De Pequot oorlog (1637)

 

De Pequot oorlog was een gewapend conflict tussen een alliantie van Kolonies uit Massachusetts bay en Plymouth met de indiaanse bondgenoten de Narrangansett en Mohegan en aan de andere kant de Pequot. Het doel van de oorlog was het uitroeien van de Pequot in het huidige Zuidelijk deel van New England .

Honderden werden er gedood en nog eens honderden gevangen genomen en als slaven verkocht aan de West Indische compagnie. De rest van de Pequot sloeg op de vlucht en het zou vervolgens 350 jaar duren voordat de Pequot hun politieke en economische kracht terug kregen in hun traditionele Thuisgebied langs de Pequot (thames) en Mystic rivieren in het huidige Zuidoost Connecticut.

 

De reden achter de oorlog:

Voordat de oorlog uitbrak, leidde de pogingen tot het controleren van de Bonthandel al tot diverse escalerende incidenten, die tot grote spanningen in het gebied leidde. De politieke afstand tussen de Pequot en Mohegan (ooit een gezamenlijke stam) werd vergroot doordat beide stammen ieder met een andere partner handelde, de Pequot met de Hollanders en de Mohegan met de Puriteinse Engelsen. De Pequot vielen een groep Mattabesic Indianen aan toen deze in Hartford probeerden te handelen. Ook nam de spanning toe, toen de Massachusetts Bay Kolonie begon met het produceren van Wampum, een markt die de Pequot tot aan 1633 hadden beheerst.

 

In 1634 werden John Stone, een smokkelaar en slavenhandelaar,en zeven van zijn manschappen vermoord door de westerse Niantic, trouwe klanten van de Pequot, uit wraak voor wreedheden gepleegd door de Hollanders en recentelijk John Stone. Een belangrijke Sachem, Tatobem, was aan boord gegaan van een Hollands schip om te handelen. In plaats van te handelen grepen de Hollanders de Chief echter en eiste een groot losgeld voor zijn veilige terugkeer. De Pequot stuurde snel een grote bundel Wampum en kregen het lijk van de chief er in ruil voor terug.

John Stone, kwam eigenlijk uit de west Indies en was uit Boston verderen vanwege oplichting. Hij vertrok per schip vanuit Boston en kwam aan het einde van zijn leven bij de mond van de Connecticut rivier, waar hij vrouwen en kinderen van de westerse Niantic ontvoerde, om hen als slaven te verkopen.
De Kolonisten in Boston maakten vervolgens bezwaar tegen de moord op Stone. De Pequot Sachem, Sassacus weigerde echter om de verantwoordelijke krijgers aan de kolonisten uit te leveren.
Toen werd op 20 juli, 1636, een zeer gerespecteerde handelaar, John Oldham, aangevallen terwijl hij naar Block Island op weg was om te handelen. Hij en enkele van zijn mannen werden vermoord en zijn schip werd geplunderd. Tot op de dag van vandaag weet niemand wie er verantwoordelijk was voor de dood van Oldman. In de nasleep van de Pequot oorlog beschuldigde men de Pequot van zijn dood.. Op dat moment vermoedde de kolonisten van Massachusetts Bay, Rhode Island en Connecticut echter dat de Narrangansett de schuldige waren. Zij wisten dat de indianen van Block Island bondgenoten waren van de oostelijke Niantic, die op hun beurt weer bondgenoten van de Narrangansett waren. Hoe dan ook, de reactie van de Koloniale Engelsen op de dood van Oldman, de laatste in een serie van escalerende incidenten, wordt traditioneel gezien als het begin van de Pequot Oorlog.

 

De Strijd breekt los…

Het nieuws van de dood van Oldham werd het onderwerp van de preken die gehouden werden de kolonie van Massachusetts Bay.

In augustus stuurt gouverneur Vane Dhr John Endecott op pad om wraak te gaan nemen op de Indianen van het Block eiland. De groep onder leiding van Endecott bestond uit pakwek 90 mannen en zij voeren naar het Block eiland en vielen een dorp van de Niantic aan. De meeste van de Niantic ontsnapten echter en tegenover 2 gewonden onder de groep van Endecott, stonden 14 gewonden onder de Niantic. De groep van Puriteinse militie staken vervolgens het dorp van de Niantic in brand en ook alle voorraden die de Niantic hadden verzameld voor de winter, met uitzondering van het gene de mannen konden dragen. Vervolgens vertrokken Endicott en zijn milities naar Fort Saybrook.

