|
|
|
De Ojibway waren waarschijnlijk één van de machtigste stammen van Noord-Amerika en zeker de machtigste stam ten oosten van de Mississippi. De Lakota en Apache zijn weliswaar bekender van naam, maar het waren de Ojibway die de Irokezen versloegen en die de Lakota dwongen Minnesota te verlaten. Er waren dan ook maar weinig Amerikanen die zich realiseerden hoe machtig de Ojibway dan ook eigenlijk waren.
Hun thuislanden lagen ver ten noorden van de gebieden waar zich de kolonisten vestigden en daardoor hebben de overwinningen die Ojibway op hun vijanden behaalden nooit de juiste erkenning gekregen. Het feit dat er zoveel verschillende namen voor de stam waren en dat er zoveel divisies waren heeft er toe bijgedragen dat nooit precies duidelijk was hoe groot de stam van de Ojibway was. Daar komt nog bij dat de Ojibway zelden met de Amerikanen en vochten en ook niet vaak als stam bij de oorlogen tussen de Fransen en Engelsen betrokken waren. Als de Chippewa sloten zij meer verdragen met de Amerikanen dan welke stam dan ook, alleen al met de Engelsen en Fransen en de Canadezen sloten zij meer dan 30 verdragen.
De Europeanen kwamen in de bovengebieden van de Grote meren om in bont te handelen, en toen zij de gronden van de Ojibway zagen achtte zij deze niet geschikt om te bebouwen, van kolonisatie was dan ook voorlopig geen sprake. Later bezochten de blanken het gebied ook voor de mineralen grondstoffen en voor de houtkap, maar tot op de dag van vandaag is het nog steeds een dun bevolkt gebied. Als gevolg van deze feiten slaagden de Ojibway er goed in hun Culturele erfgoed in stand te houden. Deze bestond voornamelijk uit de zogenaamde boscultuur, maar omdat er zoveel groepen aren die verspreid over een groot grondgebied leefden waren er wel onderlinge verschillen. Zoals alle indianen pasten de Ojibway zich aan de omstandigheden aan. Zoals de Bungee(Plains Ojibway) die nadat ze de noordelijke vlakten hadden bereikt de bizon cultuur adopteerden en zo ontstonden er grote verschillen tussen hen en de andere Ojibway. Deze verschillen ontstonden vooral op het gebied van kleding, kunst en ceremonieën.
In het zuidelijk deel van het gebied van de Ojibway waren de dorpen groot en permanent bewoond en verbouwde zij maïs, quorn en bonen en ook tabak. De meeste Ojibway woonden echter in het gebied van de Grote meren waar zij landbouw bedreven, het seizoen was er kort en de oogsten waren vaak slecht. Zij waren dus genoodzaakt ook te jagen en verzamelen. Zij verzamelden onder andere wilde rijst en Maple siroop. De Bos Ojibway hadden geen zout tot hun beschikking, dus gebruikte ze over het algemeen deze siroop om hun voedsel mee te conserveren en het ermee op smaak te brengen. De Ojibway waren goede jagers en stropers en dit waren eigenschappen die ook van pas kwamen bij het voeren van oorlog. Ook het vangen van vis en dan met name steur was een goede aanvulling op hun dieet en werd op een gegeven moment steeds belangrijker voor de noordelijkste stammen. Over het algemeen gebruikte de bos Ojibway bijna geen paarden en ook jaagden zij weinig op de Bizon. Honden waren eigenlijk hun enige huisdieren en ze waren bij hun feesten een belangrijk gerecht. De Ojibway gebruikte berkenbast voor vele doeleinden. Zij maakten er potten en pannen van en ook werd de bast gebruikt om er kano’s van te maken. Deze kano was een stuk lichter in gebruik dan de uitgehakte kano die de Dakota gebruikten en ze waren ook veel sneller. Ook werd de berkenbast gebruikt om er hun Wigwams mee te bekleden
De zomerkleding van de Ojibway bestond uit gelooid leer waaraan in de winter bontstukken werden toegevoegd. De mannen droegen hemden en beide seksen droegen broeken. Hun mocassins waren typisch met een gepofte naad, zo kwamen ze ook aan hun naam. Ze waren meestal rood, geel blauw of groen gekleurd. De lange koude winters dwongen de Ojibway lange tijd in hun wigwams te verblijven, al waar zij zich bezig hielden met het maken van ingewikkelde borduurpatronen en ontwerpjes gemaakt van elandshaar. Over het algemeen droegen de mannen en vouwen hun haar lang en gevlochten, sommige mannen droegen een scalplok. De Ojibway scalpeerden soms, maar over het algemeen werden hun vijanden meteen gedood en niet gemarteld. Polygamie was niet de gewoonte. Hun sociale organisatie bestond uit de 15 tot 20 clans en vaak breidde de contacten zich uit tot buiten de eigen clan.
Voordat het eerste contact met de blanken daar was, waren de taal en de familiebanden het enige wat de bands aan elkaar verbond en zij heetten toen de Anishinabe. De levensstijl van jagen en verzamelen vereiste van hen dat zij zich opsplitste in kleine bands, die volgens een vast patroon rondtrokken om zo optimaal gebruik te maken van het geen de natuur hen gaf. In de winter werden zij opgesplitst in uitgebreide familie groepen en bewoonden zij kleine geïsoleerde dorpjes. Dit stelde de jagers in staat een groot gebied te bejagen zonder de andere groepen voor de voeten te treden.. tijdens de warmere maanden, verzamelde de groepen zich tot bands van zo’n 300-400 mensen op een bekende plaats waar voldoende vis en andere voedingsbronnen aanwezig waren. Er was bijna geen sprake van een centrale organisatie en de macht van de door erfopvolging benoemde Chiefs bleef beperkt tot hun eigen band. Een stammenraad vond zelden plaats, alleen als verschillende bands een gezamenlijke vijand tegemoet gingen. Dit veranderde wel toen de bonthandel met de Fransen begon en verschillende stammen zich hiermee gingen bemoeien.
Zoals al gezegd waren de Ojibway goede stropers en jagers en het bont van de bevers was als gevolg van de strenge winter van betere kwaliteit en kleur dan in andere gebieden. De Ojibway waren zo intensief bij de bonthandel betrokken dat de Fransen hun taal, de onofficiële taal van de bonthandel bij de noordelijke grote meren maakten.
Zowel de Ojibway als de Fransen vaarden wel bij de bonthandel. De Bonthandel bracht de Ojibway Wapens en de wapens brachten de Ojibway welvaart en macht. Maar tegelijkertijd werden ze ook afhankelijk van de Fransen met hun handel en goederen.
Omdat zij onderhandelden met de Fransen werd de macht van de Chiefs steeds groter, de bands groeiden en ze begonnen op steeds grotere schaal met elkaar samen te werken en dit vooral tijdens de Beaver Wars(1630-1700) tegen de Iroquois. Deze ontstane traditionele banden droegen ook bij aan de gemeenschappelijke eenheid en aan het gemeenschappelijke doel.
De handel met de Fransen, bracht de Ojibway ook voor het eerst in aanraking met de Europese epidemieën.
Voor het eerste contact was er niet echt sprake van een gemeenschappelijke geloofsovertuiging, voor het genezen van ziekten vertrouwde men op de medicijnen die werden verzameld door de vrouwen en sjamanen. Deze werden echter overweldigd door deze nieuwe ziekten die dodelijker waren dan alles wat zij kenden. Als gevolg hiervan ontstond de Midiwiwin( de grote medicijn society) en geheime religieuze organisatie. De Society stond open voor mannen en vrouwen en de leden voerden met zorg uitgewerkte genezing rituelen uit om de ziekten te overwinnen. De Midiwiwin hielden op berkenbast uitgebreide verslagen bij, dit zijn unieke stukken. Naast hun genezende en religieuze functie, overschreden de leden van Midewiwin de grenzen van de bands en zorgde voor een toegevoegd element aan het politieke leiderschap dat de bands bond. Nog geen 50 jaar na hun eerste ontmoeting met de Europeanen, waren de Ojibway erin geslaagd zich te ontwikkelen tot een van de grootste en machtigste stammen van Noord Amerika.
Geschiedenis:
Het arriveren van de Ojibway bij Sault Marie, ergens rond 1500, dwong verschillende stammen hun gebied te verlaten en op zoek te gaan naar nieuwe woonruimte.
De Menominee werden naar het zuiden verjaagd en gingen een verbond met de Winnebago aan. Ook lijkt het zo te zijn dat de Cheyennes en Arapaho, gedwongen werden tot een serie reizen die hen uiteindelijk naar de Plains van Colorado brachten. De continue expansie naar het westen van de Ojibway bracht hen uiteindelijk in conflict met de Dakota(Santee of Eastern Sioux) en de Assiniboin in het westerse puntje.
De datum van de eerste ontmoeting tussen de Fransen en de Ojibway is onzeker, omdat de Fransen in de eerste instantie het verschil niet zagen tussen de Ojibway en de Ottawa. Champlain Rapporteerde dat hij in 1615 een aantal Ojibway ontmoette in de dorpen van de Huron.
3 Jaar later, terwijl hij Lake Huron verkende, trok Ettienne Brule ver genoeg naar het noorden, dat de indianen die hij daar ontmoette , Ojibway zouden kunnen zijn geweest.
Toen hij de watervallen van St. marie rivier bereikte in 1623 was er zeker sprake van een ontmoeting tussen de Ojibway en de Fransen. De reis van Quebec naar de Huron dorpen aan het zuidelijkste puntje van Lake Huron was lang en gevaarlijk, dus stopten de Fransen bij de watervallen om de Ottawa en de Huron de gelegenheid te geven hun bontjacht naar het westen uit te breidden. De Ojibway en de Ottawa waren altijd goede buren geweest en aangezien de Ojibway over goede bont beschikte onderhandelden de Ottawa zelf met hen. Zo kwamen de Ojibway al lang voor het eerste echte contact met de Fransen al in aanraking met hun goederen.
Over het algemeen was het gebied van de grote meren een rustig en vreedzaam gebied, tot 1630 de Beaver Wars begonnen, als gevolg van de bonthandel. Alles veranderde vanaf toen.
Omdat de Ojibway dankzij hun bonthandel over metalen wapens beschikten, konden zij de jachtgronden van andere stammen veroveren. Hierdoor konden zij mee bont verhandelen en konden zij nog meer wapens en dus macht vergaren
De oorlog met de Dakota en Winnebago werd heviger, en toen de Ottawa en Huron een handelsverdrag met de Winnebagos wilden sluiten, vermoorden de Winnebagos de Ottawa vertegenwoordigers meteen omdat zij handel met de Ojibway dreven, hun vijand en de reden dat de Ojibway de wapens bezaten.
In de dorpen van de Huron, vernamen de Fransen wat er was gebeurt en toen zij zagen dat de Huron en Ottawa zich voorbereiden op een wraakactie, grepen zij in omdat een oorlog slecht zou zijn voor de bonthandel.
In 1634 werd Jean Nicolet naar het westen gestuurd om een vredesverdrag met de Winnebagos te sluiten en om een Noordwest doorgang te vinden.
Nicolet vond de doorgang niet maar hij werd wel de eerste Europeaan die Lake Michigan bevoer. Ook slaagde hij erin een vrede te sluiten die jaren stand zou houden en die de Ottawa en Huron tijd gaf om handel op Lake Michigan te drijven.
In 1639 keerde Nicolet terug in Green Bay en hij moet toen ook enkele Ojibway ontmoet hebben al word daar geen melding van gemaakt.
Pas in 1640 was er voor het eerst regelmatig contact tussen de Fransen en de Ojibway toen er een relatie met de Jezuïeten ontstond.
In 1641 accepteerden de Ojibway een uitnodiging van de Huron om hun dorpen te bezoeken tijdens het feest van de Dood.
Vader Charles Raymbault en Issac Jacques accepteerden toen een uitnodiging van de Ojibway om hen te vergezellen op hun 17 daagse terugreis naar Sault Marie. De jezuïeten besloten mee te gaan maar niet te blijven, maar wel kwamen zij er zo achter dat de Ojibway zeer ver naar het westen woonden en daar met zeer sterke vijanden vochten zoals de Lchequamegon( de ratelslangen,Sioux)
Ondanks het vrede verdrag wat Nicolet gesloten had veranderde het gebied van de grote meren al snel in oorlogsgebied. De Beaver wars begonnen in het oosten, maar verspreidde zich al snel over het hele gebied van de Grote meren. Toen de Engelsen in 1629 Quebec innamen en de stroom Franse goederen tot stilstand kwam, grepen de Iroquois(bevoorraad door de Hollanders) hun kans en vielen zij de Algonkin stammen aan om zo het gebied bij de boven St Lawrence rivier terug te veroveren, welke zij in 1610 onder druk van de Algonkin hadden moeten verlaten.
