|
|
|
De Zonnedans
Als er al een ritueel bekend is van de vlakten indianen, dan is het wel de Zonnedans. Nu de paarden ervoor gezorgd hadden dat de stammen meer contact met elkaar hadden was er één ceremonie die zich snel over de vlakten verspreidde: de zonnedans. Deze vond plaats tijdens een vier dagen durend festival, waarin trommelaars, dansers en toeschouwers bijeen kwamen, op zoek naar het ultieme visoen. Sommige historici denken dat de ceremonie uit 1700 stamt, maar het is een feit dat alle stammen van de vlakten een vergelijkbare ceremonie uitvoerden rond 1750. De dans was bekend onder verschillende namen: The New life lodge, the Mystery dance, the gaze at the sun dance en de thirst dance. Ongeacht de naam van de dans, alle stammen richtten een grote hut op die gebruikt werd voor de dans. in het midden van de hut bevond zich een grote paal, waar omheen de jonge mannen danste en vastte. Aan de paal hingen lange stroken leer met aan het einde scherpe pinnen. Op een door de sjamanen aangegeven moment werden de jongemannen doorboord met de pinnen en zaten ze vast aan de paal. Vervolgens dansten de jonge mannen door totdat de pinnen hun vlees scheurden en zij los waren. Hoewel er veel overeenkomsten tussen de dansen waren, toch had de dans voor de verschillende stammen, ook verschillende betekenissen. Bij de Cheyenne was het bijvoorbeeld een vernieuwing ritueel en bij de Crow werd het gebruikt om ongekende krachten op te doen, voor de strijd. In ieder geval was het een zeer belangrijk ritueel voor de stammen.
Vriend of Vijand
Ons beeld van vlakten indiaan, zo weten we inmiddels, is dus gebaseerd op wat men ons heeft voorgehouden. Een trotse indiaan te paard, een strijder en zeer oorlogszuchtig. Dit was dan ook wel het beeld wat de eerste blanken in Amerika van de indianen hadden. Als indringers lagen zij vaak overhoop met de plaatselijke bevolking, wiens land zij bezetten. Nu klopt dat beeld dan ook wel redelijk, al is het dus eenzijdig, maar het zeker dat de vlakten indianen zich zeer regelmatig bezighielden met het voeren van oorlog.Echter is het wel zo dat de strijd tussen de verschillende stammen pas echt begon met de komst van het paard. Het land werd kleiner en men had meer ruimte nodig om te kunnen voorzien in genoeg huiden en bont.
De strijd kreeg dus en belangrijke plek in het leven van de vlakten stammen en vaak sloten verschillende stammen, verbonden met elkaar. Soms op basis van afkomst en som ook op basis van een gezamenlijke vijand.
Één van deze vroege verbonden ontstond tussen de Sioux sprekende Assiniboin en de Algonkin sprekende Plains Cree. Tegenover hen stond de machtige stam van de Blackfoot alliantie, bestaande uit de Blood, Piegan en noordelijke Blackfoot( ook wel Siksika genoemd). Deze drie stammen hadden een lang bestaand verbond, gebaseerd op een gezamenlijke taal en cultuur. De derde partij in het gebied, was een verbond tussen de drie aarde- lodge stammen langs de midden Missouri rivier, hoewel dit verbond meer uit zelfbehoud was ontstaan.
Maar er was ook nog een vierde alliantie van stammen in het gebied, die alle anderen bedreigde met hun agressieve aard en vele krijgers. Dit waren de: “ zeven raads vuren” van de Sioux. Gezamenlijk waren deze Sioux goed voor zo’n 25.000 leden. De vier oostelijke stammen stonden bekend als de Dakota of Santee Sioux. In het midden leefden de Yankton en Yanktonai, houders van de heilige pijp. Veertig procent van de alliantie bestond echter uit de Teton of Westelijke Sioux.
Om goede redenen, besloten de Aarde- lodge stammen dan ook om een verbond te sluiten met de Crow, de aartsvijanden van de Sioux. Toen vervolgens de Sioux hun aantallen ook nog eens uitbreidde door een verbond te sluiten met de Cheyenne en Arapaho, waren zij werkelijk de machtigste stam op de noordelijke vlakten.
