de Iep. De stammen die tegenover elkaar stonden werden vervolgens naar elkaar toegebogen en aan elkaar gemaakt, zodat er een rij van bogen ontstond. De uiteinden werden op twee verschillende manieren dicht gemaakt. de eerste was door halve cirkels van takken te maken en deze aan de constructie vast te maken de andere was door stammen in een lijn naast elkaar te plaatsen zodat er platte einden ontstonden. Uiteindelijk werd het geheel bedekt met de bast van bomen.

 

 

 

 

.