Tot 1632 slaagden de Fransen er niet in Quebec terug te veroveren en tegen die tijd zaten hun Indiaanse bondgenoten al flink in de problemen. Omdat ze de krachtsverhoudingen in het gebied weer wilde herstellen en zij de handelsroute door de Ottawa vallei wilde beschermen, braken zij een oude regel en leverde ze wapens aan de Algonkin en Montagnais. Dit veranderde het tij echter maar kort omdat de Hollanders waren begonnen met het bewapenen van de Iroquois. Het gevolg was een wapenwedloop en toenemende agressie.
Ook de Huron en Ottawa kregen wapens van de Fransen en sommige van deze wapens werden weer door verhandelt aan de Neutrals en Tionontati. Deze bewapening vond juist plaats op het moment dat de bever schaars werd in zuid Ontario als gevolg van de handel met de Fransen.
Huron, Ottawa, neutral en Tionontati jagers loste dit probleem op door naar Lower Michigan te trekken en met gebruik van hun pas verkregen wapens, de jachtgebieden van de Assistaeronon, of vuurnatie( een verbond van Sauk, Fox, Mascouten en Potawatomi) in te nemen.
Hoewel de Fransen wisten wat er gaande was besloten zij niet in te grijpen.
Gedurende de jaren 1640, zorgde het voordeel van metalen en Vuurwapens ervoor dat de stammen van de Lower Michigan op de vlucht sloegen. Na een strijd van 10 dagen vernietigden een groep van 2000 Neutral en Ottawa krijgers een groot Assistaeronon dorp.
Datzelfde jaar probeerden de eerste groep Potawatomi vluchtelingen zich opnieuw te vestigen in het gebied rond green Bay, maar de vijandige ontvangst van de Winnebagos dwong hen verder te trekken naar het noorden om bescherming bij de Ojibway te zoeken. Binnen een paar jaar trokken er meer vluchtelingen Michigan binnen dan dat de Winnebagos aan konden en de Potawatomi settelde zich alsnog bij Green Bay zonde tegenstand van de Winnebagos.
In diezelfde periode versloegen de Ojibway de Mandan die in het Noordelijk deel van de Lower Michigan woonden en absorbeerden zij de overlevenden. Ook werkten zij samen met de Ottawa om de Assegan(bone) van Michilimackinac naar Lower Michigan te verdrijven, waar zij onderdak vonden en opgingen in Mascouten.
De Franse handelspartners en bondgenoten waren begonnen met verdrijven van alle originele stammen uit de Lower Michigan, maar zij zouden hier nooit helemaal in slagen. Geconfronteerd met een vergelijkbaar tekort aan bevers als gevolg van hun handel met de Hollanders waren de Iroquois ook op zoek naar nieuwe jachtgebieden.
Zij werden echter beperkt door krachtige vijanden in hun omgeving. De Huron wisten namelijk van het probleem van de Iroquois en de verzoeken van de Iroquois om door hun land te reizen werden tactisch afgewezen. Zij hadden geen zin om een concurrent te helpen. Nadat de Huron een jachtgroep van de Iroquois hadden gedood op betwist gebied brak er een hevige oorlog tussen hen uit. In de eerste instantie hielden de Huron stand, maar een serie van epidemieën doodde de helft van hun bevolking..
In de jaren 1640’s probeerden de Engelsen het handelsmonopolie tussen de Hollander en de Mohawk te verbeken door de Mohawk wapens aan te bieden. De Hollanders reageerden hierop door de Iroquois onbeperkte toegang tot wapens aan te bieden. Dus werden de Iroquois de best bewapende stam in Noord Amerika. Zij dreven de Algonkin uit het gebied van de Lower Ottawa en sloten de handelsroute met de Grote meren voor de Fransen af. Grote war party’s konden deze linie misschien nog wel doorbreken, maar de hoeveelheid bont dat Montreal bereikten was bijna niets meer. In 1645 waren de Fransen genoodzaakt vrede met de Mohawk te sluiten en moesten zij neutraal blijven tijdens de oorlog tussen de Huron en Iroquois. De Huron weigerden nog steeds de Iroquois tot hun grondgebied toe te laten en zij bleven maar bont naar Montreal brengen. Dus de oorlog ging door en de Iroquois begonnen de Huron dorpen nu rechtstreeks aan te vallen. In 1649 werden de Huron definitief verslagen en een jaar later overkwamen de Tionontati, Algonkin en Nippissing hetzelfde. De overlevende vluchtten grotendeels naar het westen, om onderdak te zoeken bij de Ojibway, Ottawa en Mackinac. De Iroquois war party’s gingen hen achterna, en in 1651 vestigde de Ottawa en Wyandot(Huron en Tionontati) zich ten westen van green Bay. Gaandeweg hadden de Iroquois ook nog de Neutrals aangepakt en bereidde zij zich voor op een oorlog met de Erie In Noord Ohio.
Om van succes verzekerd te zijn, boden de westerse Iroquois ( Seneca, Cayuga en Onondaga) in 1653 de Fransen vrede aan. Met 400 Fransen in heel Noord Amerika en alleen al 25.000 Iroquois hadden ze geen keus. Deze vrede stond de Iroquois toe om niet alleen de Erie aan te vallen, maar ook om 800 krijgers naar de vluchtelingen bij Green Bay te sturen. De aanval mislukte omdat de Iroquois zonder voedsel kwamen te zitten en zij zich terug moesten trekken. Maar de Iroquois hadden op de terugweg een foutje gemaakt door de Nikikoeuc Ojibway aan te vallen aan de Noord kust van Lake Huron. De Mississauga doodden bijna de helft van de Iroquois op hun terugtocht naar New York. De Iroquois hadden er een vijand bij en de Ojibway waren ongewild bij de oorlog betrokken geraakt. De Iroquois bleven hierna bezig met de rooftochten onder andere tegen de Ojibway, maar zij bleken een andere vijand te zijn als ze gewend waren. In plaats van te vluchtten gaven de Ojibway kleine stukken grond oprijs en ondertussen verzamelde de bands van de Ojibway zich bij St. Sault marie, zij waren bezig met het vormen van een legermacht waarvan de Iroquois geen idee hadden.
Nadat de Iroquois de Erie alsnog hadden verslagen dreven zij de resterende Algonkin uit Lower Michigan. Het grote aantal vluchtelingen verraste de Wisconsin stammen niet alleen, maar het deed ook een grote aanslag op hun voedselbronnen. Het grootste deel van het gebied lag zo ver noordelijk dat er geen sprake was van landbouw. Stervend van de honger,vochten de Algonkin onder elkaar, over vis en jachtgronden. De Steuroorlog begon, toen de Menominee besloten een aantal dammen te bouwen aan de mond van de rivier. Ondanks dat hierdoor de steur nioet meer bij de hoger gelegen dorpen kon komen weigerden de Menominee gehoor te geven aan de Ojibway die om verwijdering van de dammen vroegen. Als reactie hierop vielen de Ojibway aan en maakten het dorp met de grond gelijk. Omdat de Menominee met te weinig waren om wraak te nemen riepen zij de hulp van de Fox en Sauk, Potawatomi en Noquet bij green Bay in zodat steeds meer stammen bij de strijd betrokken raakten.
De Franse bonthandel was zo goed als verdwenen als gevolg van de Huron ondergang in 1649, maar zij bleven welhun voormalige bondgenoten aanmoedigen bont naar Montreal te brengen. Doordat de Iroquois het grootste deel van Ontario en de Ottawa vallei onder controle hadden lukte het alleen grote konvooien van kano’s de spullen in Montreal af te leveren. Ondanks de risico’s waren de Ottawa en Huron aan de Franse goederen geend geraakt en wilde zij het risico wel nemen. Omdat zij niet genoeg mankracht hadden riepen de Ottawa hierbij de hulp van de Ojibway in. In feite waren het eigenlijk voornamelijk de Ojibway die bont in Montreal afleverden al zagen de Fransen het verschil niet en noemde zij iedereen Ottawa. Natuurlijk kregen de Iroquois de handel in de gaten, maar zij hadden zo hun eigen idee over de handel met de Fransen. Om de konvooien te stoppen trokken de Iroquois naar de bron van het kwaad en hun war party’s gingen als beesten te keer in Wisconsin, waar zij iedereen aanvielen die zij tegen kwamen. Dit was een van de redenen( en het tekort aan bevers) dat de Wyandot Green Bay verlieten en naar het westen trokken naar Lake Pepin aan de Mississippi. Omdat zij met de Cree handelden trokken ook de meeste Ottawa weg en zochten zij onderdak bij de Ojibway in Chequamegon en Keweenaw aan de zuidkant van Lake Superior.
De vrede tussen de Fransen en de Iroquois kwam tot een gewelddadig einde in 1658. De Fransmannen Pierre ra Disson en Medart negeerde het reisverbod, en zagen hun kans schoon om met de Wyandot mee naar het westen te reizen, zij waren de eerste Fransen die Lake Superior bereikten.
Hun gidsen namen hen mee naar Chequamegon(la Pointe), waar zij overwinterde met de Ojibway en Ottawa. Menard is waarschijnlijk tijdens een wandeling vermoord door de Dakota. Dit ontmoedigde de anderen echter niet om toch over land te reizen om met de Dakota te gaan onderhandelen. Vanwege hun poging om de bonthandel weer te herstellen(en er zelf rijk van te worden) werden Radisson en Des Groseilliers bij hun terugkomst in Quebec gearresteerd in 1660. Nu dat de Dakota de waarde van het bont hadden leren kennen, waren zij niet meer bereid de bevers re delen met de Wyandot . Na diverse dreigementen verlieten de Wyandot dan ook Lake Pepin in 1661 en voegde zich bij de Ottawa in Chequamegon. De Dakota waren echter nog steeds niet tevreden over het aantal beverjagers dat zich bij hun grenzen ophielden, maar besloten het even te tolereren.. De Iroquois zagen echter kansen, nu al hun vijanden zich op een plek hadden verzameld, maar om hen aan te vallen moesten zij wel eerst ongezien door het gebied van de Ojibway zien te komen. Zij probeerden dit, maar moesten ook meteen een forse prijs betalen. Op 1662 vielen de Saulteur, Amikoue, Nippissing en Ottawa bij verassing een grote oorlogsparty van Mohawk en Oneida aan en vernietigde de party helemaal. Vandaag de dag wordt deze plek Iroquois point genoemde, maar de Ojibway noemen de plek nog steeds:” de plek van de Iroquois botten”. Hierna ondernamen de Iroquois nooit meer een poging om een raid bij Lake Superior te ondernemen en beschermd door een muur van Ojibway krijgers hadden de Ottawa en Wyandot weer de mogelijkheid bont te verzamelen en met de Fransen te handelen. Ondertussen, in St. Lawrence waren de Fransen het een beetje zat onder constante dreiging van de Iroquois te leven. Tot nu was de bonthandel altijd een particuliere zaak geweest, maar dit veranderde toen de Engelsen New York van de Hollanders overnamen. Alle rechten werden ingetrokken in 1664, en de koning nam de controle over Quebec over. De Fransen stuurden ook een regiment soldaten naar Canada, die onmiddellijk begonnen met het aanvallen van de Iroquois. Dit gegeven dwong de Iroquois uiteindelijk tot een verdrag met de Engelsen en zo begon het 100 jaar durende gevecht tuss4en de Fransen en Engelsen om Noord-Amerika. Ook bracht deze situatie grote veranderingen voor de Ojibway en Grote meren.