De puriteinen van Fort Saybrook waren niet echt blij met de aanval op de Niantic, maar een aantal van hen stemden er wel mee in om als gids van Endecott te gaan dienen. Vervolgens zeilde Endecott langs de kust, naar de dorpen van de Pequot en hij eiste opnieuw een vergoeding van de dood van Stone en nog een extra bedrag voor de dood van Oldham. Na enige tijd met de Pequot gediscussieerd te hebben, besloot Endecott dat de indianen tijd probeerden te rekken en hij viel aan. De vertraging van de Pequot was echter voldoende en zij slaagden erin om de bossen in te ontsnappen. Opnieuw moest de voormalige puriteinse gouverneur van de Massachusetts Bay kolonie, zich tevreden stellen met het platbranden van een dorp en het vernietigen van de oogst, voordat hij naar huis vertrok.

 

De Pequot strooptochten.

De strijdkrachten van John Endecott waren naar huis teruggekeerd en ondertussen bleven de puriteinse kolonisten van Connecticut achter en moesten zien te dealen met de woede van de Pequot. Deze Pequot begonnen al snel na het vertrek van endecott’s leger met het verzamelen van bondgenoten onder de 36 dorpen in het gebied, maar ze slaagden er maar gedeeltelijk in hen over te halen om zich met hun strijd te bemoeien. De westelijke Niantic sloten zich bij hen aan maar de oostelijke Niantic besloten neutraal te blijven, terwijl hun vijanden de Narrangansett en de Mohegan zich openlijk loyaal verklaarden aan de puriteinse Engelsen. De Narrangansett hadden in 1622 strijd met de Pequot gevoerd en hadden land aan hen verloren en hun vriend Roger Williams haalde hen over zich bij de Engelsen aan te sluiten.

Gedurende de herfst en winter werd Fort Saybrook met succes belegerd en iedere kolonist die zich buiten het fort liet zien werd direct gedood. Met de komst van de lente in 1637, voerden de Pequot hun aanvallen op de dorpen in Connecticut , op. Op 12 april, tijdens de aanval op Wethersfield, vermoorden de Pequot negen mannen en vrouwen en namen zij twee meisjes gevangen. In totaal kwamen er circa 30 mensen in de dorpen om.

In mei van dat jaar kwamen de leiders van de koloniën in Connecticut bijeen in Hartford, stelden een militie samen en plaatste John Mason aan het commando. Mason trok erop uit met 90 milities en 70 Mohegan krijgers onder de leiding van Chief Unca en waren vastbesloten de Pequot een pak op hun broek te geven. In fort Saybrook werd Mason vergezeld door John Underhill en nog eens 20 mannen. Underhill en Mason trokken op naar het hoofddrop van de Pequot, bij het heden ten daagse Groton, maar deze Pequot besloten niet op de vlucht te slaan en hun versterkte dorp te verdedigen. Niet in staat om het in te nemen zeilde Mason naar het oosten en stopte bij het dorp Misistuck.

 

De slachtparty in Misistuck…

 

In de overtuiging dat de Engelsen teruggekeerd waren naar Boston in Massachusetts, nam het Sachem Sassacus enkele honderden van zijn krijgers mee om een nieuwe rooftocht op Hartford te ondernemen. John Mason was echter alleen op bezoek bij de Narrangansett geweest en deze vergezelde hem met maar liefst een paar honderd krijgers. Op 23 mei 1637 opende Mason, met zo’n 400 krijgers, een verrassingsaanval op het dorp Misistuck. Hij schatte dat er zo’n 600 of 700 Pequot in het dorp aanwezig waren toen hij de aanval op de versterkte muren van het dorp opende. Het grootste deel van de krijgers was echter op pad met Sassacus en dus bestond het grootste deel van de aanwezigen in het dorp uit vrouwen en kinderen. Terwijl zij het dorp omsingeld hadden gaf Mason het bevel om de omgeving in brand te steken en na afloop gaf Mason als excuus hiervoor dat het Gods wil was geweest die het dorp had omgetoverd in een oven. Tevens gaf Mason het bevel iedere Pequot die het dorp trachtte te ontvluchten per direct doodgeschoten moest worden. Van de 600 tot 700 Pequot die in het dorp aanwezig waren werden er slechts zeven gevangengenomen en slaagden er zeven in om te ontsnappen.