Ondanks de constante dreiging van oorlog en het feit dat de meeste stammen het landbouwen hadden losgelaten, bleven de Aard- lodge dorpen van de Hidatsa en Mandan, trouw aan hun oude gewoonten en manier van leven. Als stille poelen in de ruige wateren van verandering op de plains, bleven hun dorpen de zeer gewilde mais en Squash verbouwen. Hun grote goed beschermde dorpen en hun gastvrijheid ten opzichte van buitenstaanders, viel de blanken op. Maar waren deze blanken nou vrienden of vijanden?In ieder geval brachten de blanken problemen met zich mee waar de indianen niet tegen gewapend waren: ziekten.
De eerste uitbraak van de pokken begon zich in 1780 over de vlakten te verspreidden. Als er ook maar één stamlid, terugkeerde van een bezoek aan een ander dorp en hij of zij hoge koorts of huiduitslag had, dan mocht de stam blij zijn als er ook nog maar iemand in leven was een paar maanden later. Bij het begin van de 19de eeuw, brak er een grote epidemie van cholera en pokken uit, waarbij bijna de gehele stammen van de Ponca, Omaha, Oto en de Iowa uitgeroeid werden. Ook stierven er veel, Sioux, Mandan, Crow, Arikara en Gros Ventre. Andere stammen die flinke schade opliepen waren de : Kiowa, Pawnee, Wichita en de Caddo. De kunstenaar George Catlin bezocht de Omaha tijdens deze periode en was getuige van de verbranding van een grote Chief, Blackbird genaamd.
In de winter van 1839-40 was er wederom een epidemie van pokken. Ook deze epidemie maakte geen onderscheid en bijna 8000 Blackfoot, 2000 Pawnee en 1000 Crow kwamen om het leven. Vele indianen pleegden zelfmoord, toen hun dorpen getroffen werden en de lijken stapelde zich op konden niet meer fatsoenlijk begraven worden.
Langzaam begon het erop te lijken dat de grote dagen van de trotse vlakten- stammen geteld waren. Inmiddels waren ook Lewis en Clark hun expeditie gestart, met als opdracht om het gebied van de vlakten in kaart te brengen voor mogelijk kolonisme. (1804-1806) De daarop volgende regering van de VS, nam een verdere stap in de richting van de vlakten, door generaal Atkinson, samen met de indiaanse agent O’Fallon op pad te sturen. Dit tweetal ging op pad en kwam een groep Cheyenne tegen in the Black Hills, vlak bij hun basiskamp. De twee heren lieten deze vijftien indianen een overeenkomst tekenen (dmv een duimafdruk), waarin zij de regering de volmacht gaven over hun gebied. De indianen vertegenwoordigde echter maar één van de tien bands vande Cheyenne en zo begon het gesteggel over het grondgebied van de stammen.
Problemen op de vlakten.
Tegen de jaren 1830 viel het de stamleden van de zuidelijke stammen op, dat er lange karavaans van ezels beladen met goederen door hun gebied trokken. Deze goederen waren bestemd voor de handelsposten in Santa Fe, waar deze goederen omgeruild konden worden voor Mexicaans zilver. Geboeid en geïrriteerd door het gebeuren, besloten de krijgers van de Cheyenne, Arapaho en de Kiowa en Comanche te stoppen met hun onderlinge strijd en sloten zij een verbond.. De vijfentwintig jaar daarna overvielen deze snelle ruiters de langzame karavaans als haviken in de wind. En ook de vee- boerderijen in westen van Texas en in het noorden van New Mexico werden gewilde prooien. Voor deze stammen was er weer welvaart. In het noorden ontstond er echter een pad( de Oregan trail) dat minder welvaart bracht voor de plaatselijke stammen. Hoewel er in het begin maar weinig karavaans over het pad reisde, nam het aantal al snel toe. Het waren vooral de Mormonen die op weg waren naar Utah en ook zij brachten vele ziekten met zich mee, die al snel hun slachtoffers eistten binnen de stammen van het grote Basin.De tijden veranderden en het waren vooral de Metis die zich dat realiseerden(indianen van gemixt bloed). Deze afstammelingen van een mengelmoes van Ierse, engelse indiaanse en schotse voorouders stonden bekend als de meest ervaren kanoërs en jagers. Het waren zij die leefden tussen de verschillende werelden van de Indianen en de blanken en het waren ook zij die hun wereld zagen vervallen.
De Grote trek naar het westen was begonnen en het einde van de vlakten ook.

|