Omdat de Fransen zich niet meer druk maakte om de vijandelijkheden van de Iroquois, hervatte de Fransen hun reizen naar het westen. In 1665 vergezelde de bonthandelaar Nicolas Perot, de jezuïet Claude Jean Allouez en 6 andere Fransen, de Ottawa en Wyandot op hun terugreis. Al vechtende langs de Iroquois op de Ottawa rivier, bereikte ze green Bay. Allouez trok verder naar Chequamegon waar hij een gezelschap van Ojibway, Ottawa, Wyandot en een paar Kickapoo en Potawatomi tegenkwam. Hij besloot daar te blijven en bouwde een missiepost voor de Huron en Ottawa bekeerden van voor 1649..Als gevolg van de continue aanvallen van de Fransen op de Iroquois werden deze uiteindelijk gedwongen tot een vredesverdrag met zowel de Fransen als hun bongenoten en handelspartners. Dankzij deze broodnodige vrede konden de Fransen voor een periode van dertien jaar weer rustig de grote meren bezoeken. Naast de gebruikelijke handelaren vonden ook de jezuïeten hun weg naar de meren. In 1668 voegde zich vader Jacques Marquette bij Allouez. De omstandigheden die zij tegenkwamen in Wisconsin en de boven Michigan waren schokkend. Hongersnood, epidemieën en constante strijd. Het verbouwen van maïs aan de zuid kust van Lake Superieur was bijna onmogelijk, zelfs voor landbouw stammen als de Ottawa en Wyandot, Iedere winter weer kwam de hongersnood de hoek om kijken. Sommige jaren waren zij zelfs genoodzaakt hun schoenen op te eten bij gebrek aan voedsel Ondertussen ontstond er in het westen een conflict over de jachtgronden en de bontjacht met de Dakota. De Fransen hadden er echter groot belang bij dat het rustig zou blijven. Om de strijd te beëindigen werden de Fransen bemiddelaars bij de conflicten tussen de diverse stammen. Deze rol werd geformaliseerd tijdens de grote raad die gehouden werd bij Sault Ste Marie in 1671, waarbij de Fransen zich ook het gehele gebied van de grote meren toeeigenden. Ondertussen lukte het vader Marquette, de Ottawa en Wyandot over te halen zich te vestigen bij zijn nieuwe missiepost bij St. Ignance, maar voordat zij goed en el aankwamen, was de missiepost al vernietigd door een groep Seneca. De missiepost werd opnieuw gebouwd en de Wyandot en Ottawa besloten te blijven. Dit liet dus alleen de Dakota en Ojibway over in het gebied en zij waren verwikkeld in een constante strijd aan de zuidkust van Lake Superior. Tijdens de winter van 1670-1671 trof een epidemie pokken de Saulteur bij Sault Ste Marie en reduceerde de groep tot een 200 leden. Maar het verlies had weinig effect op de Ojibway, omdat kleinere bands als de Amikwa, Nikkikouek en Marameg zich bij de overlevenden voegden en dus groeide het aantal Ojibway door en nam hun invloed toe. De jezuïeten slaagde er in een paar zieltjes bij de Ojibway te winnen, maar de rol van de Ojibway bij de Franse bonthandel werd steeds groter.
Voor 1670, verkregen de Ottawa hun bont meestal via de Cree, maar in dat jaar vestigden de Engelsen echter hun eerste post aan de Hudson baai. Eindelijk in staat om zonder tussenpersoon hun bont te verhandelen gingen de Cree er mee naar de Engelsen. De Ottawa verloren dus hun belangrijkste leverancier. De Ojibway zagen hun kans schoon en stapte in de ontstane leegte. Met Franse aanmoediging breidde de Ojibway hun gebied uit naar het westen langs de beide kusten van Lake Superior. Hun beweging langs de noord-kust blokkeerde echter de britse toegang tot het gebied en zorgde voor conflicten met de Assiniboin en Cree alliantie die met de Engelsen handelden. Alhoewel, het was eigenlijk de uitbreiding langs de zuidkust die de meeste problemen gaf. Niet alleen startte deze uitbreiding een oorlog tussen de Dakota en de Ojibway, ook begon er een strijd met de fox die zich ook in de strijd om de jachtgebieden worpen. In 1678 arriveerde de Fransman Daniel DeLhut in Sault Ste Marie en hij slaagde er twee jaar later in een vrede tussen de Dakota en de Saulteur te sluiten. Ook zorgde hij voor een vrede tussen de Dakota en de Assiniboin, maar deze hield niet lang stand. Dankzij de vrede tussen de Saulteur en de Dakota stroomde de bont weer als vanouds Montreal binnen. De Ottawa en Ojibway slaagde er in bijna 2/3 van de bonthandel te controleren. Helaas was het verdrag echter gebaseerd op alle Ojibway, maar de Keweenaw besloten echter de fox te helpen bij een aanval op een grote Dakota War-party. De party werd verslagen. Natuurlijk ondernamen de saulteur niets tegen hun verwanten de Keweenaw, maar zij sloten el een verbond met de Dakota tegen de Fox. Nog de Keweenaw of de Fox wilde dat de Dakota met de Fransen onderhandelden, en om dit te voorkomen vermoordden Minominee en Ojibway krijgers van Chief Achiganaga twee Franse handelaren in het boven Michigan in 1682. DeLhut nam de schuldigen gevangen en bracht ze naar de stad voor een Europese berechting, maar de Saulteur en de Ottawa grepen in namens chief Achiganaga. Uiteindelijk besloot DeLhut er alleen in een Minominee te berechten in plaats van de Ojibway zich tegen hem in het harnas te jagen. Hij had echt geen andere keus omdat de Fransen de Ojibway hard nodig hadden. Het einde van de vrede in het gebied van de grote meren werd ingelijfd door de Iroquois toen zij in 1680 begonnen met een serie aanvallen op de Illinois. In de eerste instantie beperkte het geweld zich tot het zuiden, maar in 1683 brachten de Iroquois de strijd ook naar het noorden toen de Seneca een aanval opende op de Mackinac. Het jaar erna slaagde de Iroquois niet in een poging Fort St. Louis aan de Boven Illinois Rivier te veroveren. Dit moment wordt over het algemeen gezien als het keerpunt in de Bever Wars. Na de poging organiseerden de Fransen een Algonkin bondgenootschap tegen de Iroquois, maar de eerste aanval tegen de Iroquois liep uit om zo'’ groot fiasco dat de gouverneur van Canada besloot een vredes verdrag met de Iroquois te sluiten waarin hij afstand deed van het grootste deel van Illinois. Hij werd onmiddellijk vervangen door Denonville, die het verdrag meteen herriep. Hij begon meteen met het bouwen van nieuwe forten en versterkte de oude, ook gaf hij de Ojibway en de andere Algonkin geweren. Een veel sterker bondgenootschap trok in 1687 op tegen de Iroquois. Zwaar onderschat, omdat het plaats vond tijdens de king Williams war, was dit toch een van de belangrijkste momenten in de Noord-Amerikaanse geschiedenis. Rond 1690, waren de Algonkin stammen erin geslaagd, om tijdens zware veldslagen, die uitgevochten werden in vloten kano’s op Lake Erie en st. Claire, de Iroquois uit beneden Michigan te verdrijven. Hierdoor konden de Ottawa weer terugkeren naar hun oude leefplek op Manitoulin Island. De Ojibway bleven echter doorgaan met het veroveren van land, eerst heroverde ze de noord- en oostkust van Lake Huron, waarna ze verder naar het zuiden trokken en de westkust van het meer veroverde in beneden Michigan tot aan Saginaw Bay. Ondertussen heroverde de Mississauga hun oude leefgebieden in zuid Ontario op de huron, Neutrals en Tionontati. Rond het jaar 1696 hadden de meeste Iroquois hun dorpen in zuid Ontario verlaten en waren zij teruggedrongen tot hun oude leefgebied op oost Ohio en noord pennsylvenia na.
De overwinningen in het westen waren geheel toe te schrijven aan de Algonkin krijgers. De Fransen hielpen met aanvallen vanuit Quebec op de iroquois. In het gebied van de grote meren bestond de bijdrage van de Fransen uit wapens en munitie en het bijeenhouden van het bondgenootschap.De Alliantie bestond uit de Ojibway, Ottawa, Wyandot, Potawatomi, Mississauga, Fox, Sauk, Miami, Winnebago, Menominee, Kickapoo, Illinois en Mascouten. Allen waren zij het eens dat de Iroquois hun vijanden waren, maar ook was het zo dat ze elkaar ook niet altijd mochten, dus dit hield de Fransen aardig bezig. De drieledig oorlog tussen de Dakota, fox en Ojibway langs de St. Crouix in het noord-westen van Wisconsin ging door totdat de Fransen er eindelijk in slaagden een Fox-Ojibway bestand te sluiten in 1685. De vrede duurde 5 jaar, terwijl de Fox ondertussen probeerden de handel tussen de Fransen en de Dakota te voorkomen, door tol te heffen voor alle passanten. Hier ergerde de Franse commandant, Nicolas Perot, zich zo aan dat hij de Ojibway vroeg hier een einde aan te maken. De Ojibway namen die taak vervolgens zeer serieus op en samen met de Dakota verdreven zij de Fox in het jaar 1690 geheel uit de vallei van St. Croix.
De frabnse invloed op de algonkin stammen bestond voornamelijk uit het beheersen van de ruilgoederen waar de stammen afhankelijk waren. Gedurende de eerste jaren van de oorlog, opende de Fransen meer handelsposten, want zij merkte dat ondanks de toegenomen agressie, ook de hoeveelheid bont toenam. In feite was het zo dat er op een gegeven moment zoveel bont was dat het de Europese markt overspoelde en de prijs van bont afnam. Dit had ook meteen effect op de mogelijkheid van de Fransen om hun bondgenoten onder controle te houden. De indianen hadden natuurlijk geen verstand van het economische proces van vraag en aanbod en ze snapte al helemaal niet dat ze nu ineens minderen goederen kregen voor dezelfde hoeveelheid bont en zij vulde dit in als gierigheid. Gedurende de jaren 1690’s brak er in het bovengebied van de Mississippi opnieuw een oorlog uit over de jachtgronden. Aan de ene kant stonden de Dakota en tegenover hen stond een alliantie van Ojibway, fox, Kickapoo, Potawatomi, en Mascouten. De krijgers die deze strijd uitvochten, waren eigenlijk hard nodig bij de strijd tegen de Iroquois, maar naarmate de handel instortte, verloren de Fransen de controle. Het verdrag van Ryswick(1697) beëindigde de oorlog tussen de Fransen en de Engelsen, maar de gevechten tussen de Algonkin en iroquo9is gingen gewoon door. Omdat ze bijna op instortten stonden vroegen de Iroquois om vrede en hier hadden de Franse wel oren naar omdat ze bang waren dat de voortdurende strijd het land weer in een oorlog met Engeland zou kunnen trekken. De Algonkin daarentegen hadden geen interesse in een vrede. De Iroquois hadden de Ojibway en Ottawa al een vredesaanbod gedaan als zij de Alliantie zouden verlaten. Uiteindelijk lukte het de Fransen dan toch om alle Algonkin stammen over te halen vrede te sluiten en het verdrag werd in 1701 gesloten. Hiermee eindigde de Beaver Wars en hadden de Fransen de controle over het gebied van de grote meren terug. Echter al snel brachten de Fransen deze overwinning weer in gevaar……..
Al sinds vele jaren protesteerden de Jezuïeten tegen de bonthandel omdat deze gepaard ging met veel corruptie en oorlog. Er werd echter nooit naar ze geluisterd en vooral niet nadat Louis de veertiende zijn redetwist met Rome begon in 1673. Echter toen de prijs van het bont hevig daalde werd de Franse monarchie in een keer “ religieus” en gaf een decreet uit waarin de bonthandel in het gebied van de Grote meren opgeschort werd(1696). Wat voor de Franse regering een praktisch besluit leek, betekende voor de Fransen in Noord-Amerika echter een groot probleem. Terwijl de handelsposten gesloten werden en de officiële handel stopte, probeerden een aantal illegale handelaren de draad op te pakken. Vele van deze handelaren waren eerlijk, maar de meeste waren oplichters en mede als gevolg van deze oneerlijke mannen die misbruik maakte van de situatie stegen de spanningen in het gebied. In 1701 kregen de Fransen het voor elkaar nog een vrede te sluiten tussen de Saulteur en de Dakota en daarmee eindigde de vijandelijkheden die al ontstonden in de 90’er jaren. De algonkin daarentegen waren nog steeds tegen het feit dat de Fransen wapens aan de Dakota leverden. Franse handelaren die op weg waren naar de Dakota dorpen werden zonder pardon vermoord en zelfs de hoog gerespecteerde Nicholas Perot werd gevangengenomen en aan de martelpaal van de Mascouten gebonden om levend te worden verbrand. De Kickapoo redde hem en Perot ging terug naar Quebec en keerde nooit meer terug naar de grote meren.