De Narrangansett en Mohegan krijgers die aan de zijde van Mason hadden gevochten waren geschokt door alles wat er gebeurde en de manier waarop de Engelsen vochten…”omdat het te furieus is en teveel mensen dood”. Walgend van deze manier van oorlog voeren keerden de Narrangansett huiswaarts.

John Mason keerde ook naar huis omdat hij dacht dat de missie klaar was. De militie raakte onderweg nog wel verdwaalt, maar als gevolg hiervan liepen ze wel de terugkerende Pequot mis, die furieus waren en eropuit waren om de Puriteinen af te slachten.

 

De jacht op de Pequot.

 

De slachting in Misistuck brak de Pequot en hun bondgenoten trokken zich één voor één terug. Ze waren gedwongen hun dorpen te verlaten en vluchtten, meestal in kleine groepjes, om hun toevlucht te zoeken bij andere zuidelijke Algonkin bands. Vele van hen werden nog opgejaagd door krijgers van de Narrangansett en Mohegan. De grootste groep Pequot, geleid door Sassacus, werd onderdak geweigerd door de Metoac. Sassacus leidde vervolgens de groep, die uit zo’n 400 krijgers bestond, westwaarts langs de kust naar de Hollanders in New Amsterdam. Toen zij de Connecticut rivier overstaken, vermoorden de Pequot drie mannen die zij bij Fort Saybrook waren tegen gekomen.

Half juni vertrok John Mason vanuit Fort Saybrook met 160 mannen en 40 Mohegan scouts onder de leiding van Uncas. Zij haalden de vluchtelingen bij Saqua, een dorp van de Mattabesic, in. Omsingeld in een nabijgelegen moeras, weigerden de Pequot zich over te geven. Een paar honderd, voornamelijk vrouwen en kinderen, kreeg toestemming om met de Mattabesic te vertrekken. In de strijd die er volgde slaagde Sassacus erin om met circa 80 krijgers te ontsnappen, maar zeker 180 Pequot krijgers kwamen om of werden gevangen genomen.

Sassacus en zijn krijgers hoopten onderdak bij de Mohawk in het huidige New York te vinden, maar de Mohawk hadden de daden van de Engelsen gezien en kozen ervoor om Sassacus en zijn krijgers onmiddellijk te vermoorden. Daarna stuurden de Mohawk de scalp van Sassacus naar Hartford als een symbolisch gebaar van de Mohawk- vriendschap met de kolonie in Connecticut. Ook daarna nog bleef de roep van de puriteinen bestaan om de overgebleven Pequot op je jagen en om te brengen.

 

De Nasleep..

 

In september ontmoetten de overwinnaars van de strijd, de Narrangansett en Mohegan, elkaar bij de algemene rechtbank van Connecticut en zij stemden in met de verdeling van de Pequot en hun grondgebieden. Deze overeenkomst, ook wel bekend onder de naam:” Treaty of Hartmond”, werd op 21 september getekend(1638). De Pequot die de oorlog en massaslachting hadden overleefd werden als slaven uitgeleverd aan de Mohegan, Narrangansett en Metoac. Andere Pequot werden als slaven naar bermuda verscheept of werden gedwongen te gaan dienen als huisslaven bij de puriteinse huishoudens in Connecticut en de baai van Massachusetts. Daarnaast legden de kolonisten dus beslag op het land van de Pequot en dit deden zij omwille van het uitsterven van de stam en zij verboden de taal van de Pequot dan ook op straffe van de dood. De laatste Pequot die vervolgens nog overbleven na slavernij en de dood, waren enkelen die bij de Mohegan leefden, zij werden later vrijgelaten en kregen een reservaat in de kolonie van Connecticut toegewezen.

 

Dit was de eerste situatie waarin de Algonkin stammen in wat nu New Engeland is, te maken kregen met de Europese manier van oorlogvoering. Het idee van totale oorlog was nieuw voor hen. Na de Pequot oorlog, representeerden de koloniën zo’n macht dat er een generatie lang geen Indiaanse alliantie het tegen hen op nam tot aan de King Philips War van 1675.