Vanwege het verdrag van 1701 waren de Iroquois genoodzaakt, neutraal te blijven tijdens de Brits-Franse oorlogen en moesten zij de Fransen bijstaan met advies wanneer er conflicten waren tussen de bondgenoten. De Mississauga hielden zich ook niet aan de vrede, want zij gingen stug door met het aanvallen van Iroquois dorpen in zuid Ontario. Toen de Iroquois hierover hun beklag deden bij de Gouverneur, kregen zij geen gehoor, voornamelijk omdat de Fransen het te druk hadden met hun strijd tegen de Engelsen tijdens de Queen Anne’s War( 1701-1713) De iroquois kwamen hun belofte na en bleven neutraal in de oorlog, al was die neutraliteit alleen op het gebied van de strijd. Zij begonnen echter wel een economische oorlog die de Fransen bijna ten onder bracht.
Omdat de Engelse ruilgoederen van een stuk betere kwaliteit waren dan wat de Fransen konden leveren, gingen de Ottawa en Ojibway met hun bont naar Albany. Tg3en het jaar 1707 waren de Mississauga verhuist naar de Niagra watervallen, niet om te vechten maar om te handelen. Zonder bondgenoten was canada kwetsbaar voor een engelse inval. Er werd een dringend verzoek van Quebec naar Parijs gestuurd en de regering daar stond toe dat er een handelspost geopend werd bij Detroit, speciaal voor de Algonkin van de grote meren. De verantwoordelijke voor de handelspost werd Antoine de la Mothe Cadillac, de commandant van Mackinac, die de jezuïeten minachten en hen kwalijk nam dat bonthandel was opgeschort. Cadillac bouwde fort Ponchartrain en genoot ervan dat hij de Ottawa, Ojibway en Wyandot kon uitnodigen om dicht bij het fort te komen wonen om te kunnen handelen. Hierop vertrokken er zoveel indianen uit Mackinac, dat de jezuïeten niet anders konden dan de Missiepost bij St. Ignace te sluiten.
De Ottawa, Wyandot en Ojibway vestigde zich in de omgeving van Detroit, maar het getouwtrek om grond bracht spanningen tussen de Ottawa en Ojibway, die normaal gesproken goed met elkaar konden opschieten. Er zouden ergere dingen volgen. Cadillac negeerde de duidelijke signalen en nodigde andere stammen uit om in de omgeving te komen wonen, zodat ze niet met de Engelsen zouden handelen. Binnen de kortste tijd, stroomden er Saulteur, Mississauga Ojibway, Wyandot, Ottawa, Potawatomi, Miami, Illinois en zelfs wat Osages, het gebied binnen. D omgeving was niet berekend op zo’n grote toestroom en binnen de kortste keren waren de bronnen uitgeput. In 1706 vonden er al wat gevechten plaats tussen de Ottawa en de Miami., maar de druppel die de emmer deed overlopen, was wel dat Caddilac in 1710 de Fox uitnodigde. Ruim 1000 fox trokken het gebied binnen samen met een groep Kickapoo en Mascouten, hun bondgenoten.
De Fox hadden het echter nog steeds niet hoog op met de Fransen, dankzij hun ervaringen met hen in Wisconsin en nu waren ze als het ware gevraagd terug te keren naar het gebied, wat voor de Beaver Wars hun thuisland was geweest. Een aantal Fox lieten ook de andere stammen weten dat ze het gebied als hun thuisland zagen. De spanningen namen door deze situatie nog meer toe en de andere stammen vroegen de Fransen, de Fox terug te sturen naar hun land in Wisconsin. De Fransen stelde deze beslissing uit en tijdens de winter van 1710-1711 besloten de Ottawa en Potawatomi het recht in eigen hand te nemen en vielen een Mascouten jacht party aan vlak bij de hoofdwateren van de St. Joseph Rivier. De Mascouten vluchtten naar het Oosten, naar hun bondgenoten de Fox Bij Detroit.. Toen de Fox zich klaarmaakte om wraak te nemen, beveelde de commandant van Fort Ponchartrain hen te stoppen. Op dit punt, hadden de Fox genoeg van alles en zij vielen het Fort aan. Tijdens deze aanval arriveerde er een ontzetting macht van Ojibway, Huron, Ottawa en Potawatomi en deze vernietigde de Fox bijna helemaal. Een paar ontsnapte en doken onder bij de Iroquois. De rest vonden hun weg terug naar hun verwanten in Wisconsin en namen wraak door de Fransen en hun bongenoten aan te vallen. De Fox Wars ( 1712-1716 en 1728-1737) waren eigenlijk een burgeroorlog binnen de Franse Alliantie. Om de Fox en hun bondgenoten, de Mascouten en de Kickapoo goed te kunnen bestrijden moest eerst de alliantie opnieuw georganiseerd worden. Zij begonnen met de Detroit stammen, maar er waren andere problemen.
Nadat fort Ponchartrain gebouwd was waren veel stammen uit Wisconsin vertrokken naar het oosten. Het werd wat minder druk in het gebied, maar de omgeving was vele jaren overjaagt. Toen de Ojibway besloten verder naar het zuiden op zoek te gaan naar nieuwe jachtgebieden ontstonden er nieuwe conflicten. Als gevolg van het vredesverdrag tussen de Saulteur en de Dakota in 1701, werkte beide stammen samen en vochten zij tegen de Algonkin stammen in de omgeving in 1711 waren de Saulteur op oorlogspad met de stammen bij Green Bay. In het zuiden vochten de Miami met de Illinois. Het kostte de Fransen aardig wat tijd om een aantal bongenoten bij elkaar te krijgen om de Fox mee te bevechten. In 1715 lukte het de Potawatomi om de Mascouten en de Kickapoo te verslaan en zij dwongen hen een apart vredesverdrag met de Fransen te sluiten. Ondanks dat zij hun bondgenoten kwijt waren weigerde de fox te stoppen.
Het jaar erna, bemiddelde de Fransen bij het geschil tussen de Ojibway en de stammen bij Green Bay en stonden de Ojibway en de Potawatomi toe een expeditie tegen de Fox te begeleiden. Zij slaagde er echter niet in het Fox fort te veroveren en de Fransen boden de Fox een vredesverdrag aan. de Fox accepteerde het verdrag, maar beide partijen waren nog steeds kwaad en wantrouwden elkaar. De Fox bleven de Fransen irriteren door betrokken te raken bij een oorlog met de Illinois. Tegelijkertijd waren er langs de Missouri rivier ook gevechten met de Osage, waar de Franse handel ook onder te lijden had. Om in beide oorlogen tegelijk te kunnen vechten, sloten de Fox bondgenootschappen met de Dakota, Kickapoo, Iowa, Mascouten en Winnebago, de Fransen waren hier niet blij mee en vertrouwde het bondgenootschap niet. Ondertussen bekeken de Iroquois de gevechten tussen hun vijanden van een afstandje en ondertussen breidde zij hun handelsnetwerk met de Engelsen uit.
Dankzij de Foxwars, was de Franse regering er eindelijk van overtuigd geraakt dat het opschortten van de bonthandel een grote fout was geweest en ze probeerde snel de zaken te herstellen. Vanaf 1715, mochten de illegale handelaren weer legaal aan het werk. Veel van de handelaren waren inmiddels getrouwd met Ojibway en cree-vrouwen en als gevolg hiervan onstand er een geheel nieuw mixed ras dat de Metis genoemd werd. Zij opende meteen weer enkele oude handelsposten en bouwde tegelijkertijd weer nieuwe posten: La Baye, Chequamegon, Credit River, Des Chartes, La PointeMiami, Miackinac, Quiatenon, Niagara, Pimitoui, st Joseph, en Vincennes. Maar de schade was inmiddels niet meer ongedaan te maken. Tijdens de jaren 1717 waren de Saginaw Ojibway en de Ottawa gaan handelen met dec. Engelsen. In 1727 werd fort Oswego gebouwd op Iroquois gebied om de afstand te verkorten die de Algonkin moesten afleggen om de Albany handelaren te bereiken. Tegen het jaar 1728 was 80% van de bevervellen , die op de markt in Albany kwamen,afkomstig van de Franse bondgenoten. Ondertussen bleven de fox een groot probleem voor iedereen in de omgeving en nam de druk op de Fransen toe om hier iets aan te doen. In 1727 werd er voor het eerst de suggestie van genocide gedaan, maar dit was geen officiële politiek tot de koning het in 1732 goedkeurde. De Fransen namen de eerste maatregelen door de fox te isoleren van hun bondgenoten de Dakota en de Winnebago, de fox hielpen zelf mee door een aantal Kickapoo en Mascouten te doodden na een conflict. Deze stammen liepen meteen over naar de Fransen. In middels werden de Fox van alle kanten belaagd en accepteerden zij een aanbod van de Iroquois om bij hen te komen wonen.Terwijl de Fox Noord Illinois doortrokken op weg naar de Iroquois stuitte zij op een groep Illinois, met wie zij in een gevecht geraakte. Zij waren genoodzaakt een fort ter bescherming te bouwen. Dit was voor de Fransen een mooie gelegenheid om de Fox van alle kanten te laten aanvallen, zelfs door de Saginaw en Mackinac Ojibway. Toen de Fox de aanval probeerde te ontvluchtten werden zij gevangengenomen en afgeslacht. De enige Fox die nu nog over waren, waren de fox die in Wisconsin waren achtergebleven. Zij vluchtten naar de Sauk bij green Bay. De Sauk vroegen de Fransen vrede te sluiten met de fox, maar dit werd geweigerd. In 1734 arriveerde er een expeditie van Menominee en Ojibway krijgers bij een Sauk dorp om de overgave van de Fox te eisen. De Sauk weigerde en tijdens het gevecht wat hierna ontstond kwam de Franse commandant om. In de verwarring lukte het de Sauk en Fox naar westen te vluchtten tot in oost Iowa. De Fransen vielen hen nogmaals aan in 1736, echter zonder succes, maar tegen die tijd hadden de Franse bondgenoten hun lust om de Fox te pakken laten gaan en drongen ze er bij de Fransen op aan om vrede te sluiten. Geconfronteerd met een rebellie onder de bondgenoten, een oorlog tegen de Natchez en Chickasaw aan de beneden Mississippi en een opstand onder de Dakota, stemden de Fransen in met de vrede. Voor het contact met de Europeanen waren de Fox een van de grootste stammen van de grote meren, na de oorlog waren er nog zo’n 500 over in 1737. De opstand van de Dakota had zich opgebouwd over een aantal jaren en zou een periode van 130 jaar oorlog inluiden tussen de Dakota en de Ojibway. Er waren al vijandelijkheden tussen de beide stammen voordat de eerste Europeanen voet aan wal zetten bij de gr0ote meren, maar dit stelde niets voor bij wat er ontstaan was als gevolg van de bont handel. Ondanks dat ze een goede relatie met de Ojibway hadden, wilde de Fransen erg graag met de Dakota handelen. Het gevolg hier van was dat de Fransen regelmatig in conflict kwamen met hun Algonkin bondgenoten, die er niet op zaten te wachten dat de Dakota rijk waren of goed gewapend. Competitie van de engelse handelsposten dreef de Fransen er alleen maar toe meer pogingen tot de handel te ondernemen en zij stimuleerde de Ojibway dan ook verder naar het westen te trekken. Dit bracht de Ojibway in conflict met de Assiniboin die bondgenoot van de Cree waren, de belangrijkste handelspartner van de Engelsen. Hoewel ze nauw verbonden waren aan de Dakota waren de assin9iboin toch vijanden van hen en dankzij dit feit hadden de Dakota en de Ojibway een gemeenschappelijke vijand en lukte het DeLhut een vrede tussen beide stammen te sluiten. Natuurlijk was het een onnatuurlijke overeenkomst tussen twee stammen die elkaar absoluut niet mochten en het bestand werd ook niet door alle Ojibway geaccepteerd vooral niet door de Keweenaw. Dit resulteerde erin dat de Franse druk bleven de volgende dertig jaar met het in stand houden van deze vrede omdat er regelmatig weer strijd tussen beide stammen ontstond. In deze waren de Fox de derde partij die in competitie waren om de jachtgronden aan het westelijk einde van Lake Superieur De bijna uitroeiing van de Fox tijdens de Fox-wars, zorgde ervoor dat zij uit het plaatje verdwenen, en zo bleven alleen de Dakota en Ojibway over om elkaar te bevechten het grondgebied. De Franse handelaars waren inmiddels begonnen met handel op vaste basis met de Dakota bij DeLhut sinds 1712 . In 1717 werd er ook een handelspost(en Ojibway dorp) gebouwd bij Thunder Bay, in 1731 werd fort st. pierre bij rainy Lake gebouwd, fort charles werd in 1732 bij Lake of the woods gebouwd en fort Maurepas (Pembina) werd in 1734 gebouwd. Zo bereikten de Fransen het verre westen.Rond deze tijd hadden de Ojibway hun vijandschap met de Assiniboin en Cree beëindigt, maar de Dakota waren nog wel in oorlog met de beide stammen. Nu dat de Ojibway neutraal bleven in deze conflicten waren zij niet erg waardevol meer voor de Dakota. Daarnaast hadden de Ojibway hun eigen jachtgronden leeggejaagd en waren ze meer afhankelijk geworden van de jachtgebieden die zij samen met de Dakota deelden. De toenemende jacht van de Ojibway op het gedeelde gebied begon de Dakota aardig te irriteren, maar echt kwaad werden de Dakota pas toen de fransman Verndry,de Cree en Assiniboin bij de Engelsen weg te lokken door hen vuurwapens te verkopen.. De Dakota konden niet toestaan dat de Fransen vuurwapens aan hun gezworen vijanden verkochten en zij vielen fort St. Charles aan en vermoorden 21 Fransen. Waarschijnlijk meer uit eigen belang, dan om het Franse belang zworen de Ojibway wraak op de Dakota en sloten zij een verbond met de Assiniboin en Cree. De drie stammen besloten onmiddellijk de Dakota dorpen langs de Mississippi bij Lake Pepin aan te vallen. De Franse handelaren probeerden het gevecht nog te voorkomen, maar zowel de Dakota als de Ojibway wilden niet luisteren. Startende vanaf Chequamegon, begonnen de Pillager Ojibway een invasie in het terrein van de Dakota. In eerste instantie was de beweging bedoeld richting Lac Court Oreilles en Lac Flambeau om noord Wisconsin in te nemen. Vanuit daar verspreidden zij zich naar het westen in Minnesota om zo het centrum van de Dakota wereld aan te vallen(mille lacs). Samen met de Cree en Assiniboin trokken de Ojibway op vanuit Thunder Bay langs de Rainey rivier om de Dakota te verjagen uit het gebied op de grens van Minnesota en Ontario. Als gevolg van het 3 dagen durende gevecht(bij Kathio in 1750) verlieten veel Dakota hun dorpen in noord Minnesota en trokken naar het zuiden. Tegen het jaar 1780 was er geen enkel Dakota dorp meer te noorden van de Minnesota rivier. Omdat dit alles ver weg van de westerse wereld gebeurde ging het ongemerkt aan de Europeanen voorbij. Hun Aandacht ging meer uit naar de confrontatie tussen frankrijk en Engeland over Noord Amerika. De Fransen hadden het allemaal redelijk voor elkaar in het bovendeel van de grote meren, zeker nadat de Ojibway de Dakota hadden verslagen, en zij bereidden zich voor op hun tocht naar de grote vlakten.. Maar in het oostelijke deel van de grote meren en de Ohio Vallei probeerden de Engelsen en Iroquois samen een deel van de Franse handel in te pikken. De Mississauga en Saginaw Ojibway brachten hun bont voornamelijk naar Oswego en nadat de Iroquois toestonden dat er Engelse handelaren in het Ohio gebied kwamen, voege de Miami en Wyandot zich bij de overlopers. Ten zuiden van de Ohio Rivier hadden de Engelsen een bindgenoot gevonden in de Chickasaw die vaak d Mississippi blokkeerden voor de Franse handel en die maar niet verslagen konden worden door de Fransen of hun bondgenoten. Tegen de tijd dat de King george oorlog begon(1744-48), had de infectie zich verspreid tot de Choctaw, de belangrijkste Franse bondgenoot aan het onderdeel van de Mississippi. Er waren weliswaar bijna geen gevechten ten westen van de Appalachen tussen de Fransen en de Engelsen, maar de concurrentie tussen de bonthandelaren ging onverminderd door. De Ojibway en andere Grote- meren -stammen namen deel aan de oorlog door krijgers naar Quebec te sturen om het behoeden voor een Engels invasie. De grootste overwinning in deze oorlog vond plaats in 1745, toen de Engelsen erin slaagden Fort Louisburg te veroveren. Dit zorgde ervoor dat ze de St. lawreence rivir kondn afsluiten en er voor te zorgen dat er geen Franse voorraden meer aangevoerd konden worden. Zonder deze goederen stortte de Franse Alliantie in.
De Miami en Wyandot braken met de Fransen en begonnen openlijk met de Engelsen te onderhandelen. De Franse handelaren werden vermoord en de Mackinac Ojibway en de Sauk en Fox raakten in gevecht met de Detroit stammen(Ottawa, Wyandot en Potawatomi). Ondertussen, riepen de Mississauga op tot een opstand tegen de Fransen in Ontario en sloten zij een verbond met de Engelsen. Toen de oorlog in 1748 eindigde, trokken de Fransen snel het gebied door met geschenken en bemiddelingspogingen, maar de onrust bleef. In 1749 ontwikkelde zich een samenzwering tussen de Saginaw Ojibway, de Ottawa, Wyandot en Miami om met de Engelsen te gaan handelen. En in 1752 organiseerde zelfs de Illinois een geheime coalitie om dit te doen. Ondertussen hadden zich een groot aantal, Shawnee, Delaware en Mingo in west pennsylvenia en oost Ohio gevestigd (17740’s) Meestal de Ohio stammen genoemd, maakten deze nieuwkomers min of meer deel uit van de Iroquois chain, maar zij waren naar het westen gekomen tegen de wens van de raad in. Niettemin kwam het hen goed uit om met de Engelsen te handelen en de Iroquois claim op Ohio te bevestigen alleen al omdat ook de Fransen het land claimden. Niet in staat om van de Ohio stammen te winnen, vroegen de Fransen de Detroit stammen hen aan te vallen en de Engelse handelaren te verjagen in 1751. De stammen weigerden met als excuus de pokken epidemie die over het gebied trok, maar het schijnt dat de stammen op dat moment zelf overwogen om over te stappen naar de Engelsen. Wanhopig, moesten de Fransen naar het Noorden reiken om een goede bondgenoot te vinden. Charles Langlade, een Metis van Frans-Ojibway afkomst, verzamelde een war-party van 250 Ojibway, Ottawa en mackinac en leidde hen naar het zuiden in 1752 om een Miami dorp en een engelse handelspost aan te vallen bij Piqua (Ohio). Er werd een handelaar gedood en er werden 3 handelaren gevangengenomen samen met 3000 pond aan handelswaar.. er werden ook 30 Miami gedood waaronder hun Chief Memeskia. De Krijgers van Langlade kookten na de strijd het lichaam en aten het op. De andere Franse bondgenoten vergaten snel hun ideeën om met de Engelsen te gaan handelen. De Wyandot hervatte hun aanvallen op de Chickasaw die herfst en de Miami, Potawatomi en Sauk boden hun excuses bij de Fransen aan en keerden terug in het Franse Bongenootschap.Nu de alliantie weer intact was, begonnen de Fransen met het bouwen van een serie forten door Pennsylvenia om zo de engelse toegang te blokkeren. De Ohio stammen deden een beroep op de Iroquois en deze deden weer een beroep op de Engelsen. Virginia claimden Ohio ook als gevolg van een twijfelachtig verdrag met de Iroquois in 1744. In 1753 stuurden Virginia een 23 jaar oude militia Majoor genaamd “ George Washington” naar de Fransen om te eisen dat ze hun forten weghaalden van het “ engelse Grondgebied”. Natuurlijk weigerden de Fransen en tijdens een tweede missie naar het gebied in 1754, raakte Washington in gevecht met Franse soldaten en zo begon d Frans indiaanse oorlog(1755-63).
Vastbesloten om de Franse forten te vernietigden, verzamelde de Engelsen een groot leger onder leiding van generaal Edward Braddock om fort Duquesne( Pittsburg) in te nemen. Om dat ze geen zin hadden om onder zowel engels als Frans bestuur te vallen, bleven de Shawnee, Mingo en Delaware neutraal in het conflict en weigerden de Fransen te helpen bij de verdediging van het fort.
Hierdoor waren de Fransen genoodzaakt hulp uit het noorden en de westerse grote meren te halen. Langlade en zijn Mackinac Ojibway speelde opnieuw een belangrijke rol in de hinderlaag die bijna het gehele leger onder Braddock commando vernietigde. Na dit verhuisde de oorlog naar het oosten, de Ojibway krijgers gingen naar Montreal om daar de Fransen bij te staan tijdens hun campagne bij Lake Champlain in noord New York. Het was tijdens dit gebeuren dat de Ojibway smallpoks opliepen en zij namen de epidemie gedurende de winter mee naar hun dorpen. De daarop volgende epidemie, haalde veel Grote- meren -stammen uit de oorlog, maar de Ojibway Warchief Mamongesseda vocht nog met zijn krijgers bij Quebec in 1759. Na de val van Quebec was het afgelopen met de Fransen en Montreal gaf zich in 1760 over terwijl de Britse soldaten de forten over namen die door de Grote meren gebouwd waren. De Rangers van Majoor Robert Rogers bezetten Mackinac. Misschien omdat ze al sinds vele jaren met de Engelsen handelden, waren de Mississauga de enige Ojibway die de Engelsen regels accepteerden. Als gevolg van de ondergang van de Fransen, ontstond r een algemene regelloosheid en raakte de Ojibway in oorlog met de Menominee en Winnebago. Langzaamaan glipte de Engelsen in de oude Franse rol van bemiddelaar, maar terwijl het bestand dat ze onderhandelden hen op goede voet met de Menominee en Winnebago bracht, irriteerde het plan de Ojibway en bleven zij vijandelijk. Ondertussen besloot de Commandant van Noord Amerika, lord Jeffrey Amherst, de raad van de Engelse commissaris van indiaanse zaken te negeren en hij beëindigde de gewoonte van het geven van geschenken aan de verschillende Chiefs. Deze zagen dit gebaar als een belediging. Om de zaak te verergeren, verhoogde Amherst ook de prijzen van de goederen en beperkte hij de aanvoer hiervan. Vooral de verkoop van vuurwapens en kruit werd aan banden gelegd. Rond 1761 lieten de Seneca een oorlogsriem rond gaan met de oproep voor een algemene opstand tegen de Engelsen. Allen de Delaware en Shawnee reageerden, maar William Johnson ontdekte het complot tijdens een ontmoeting in Detroit met de stammen van de oude Franse alliantie. Dit weerhield Chief Minavavana er niet van, duidelijk te maken dat het ontbreken van geschenken de macht van de Chiefs aardig ondermijnde. Tijdens het jaar 1761 raakte de Miami, Ottawa, Ojibway en Potawatomi bijna in oorlog met de Shawnee, en het jaar erna vermoordde de Fox de belangrijke Ojibway Chief grand Saulteur. De droogte sloeg die zomer toe in d Ohio vallei gevolgd door een winter van schaarste. Op het hoogte punt van het lijden, stond bij de Delaware de Profeet Neolin op en riep de indianen op om de afhankelijkheid van ruilgoederen(alcohol) van zich af te werpen en terug te keren naar de oude waarden van de Delaware Zijn belangrijkste volgeling was Pontiac een Chief van de Ottawa(zijn moeder was Ojibway). Pontiac vertaalde de roep van Neolin zo dat zij het juk van de Engelsen moesten afwerpen en terug moesten naar de Franse tijden. Om dit te bereiken organiseerde hij stiekem het Pontiac complot. Toen zij toesloegen in 1763, verloren de Engelsen 8 van hun 12 forten ten westen van de Appalachen. De Saginaw hielpen Pontiac bij de aanval op Detroit terwijl de Mississauga de Seneca hielpen om fort Niagra te veroveren.in fort Mackinac hadden de soldaten nog niets vernomen van de opstand en op de verjaardag van de koning gebruikte de Ojibway een spel Lacrosse om de bewaking van het fort te verslappen. De rest van de Ojibway verzamelde zich als supporters en toeschouwers. Plotseling werd de bal door de poort van het fort gejaagd en grepen de krijgers hun wapens die zij verstopt hadden onder de kleding van de vrouwen en overvielen zij het fort. Zestien soldaten kwamen om maar de Fransen werden niet aangeraakt.een jezuïet en Charles Langlade bemiddelde voor het leven van 12 anderen waaronder de Commandant. Gegeven aan de Ottawa werden zij samengevoegd met het garnizoen van fort Edward Augustus en werden zij naar Montreal gebracht. De opstand van Pontiac stortte in toen fort Niagra, Pitt en Detroit erin slaagden overeind te blijven en er steeds meer versterkingen van Engelse kant werden aangevoerd. De Mississauga wiens bijdrage nooit zo groot waren geweest waren de eerste die apart een vredesverdrag sloten. Samen met de Caughnawaga Iroquois begeleidde zij het leger van Kolonel John Bradstet naar Detroit. De Engelsen gaven de proclamatie van 1763 uit, waarin verboden werd dat er verdere kolonisatie ten westen van de Appalachen zou plaats hebben. Amherst werd vervangen door SIRE Thomas Cage. De Mackinac Ojibway waren aanwezig bij de algemene vredesconferentie die in Niagra gehouden werd, maar de La Point en Mississippi stammen waren hier niet bij aanwezig. De Britten herstelde de gewoonte van geschenken voor de Chiefs en beloofde meer handelsposten te openen met meer goederen. Ondanks deze beloftes bleven de Mackinac en de Saginaw nog lange tijd vijandelijk en wantrouwend….de Saginaw vielen nog handelaars aan op de Ohio rivier in 1767. In Mackinac gebruikte de Engelsen verstandig de Franse handelaars om met de Ojibway te handelen.
Alexander Henry en Jean Cadotte(beide Metis) organiseerde trips, gebruik makend van grote kano’s van 12 bemanningsleden, van wie vele Ojibway, om het bont naar de markten te brengen. Pontiacs reputatie had erg geleden nadat de opstand ingestort was en hij sloot een eigen vredesverdrag met de Engelsen in 1766. Daarna verliet hij Detroit om met zijn volgelingen in noord Illinois te gaan wonen. Ondanks dat hij beloofd had de Engelsen nooit meer aan te vallen, schijnt hij toch nog een opstand te hebben willen organiseren in het westen. In 1769 werd hij in Cahokia vermoord na een dronkeman gevecht met een Peoria (Illinois) in de bar van dhr Williamson. De Britten werden ervan verdacht deze aanslag te hebben opgezet en de Ojibway Chief van Mackinac arriveerde in Cahokia geëscorteerd door twee krijgers om Williamson te zoeken,. Omdat de man niet gevonden werd vermoordde de Chief twee personeelsleden. Dit was het begin van een algemene oorlog tegen de Illinois om wraak te nemen voor de dood van Pontiac. De Ojibway hadden al eerder met de Illinois gevochten in 1752 en hadden daarbij wat grondgebied verovert in noord Illinois. Nu werden de Ojibway bijgestaan door de Fox, Sauk, Kickapoo, Ottawa, Potawatomi en Winnebago.. Nadat zij een laatste slag hadden geleverd bij Starving Rock, slaagde slechts 330 Peoria erin t de Ohio af te vluchtten naar de Fransen in Kaskaskia. De overwinnaars namen het land van de Illinois in. De proclamatie van 1763 was eigenlijk al gedoemd te mislukken op het moment dat hij werdt uitgesproken. De Amerikaanse Frontiersmen negeerde de proclamatie gewoon en trokken het gebied binnen om zomaar bezit te nemen van het indiaanse land. De Engelsen konden hen niet stoppen en omdat de rijkere kolonisten niet mochten speculeren met het land kwamen zij in opstand.
Het deed de Iroquois pijn om te zien dat zij hun gebied ten oosten van de bergen kwijtraakten aan squatters en legale kolonisatie. Om dit op te lossen hadden de Iroquois en de Engelsen een ontmoeting in fort Stanwix in 1768 en tekende een verdrag waarin de Iroquois afstand deden van hun claim op Ohio om het te openen voor kolonisatie. Niemand nam de moeite om de Delaware en de Shawnee wat te vragen terwijl zij hier leefden. Omdat hun protesten door de Iroquois genegeerd werden namen de Shawnee het recht in eigen hand. Er werden voorstellen gedaan aan de Illinois(de paar die er over waren),Wea, Piankashaw, Miami, Kickapoo, Potawatomi, Wyandot, Ottawa, Deleware, Mascouten, Ojibway, Cherokee en Chickasaw. Er werden ontmoetingen gehouden in Shawnee dorpen aan de Scotio Rivier in 1770 en 1771, maar William Johnson wist een verbond te voorkomen door te dreigen met een oorlog met de Iroquois. Dus bleven de Shawnee alleen over om te gaan strijden tegen de Frontiersmen en Virginia Militia tijdens de Dunmores war(1774). De Britten bleven geïnteresseerde observeerder tijdens het gevecht om de Ohio Vallei totdat de Amerikaanse revolutie begon(1755-1783), toen begonnen zij de Ohio stammen actief te steunen tegen de Amerikanen. Alleen de Saginaw Ojibway namen actief deel in de strijd. De Lake Superiors Ojibway en de Minnesota Ojibway hadden er geen belang bij. De Mackinac bijdrage bleef zeer beperkt. De Britten slaagde erin om tijdens de oorlog het gebied van de Grote meren onder controle te houden en de handel in stand te houden. Toen de Engelsen toestemming kregen om de Noordelijke stammen te gebruiken in de oorlog, konden de Engelsen eindelijk in 1778 een poging doen de problemen met Mackinac, Menominee en Winnebago op te lossen. Het verdrag stelde de stammen in staat deel te nemen aan een engelse expeditie die St. Luis aanviel(spanje deden inmiddels mee aan de oorlog tegen Engeland). In het oosten Hielpen krijgers van de Mississauga de Mohawk van Chief Joseph Brant in een serie aanvallen op grensposten van New York en pennsylvenia.De oorlog tussen de Dakota en Ojibway ging ook nog onverminderd door nadat de Dakota naar Minnesota waren verdreven. Grote veldslagen maakte nu plaats voor rooftochten en zorgde ervoor dat beide parijen geen rust kenden. Meestal trokken de Dakota hierbij aan het kortste eind. De Ojibway hadden betere wapens en hadden het voordeel van de lichte kano’s( de Dakota gebruikte uitgeholde boomstammen). Geen van beide hadden paarden, en eerlijk gezegd hadden de lakota de Dakota al verlaten om naar de noordelijke vlakten te trekken. Met nog maar zo’n 3-400 krijgers waren de Dakota erg in de Minderheid, zelfs de Ojibway gaven toe dat de Dakota erg dapper waren en een gevaarlijke vijand. Ondanks deze nadelen bleven de Dakota zich echter verzetten en sloten zij in 1780 een bondgenootschap met de Sauk en Fox om de St. croix vallei te heroveren. Na een groot gevecht in de St. Croix vallei, vernietigde de Ojibway zes Fox dorpen langs de Chippewa rivier. Tegen het jaar 1783 hadden de Fox zich terug getrokken uit Wisconsin en waren zij de Mississippi overgestoken naar Iowa.
Geallieerd met de Cree en Assiniboin waren de Ojibway over Noord Minnesota en west Ontario gezwermd gedurende de jaren 1740’s. Tegen 1750 hadden Ojibway groepen(Pembina band) de rode rivier bereikt op de rand van de Vlakten in Manitoba en west Minnesota hier hielden zij een pauze en paste zij zich aan de vlakten omstandigheden aan, daarna trokken zij de vlakten op om Bizon en Dakota te gaan jagen. De Ojibway leken vastbesloten de Sioux de oceaan in te jagen. De Cheyenne , die in het oosten van noord Dakota leefden , kwamen in het midden te staan. In 1770 besloten de Ojibway dat de Cheyenne voor de Dakota waren en vernietigde zij hun dorpen terwijl de krijgers op jacht waren. Vlak daarna vertrokken de Cheyennes en verhuisde naar het westen van de Missouri rivier. Voor 1750 werden de oostelijke Dakota’s gedomineerd door de Mandan, die in vaste dorpen met landbouw leefden langs de boven Missouri. Het gebied werd als het ware gedeeld met de Lakota die in de zomer naar de Plains trokken om er te jagen, maar in de winter terug gingen naar Minnesota. De Invasie van de Ojibway veranderde dit, de Lakota verbleven nu permanent op de vlakten en duwden de Mandan terug naar de Missouri. Op hun hielen zaten de Plains Ojibway, Assiniboin en Plains Cree. De achtervolging stopte toen de Lakota paarden kregen, iets wat hun vijanden ook hadden, maar nooit zoveel als zij. Als gevolg hiervan werden de Lakota de machtigste stam op de noordelijke vlakten, de opmars van de Ojibway stopte bij de Turtle Mountains. Een pokken epidemie sloeg in de winter van 1781-82 hard toe in het gebied van de rode rivier en vooral de Assiniboin die beroemd waren om hun grote winterkampen werden hard geraakt. De Overlevenden verlieten de vallei na de epidemie en trokken samen met de Plains Cree naar het westen Het Ojibway gebruik om tijdens de winter in kleine groepen te leven had hen gered. Vele bleven bij de Rode rivier, maar een groep trok ook met de Cree mee naar het westen. Omdat de Lakota inmiddels het grootse deel van noord en zuid Dakota onder controle hadden vond de trek naar het westen plaats in Canada. Door de Fransen Saulteur genoemd en door de Hudson Bay handelaren Bungee genoemd trokken de Plains Ojibway samen met de Cree en Assiniboin naar de voet van de Rocky Mountains in Alberta.
De revolutionaire oorlog eindigde officieel in 1783 met het verdrag van Parijs, maar in de Ohio vallei en bij de grote meren ging hij nog door tot in 1794. Onder het verdrag van Parijs reikte het gebied van de VS tot aan de grote meren en in het westen tot aan de Mississippi rivier. Ook moesten de Amerikanen de Britse loyalisten schadeloos stellen voor de geleden verliezen tijdens de revolutie. Opgezadeld met zware schulden als gevolg van de revolutie konden de Amerikanen deze schulden nooit betalen, zolang ze het land van de Ohio vallei niet konden verkopen. Natuurlijk wisten de Engelsen dit en zij bleven dan ook de forten in Ohio bezetten totdat de Amerikanen zouden betalen. Ondertussen bewapenden ze de stammen die vochten voor het behoud van de Ohio vallei en zaten zij rustig achterover in afwachting van de het terugkrijgen van hun voormalige koloniën als gevolg van het instorten van de economie. Officieel hadden de Engelsen hun bongenoten opgedragen de aanvallen tegen de Amerikanen te stoppen, maar het jaar daarvoor was de Britse agent Simon de Peyster begonnen met het vormen van een nieuw bondgenootschap door vrede te stichtten tussen de Ojibway, Winnebago, fox, Sauk, Menominee, Potawatomi en Miami. De Britten namen echter niet deel aan de ontmoeting tussen de stammen in 1783 in Sandusky, maar zij stuurden wel de Mohawk Joseph Brant om voor hen te spreken en de stammen te laten weten dat zij de westerse alliantie tegen de Amerikanen zouden steunen. De Amerikanen waren echter ook actief en het eerste wat zij deden was een ontmoeting hebben met de Iroquois in fort Stanwix in 1784 waar zij hen dwongen de cession van Ohio te bevestigen. Aardig toegetakeld door de Amerikanen tijdens de oorlog stemde de Iroquois hier in toe.
Amerikaanse commissarissen werden naar het westen gestuurd om acceptatie van de Ohio stammen te vragen. Het verdrag dat in 1785 werd getekend was het eerste verdrag tussen de Ojibway en de VS.
Het verdrag erkende de macht van de VS in Ohio en stelde een grens vast tussen de indiaanse en blanke gebieden. Helaas echter vertegenwoordigde de chiefs die het verdrag ondertekende de alliantie niet meer dan de commisaris die het verdrag namens de Frontiersmen ondertekende de Vijandelijkheden bleven en uit wraak werden er nederzettingen aangevallen. Het burgerleger van de Frontiersmen nam op eigen wijze wraak door de meest zuidelijke dorpen van de alliantie aan te vallen, waardoor het raadsvuur van het Shawnee dorp Waketomica verplaatst moest worden naar Brownstown bij Detroit. In een laatste poging om de situatie door middel van een verdrag op te lossen, vroeg de Gouverneur van het noordwest gebied om een bijeenkomst bij de watervallen van de Muskingum rivier(fort Harmar). De alliantie was verdeelt over de gepaste reactie Joseph Brant was tegen het opgeven van land in Ohio en verliet walgend de raad en keerde terug naar Ontario. De Wyandot besloten dat ze het overleg wilde bijwonen en haalde de Detroit Ojibway en Ottawa, Deleware en Potawatomi over met hen mee te gaan. De Saginaw Ojibway en Ottawa lieten hun mening weten door de soldaten aan te vallen die bezig waren met het bouwen van het meeting house bij fort Harmar. Het verdrag van Fort Harmar stelde de grens van de indiaanse gebieden vast op de Muskingum rivier, maar om dezelfde reden als tijdens de vorige verdragen(niet nakomen, wraak en rooftochten) hield ook dit verdrag geen stand. Nadat de Amerikanen Wabash dorpen hadden aangevallen, kregen de militante Shawnee en Miami de overhand in de Alliantie en de Amerikanen besloten tot oorlog. De eerste pogingen de indianen te verslaan liepen uit op een ramp. De strijd op Harmar(1790) enst Clairs(1791) liepen uit op een gigantische nederlaag voor de Amerikanen en waren de grootste pakken slaag die de indianen ooit aan het Amerikaanse leger zouden geven. Hierop stuurde president Washington “ mad Anthony” Wayne naar Ohio om het commando op zich te nemen. Maar Wayne was alles behalve Mad, hij was juist een weloverwogen en voorzichtig man. Hij nam twee jaar de tijd om regulieren te trainen een grote groep) om de Frontiersmen bij te kunnen staan. Ondertussen eisten de constante gevechten een aardig tol van de westerse alliantie. Als het moest konden de Alliantie 2000 krijgers op de been brengen, maar zij waren niet in staat om zoveel monden te voeden., hongerige verlieten de Sauk en Fox het gebied en keerde terug naar hun eigen leefgebied in 1792. Dat zelfde jaar namen Amerikanen veel Wabash vrouwen en kinderen gevangen(Kickapoo,Wea en Piankashaw) en dwongen de stammen tot een aparte vrede. Ondertussen, creëerde de goede voorbereidingen van Wayne twijfels binnen de alliantie. Vooral bij little Turtle(Miami) die de alliantie de grootste zegens had bezorgt.
Er werden Amerikaanse Commissarissen naar de alliantie gestuurd met het bod: vrede voor erkenning van de Muskingum grens. De Shawnee vermoorde twee van hen in 1792. Een andere delegatie kwam wel veilig aan, maar de argumenten van Chief Joseph bleven overeind en de bijeenkomst eindigde zonder een vrede. De alliantie had besloten te vechten maar ze bleven verdeelt. Nadat Wayne zijn aanval vanuit fort Washington begon werd Chief little Turtle vervangen door de Shawnee blue jacket. Tussen het leger dat de confrontatie met Wayne aan zou gaan in augustus 1794 bevonden zich ook Saginaw en Detroit Ojibway, maar de 700 krijgers waren nu met een stuk minder als voorheen. Toen de krijgers zich moesten terugtrekken van het slagveld, weigerde de Engelsen in fort Miami hun poorten te openen. De Engelsen hadden even besloten dat ze toch beter met de Amerikanen konden samenwerken dan een oorlog met hen te riskeren. In November ondertekenden de Engelsen een overeenkomst dat ze alle forten op Amerikaans grondgebied zouden verlaten. Verlaten door de Engelsen, konden de Chiefs van de alliantie niet anders dan het fort Greenville verdrag ondertekenen in 1795 waarin zij afstand deden van Ohio met uitzondering van het noord-west gedeelte. Omdat ze deel uit maakte van de Alliancie ondertekende ook de Detroit Ojibway en de Saginaw Ojibway het verdrag, maar het verlies van Ohio besloeg niet hun gebied omdat dat ten noorden van de grens lag. De Britten gaven hun forten op, maar hen werd volgens het verdrag wel toegestaan op Amerikaans grondgebied te handelen. De Amerikanen, bezetten ook nog Mackinac, maar hun activiteiten aldaar bleven beperkt tot de directe omgeving van het fort. Britse en Franse Canadezen domineerde de handel en stammen in het gebied tot 1820 Nadat de Engelsen in 1763 de controle hadden gekregen over canada vond de bonthandel voornamelijk vanuit Montreal plaats. In 1779 fuseerde een groot aantal bonthandelaren om samen de Noordwest Compagnie te vormen. Op hun verzoek riep de Engelse overheid op tot een bijeenkomst in Mackinac met de Ojibway, Dakota, fox, Sauk, Menominee en Winnebago om een einde te maken aan de oorlog tussen de stammen in verband met de bont handel. Het verdrag dat daar uit voort kwam bracht 20 jaar vrede in het gebied, met een belangrijke uitzondering: de Ojibway en de Dakota. Niets kon dit stoppen, maar de Noordwesters slaagde er toch in veel bont naar Montreal te krijgen. Tegen het jaar 1798 brachten de Noordwesters regelmatige bezoeken aan de Mandan. Om tegengas te bieden tegen deze praktijken, begonnen de Hudson Bay handelaren hun posten landinwaarts te bouwen. Tegen 1793 hadden ze een permanente post aan de Rose Rivier. Bij Pembina. Een derde concurrent begaf zich op de markt met het vormen van de xyz compagnie. Voordat de concurrentie tussen de drie begon was alcohol nooit een probleem voor de Ojibway geweest, maar nu was het wel heel makkelijk te krijgen. De Noordwesters en xyz fuseerden en beëindigde het misbruik, maar ook de Engelsen bevonden zich overal in de Dakota;’s, Minnesota en Wisconsin en zij waren een toenemende zorg voor de Amerikanen. Het factorij systeem werd in de jaren 1790’s bedacht om te kunnen concurreren met de Engelsen, maar het werd slecht gemanaged en was ineffectief. Tijdens een verkenning van de boven Mississippi in 1806, gaf Zebulon Pike de Ojibway de opdracht te stoppen met de handel met de Engelsen en hij bereikte een vrede tussen hen en de Dakota Pike was nog maar net met de terugtocht op de Mississippi begonnen toen de oorlog tussen de Dakota en Ojibway weer begon en zij weer met de Engelsen gingen handelen. John Jacob Astors Fur compagnie begaf zich op de Lake superior bontmarkt vlak na de oorlog van 1812. De Britten mochten nog steeds in het gebied handelen, maar volgens de VS wetten moesten ze nu wel een vergunning hebben. Om een bepaalde reden was het moeilijk om aan zo’n vergunning te komen en Astors kon al snel de Noordwesters uitkopen. Toch bleven in de Dakota’s, Minnesota en op de noordelijke vlakten nog vele jaren Metis en Engelse handelaren actief Bij de Dakota beter bekend als de Slota, namen de Metis hun grote red Rivier karren mee de Plains op. Zij waren de belangrijkste bron van wapens voor de Dakota tot de 1870’s.
De jaren na het Greenville verdrag waren verschrikkelijk voor de stammen van de Westelijke alliantie. Verslagen en samengepropt op een klein stuk land was er sprake van desintegratie en het uiteenvallen van de stammen invloed en structuur. Alcohol was een serieus probleem en zogenaamde peace Chiefs die een verdrag met de Amerikanen wilden sluiten waren meestal in groot gevaar om door hun eigen mensen vermoord te worden. De Alliantie klapte ineen, hoewel de Shawnee Chief Bluejacket in 1801 nog een poging deed hem te herstellen. Omdat ze nog niet tevreden waren met het land dat ze hadden na het Greenville verdrag, begonnen de Amerikanen weer langzaam meer land van de Indianen te betreden in de Ohio vallei. De Amerikaanse Gouverneur van Noordwesten had de opdracht gekregen om er zorg voor te dragen dat de Indianen afstand van hun land zouden en hij voerde deze opdracht uit. De Illinois deden in 1803 afstand van hun land in zuid Illinois ondanks het feit dat ze het land niet meer bezetten. Dat zelfde jaar verkochten de Deleware een stuk van zuid Indiana Dit werd gevolgen door een aantal verdragen in 1805,1807, en 1808, waarin de Detroit Ojibway, Ottawa, Wyandot en Potawatomi afstand deden van stukken land in noord Ohio en zuidoost Michigan. De tijden vroegen om een profeet. In 1805 ontving een Shawnee dronkaard genaamd Lalawethika een spirituele visie. Hij raakte nooit meer alcohol aan en nam een andere naam: Tenskwatawa( De open Deur). Omdat ze geen zin hadden te worstelen met deze naam noemden de Amerikanen hem de profeet. De Shawnee waren verrast over de plotselinge verassing die plaats vond in deze man, maar nadat hij een zonsverduistering juist had voorspeld kreeg hij vele aanhangers onder de diverse stammen. Zijn boodschap was eigenlijk dezelfde als die van Neolin in 1763: wijs de westerse ruilgoederen en whisky af en keer terug naar de oude manieren. Zijn religieuze beweging had waarschijnlijk gewoon heengegaan, ware het niet dat zijn broer Tecumseh was. Een groot spreker en een gewaardeerd Warchief, Tecumseh voegde aardig wat politieke waarde toe aan de beweging van zijn broer. Zijn belangrijkste boodschap was: Er mocht niet meer land aan de Amerikanen worden afgestaan.!! De zette hem recht tegenover de peace Chiefs en Harrison. Tecumseh bracht in 1808 een bezoek aan Canada en ontving daar veel steunbetuigingen en aanmoedigingen van de Engelsen. De boodschappers van de profeet brachten ook hun eerste bezoeken aan de dorpen van de Ojibway dat jaar. Vele luisterden, maar er was ook concurrentie van een Mysterieuze Miami die een beweging genaamd Trout had, ook was er sterke tegenstand van de Midewiwin, zij waren niet alleen een genezende organisatie, maar ook een organisatie die de banden tussen de Ojibway bijeen hield. Ondanks dit, besloten een aantal Miami en Ojibway toch de profeet te gaan bezoeken in Prophetstown ( Tippecanoe ) in west Indiana. Ze waren erg sceptisch toen ze arriveerden en de hongerwinter die Prophetstown trof maakte hen nog wantrouwender. Zij verlieten kwaad het dorp nadat ze eerst nog een Shawnee vrouw en kind gedood hadden. Zij waren bereid een aanval te doen op de plaats maar dit werd tegengehouden door de gouverneur van Michigan. William Henry Harrison(de gouverneur van het noorden) negeerde de groeiende macht van Tecumseh en de profeet en bleef aandringen op meer land. In 1809 onderhandelde hij met de Deleware,Potawatomi, de Miami en Illinois in fort Wayne en verkreeg 3.000.000 hectare land in Zuid Indiana en Illinois. Toen hij dit hoorde, dreigde Tecumseh met het vermoorden van de Chiefs die het verdrag hadden ondertekend, hij maakte het waar toen zijn volgelingen de Wyandot Chief Leatherlips vermoorde in 1810. De peace Chiefs vervloekte de profeet als een heks, maar dit waren meer woorden als daden.De Wyandot die trouw waren aan Tecumseh trotseerden de raad en brachten de wampum belt van de oude alliantie naar Prophetstown. Zeker van oorlog, verliet Tecumseh Tippecanoe om steun te gaan zoeken bij de stammen ten zuiden van de Ohio rivier. Terwijl hij afwezig was vielen Potawatomi krijgers nederzettingen in Illinois aan. Harrison gebruikte dit voorval als een excuus om met een leger naar Prophetstown te trekken in november 1811. Ondanks de strikte opdracht van zijn broer om tijdens zijn afwezigheid niet met de Amerikanen te vechten, viel Tenskwatawa toch aan. De slag van Tippecanoe volgde en Prophetstown werd platgebrand. Het feit dat ze verslagen waren, had lang niet zoveel impact als het feit dat de reputatie van de profeet was verzwakt. Nadat Tecumseh terugkeerde moest hij al zijn macht gebruiken om de alliantie weer op te bouwen voordat de oorlog van 1812 zou uitbarsten. Tijdens dit conflict vochten Tecumseh en zijn volgelingen aan de kant van de Engelsen, maar de bijdrage van de Ojibway zit ingewikkelder in elkaar. Veel van de Detroit Ojibway en van de Saginaw Ojibway sloten zich aan bij Tecumseh totdat hij werd gedood tijdens de slag van de Thames in 1813. Mississauga krijgers hielpen de Engelsen bij de verdediging van canada tegen de Amerikaanse invasie. De Mississippi en Lake Superior Ojibway bleven neutraal maar waren wel Amerikaans gezind. De Mackinac hielpen de Engelsen bij het veroveren van fort Michilimackinac in 1812 en twee jaar later ondersteunden ze de Engelsen samen met 500 Menominee, Winnebago, Sauk Dakota en Ottawa, bij de verdediging van het fort toen de Amerikanen het probeerden te heroveren. Wat betreft de Engelsen en Amerikanen betreft eindigde de oorlog in 1812 wat voor de Indianen een totaal gevoel van verslagenheid opleverde. De Amerikanen waren de baas en het land van de Indianen begon langzaam te verdwijnen. De eerste verdragen die er gesloten werden zoals die van spring wells in 1815 waren die van een kusje en goed maken soort. In deze verdragen moest de autoriteit van Amerika worden erkent en vergaven de partijen elkaar de verwondingen toegebracht tijdens de oorlog. De Amerikanen gingen verder met hun beleid na de Fort Meigs treaty (september 1817), daar ruilden de Ojibway en anderen hun resterende Ohio land in voor reservaten. De Saginaw gaven in 1819 een groot stuk van zuidoost Michigan weg, gevolgd door de Ojibway en Potawatomi die hun land in 1821 verkochten. Vreemd genoeg vonden de eerste landverliezen plaats in Ontario bij de Mississauga. Dit begon kort na 1783, toen zij plaats moesten maken voor de Mohawk'’ van Joseph brand, die uit New York waren gevlucht tijdens de revolutie. Ook verlieten 1000den loyalisten Amerika om zich te gaan vestigen in Canada en in 1792 arriveerde een groep Moravian Deleware die het geweld in Ohio waren ontvlucht.. het wild werd schaars en de Mississauga begonnen de Deleware jagers aan te vallen uiteindelijk verloren de Mississauga al hun land. Na 1815 waren er geen oorlogen en nog maar een paar conflicten tussen de Ojibway en de Amerikanen, echter tussen de Ojibway en de Dakota bleven de Vijandelijkheden. De Ojibway hadden de Dakota tegen het jaar 1780 helemaal naar het zuiden van de Minnesota rivier gejaagd, maar de Dakota maakten deze verliezen weer goed door een stuk land van de vele kleinere Iowa af te nemen. Toen de Iowa zich naar het zuiden verplaatsten kwamen ze in conflict met de Osage, dus sloten zij een bondgenootschap met de sauk en Fox die ook in conflict met de Osage waren.
Ook na 1800 bleef het een oorlogsgebied in het bovengedeelte van de Mississippi. Na de oorlog van 1812 waren wel de Amerikanen weer de baas in het gebied, zonder bemoeienissen van de Engelsen, maar het Amerikaanse grondgebied met de Nederzettingen hield wel op bij de zuidgrens van Iowa in verband met de strijd in het Noorden. Ondanks dat het de Engelsen en de Amerikanen niet was gelukt waren de Amerikanen vastbesloten een einde te maken aan de strijd.
In 1819 werd Fort Snelling gebouwd, om de Engelsen in Minnesota te controleren en om een barrière te vormen tussen de Dakota en de Ojibway. Het controleren van de Engelsen had echter meer succes dan het scheiden van de Dakota en Ojibway. Ondanks een grote overwinning van de Dakota bij cross Lake, waren er nog steeds Ojibway dorpen zo zuidelijk als de Crow Wing rivier, waar de Ojibway vaker de Dakota bleven terroriseren dan andersom het geval was. Een Amerikaanse ooggetuige zag eens een groep Ojibway krijgers naar hun dorp terug keren met niet minder als 300 scalpen. Terwijl de gevechten gewoon door gingen voor de poorten van het Amerikaanse fort, probeerden de Amerikanen het probleem op te lossen door de grenzen van de indiaanse gebieden vast te leggen. Om dit te kunnen doen werd er een bijeenkomst georganiseerd in Augustus 1825 in Praire du Chien. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Dakota, Ojibway, Fox, Sauk, Iowa, Ottawa, Menominee, Winnebago en Potawatomi. De beroemde William Clark(die van Lewis en Clark) was de vertegenwoordiger van de Amerikaanse delegatie. Met veel cadeaus en de belofte van veel handel lukte hem een vrede te sluiten met daarin globaal aangegeven de grenzen van de diverse gebieden. De uiteindelijke grenzen zouden bepaald worden door de Amerikaanse overheid. Niet alle Ojibway waren aanwezig dus koste het nog twee verdragen(fond du lac 1826 en Butte des Morts 1827) om het proces te voltooien. Helaas brachten deze verdragen echter niet de vrede die men gehoopt had. In 1826 lokte de Ojibway een groep Dakota’s in de val net ten noorden van fort Snelling, en de Dakota namen het jaar erna wraak door een Ojibway Chief die het fort bezocht te doodden. De Amerikanen namen de verantwoordelijke Dakota gevangen en droegen hem over aan de Ojibway. Tegen het jaar 1825 hadden de Dakota en Ojibway de oorlog weer volop hervat, met de soldaten in fort Snelling als toeschouwers. Ondanks dit marcheerde de Amerikaanse kolonisatie omhoog langs de Mississippi sinds het verdrag van Prairie Du Chien het eerste doel was een opslag te creëren tussen Prairie Du Chien en Galena Illinois. Dit veroorzaakte een korte oorlog met de Winnebago in 1828, waarna de Winnebago gedwongen werden af te zien van hun landclaim in de omgeving. Aanvullende verdragen met de Ojibway Ottawa en Potawatomi voltooiden het proces van de landovername.. verder naar het zuiden weigerden de Sauk van Chief Blackhawk hun land af te staan in west Illinois, wat vast gelegd zou zijn in een vaag verdrag van 1804. Dit conflict draaide uit op de Blackhawk oorlog. Hoewel Blackhawk er vanuit ging dat de Ojibway, Winnebago en zelfs de Engelsen hem wel zouden steunen, kwamen er allen een paar Potawatomi uit Noord Illinois om hem te helpen. Nadat de Sauk kansloos verslagen waren, waren zij genoodzaakt afstand te doen van hun land in Illinois en stukken land in Oost Iowa. Tijdens de naween hiervan nam de druk op de Amerikanen toe om ook de andere stammen uit Illinois te verjagen. In het verdrag van Chicago in 1833, deden de Potawatomi, Ojibway en Ottawa afstand van hun laatste stukkenland in Illinois en stemden in met een verhuizing naar Council Bluffs aan de Missouri rivier in zuidwest Iowa. Na de Blackhawk oorlog trokken de kolonisten noord Illinois, zuid Wisconsin en oost Iowa binnen en gingen ook meteen op zoek naar meer land in het noorden(Minnesota). Ondertussen was de Oorlog tussen de Ojibway en de Dakota gewoon door gegaan en een vrede missie van Henry Schoolcraft in 1837 was mislukt. Terwijl de Ojibway Minnesota over-jaagden en de handel in bont afnam bouwde zij een schuld van $ 70.000 op bij de Amerikaanse handelaren. De Dakota hadden de zelfde problemen en verplichtingen als de Ojibway en beide stammen besloten om een groot stuk land tussen de Mississippi rivier en St Croix River te verkopen. Zij hadden tientallen jaren om het land gevochten maar geen van beide stammen was ooit in staat geweest het land veilig te gebruiken. Helaas, deelden niet alle Ojibway stammen mee in de opbrengst en een aantal bleef dan ook de Dakota aan vallen. Toen een delegatie van Ojibway in 1839 naar fort Snelling kwam om hun geld op te halen, vielen de Dakota hen aan. Ruim 100 Ojibway en 23 Dakota kwamen om bij het gevecht wat plaats vond op de grond voor het Fort. In 1848 werden de Winnebago( op vreedzame voet met beide stammen) naar het gebied gebracht en werden tussen beide stammen in geplaatst bij long Prairie. In 1851 sniekte er een aantal Ojibway die de Winnebagos bezochten weg en vermoorden 5 Dakota’s. De gevechten tussen beide stammen namen pas echt af toen de Dakota verhuisd werden naar een reservaat in zuidwest Minnesota tijdens de jaren 1850’s. Toch bleven er confrontaties tussen beide stammen tot 1862 toen de Amerikanen de Dakota uit Minnesota dreven tijdens de Minnesota Vallei opstand . Tot in de verre 18 de eeuw bleven de Ojibway in Minnesota nauwere banden onderhouden met Canada dan met Amerika. Winnepeg en Fort geary waren ook dichterbij dan de handelaren in St Paul en de Medicine Line( de grens) tussen canada en de VS betekende niets voor de Indianen. De contacten tussen de Canadezen en de Ojibway waren zeer goed te noemen, alleen was er wel een probleem met de Frans-Ojibway-cree Metis, die zich in de vallei van de Red River hadden gesetteld en bijna een natie geworden waren. In 1811 was de Hudson-bay Handelsorganisatie begonnen met het bouwen van nederzettingen in het gebied en dit stuitte de Noordwester tegen de Borst. De Noordwesters vroegen de Ojibway, Cree en Assiniboin om de nederzettingen aan te vallen, maar dit werd door de stammen geweigerd. Alleen de Bois Brule(frans-Ojibway mixed Bloods) stemden toe. Vermomd als indianen, namen ze de gouverneur gevangen en dwongen zij 140 kolonisten te vluchtten voor hun leven. De opstand werd door lord Thomas Selkirk beëindigt in 1817. Selkirk reorganiseerde de nederzettingen en sloot een vredesverdrag met de Cree, Ojibway en Assiniboin Hij slaagde er zelfs in een vredesverdrag te sluiten met de Dakota, die nog recentelijk 33 Saltaux ( Red River Ojibway) hadden gedood bij een gevecht in Pembina. Hudson Bay en de Noordwesters fuseerden in 1821, waarmee de concurrentiestrijd eindigden. De Metis aversie tegen nieuwkomers bleef echter wel en dit resulteerde in de red River rebellieën in 1869 geleid door Louis Riel. Het koste bijna het hele Canadese leger om de opstand de kop in te drukken en Riel vluchtte naar het zuiden, naar de VS. als gevolg van de boskap aktiviteiten en de mijnbouw, had Canada er veel belang bij het land van de Indianen te krijgen, dus sloten zij een aantal verdragen waardoor de Ojibway en Huron grote stukken land kwijtraakte in de omgeving van Lake superior en Lake Huron. In Amerika vond een zelfde proces plaats en de diverse stammen raakte als gevolg van de verdragen steeds meer land kwijt. Uiteindelijk kreeg een groep Ojibway een reservaat toegewezen bij Rocky boy. In 1910 kwamen daar ook de cree van little bear bij. In noord Dakota lukte het een groep Cree om tot 1882 aan de aandacht van de overheid te onsnappen, maar de blanken die het gebied binnen trokken vroegen de overheid waarom al die indianen er nog los liepen. Voor deze groep werd het Turtle Moutain reservaat gecreëerd. De Ojibway verbleven echter niet continu in het reservaat, regelmatig verlieten ze het nog om op Bizonjacht te gaan. Tijdens de afwezigheid van de groep van little Shell, die op bizonjacht waren, (5000 mensen). Besloot de overheid dat het reservaat te groot was voor de groep indianen die er leefden en namen ze 90 % van het land af. Als gevolg hiervan strandde little Shel en zijn mensen in Montana zonder land. De overheid deed het voorstel om de indianen 10 cent per hectare te betalen voor de 10 miljoen hectare die ze kwijt raakten. Veel Ojibway namen het geld en keerden terug naar het overvolle reservaat in Noord Dakota, maar Little Shell weigerde het voorstel aan te nemen. En sindsdien zijn de mensen van Little Shel er zonder erkende status. De overheid had echter een foutje gemaakt, want later bleek dat het land in 1892 allotted was en er was niet genoeg land over om te verdelen. Uiteindelijk moest men particulier land inzetten om aan de Alottment te kunnen voldoen. In 1898 vond de laatste officiële oorlog tussen de Ojibway en de Amerikanen plaats. Er werden troepen naar het Leech Lake reservaat gestuurd om Bugonaygeshig een dissidente oudere indiaan te arresteren. Bugonaygeshig was echter al eens eerder gearresteerd geweest en moest toen na zijn straf helemaal terug naar Leech Lake lopen, hij had geen zin om dit nogmaals te doen. Toen de Ojibway zich verzamelden om hem te beschermen, ging er per ongeluk een legergeweer af en bevonden de soldaten zich onder vuur terwijl ze omsingeld waren. Een afslachting werd voorkomen en na een bestand gingen de soldaten weg zonder Bugonaygeshig. De schermutseling produceerde de laatste Medal of Honor gegeven tijdens een Indiaanse campagne. Een soldaat kreeg de medaille, maar zoals bijna tegen iedere vijand die ze ooit getrotseerd hadden, waren de Ojibway de winnaars.
|