De Slag om Powder River had plaats in het Montana territorium op 17 maart 1876, tussen een strijdmacht van de Cheyenne en het leger van de VS, tijdens de Campagne van Crook naar de Bighorn in strijd om de Black Hills.
Majoor generaal Crook, commandant van het gebied van de Platte, kreeg het bevel om de kampen van de Cheyenne en Lakota, die de reservaten hadden verlaten, op te sporen. Men vermoedde dat de kampen onder leiding van Sitting Bull en Crazy Horse zich een de hoofdstromen van de Powder- , Tongue- en Rosebud rivieren bevonden. Crook vreesde dat wanneer het voorjaar zou vorderen en het weer zou verbeteren er steeds meer indianen de reservaten zouden verlaten en zich bij de vluchtelingen zouden aansluiten. Daarom wilde hij zo snel mogelijk de kampen opsporen en vernietigen.
Vergezeld door een aantal journalisten, burger- en indiaanse scouts, 45 runderen en een leger van circa 900 manschappen verliet Crook op 1 maart Ford Fetterman. Op 5 maart viel er tijdens een sneeuwstorm circa 30 cm sneeuw waardoor het leger een forse vertraging op liep. De temperatuur daalde zo erg dat de thermometers de koude van die dag niet konden registreren. De soldaten moesten hun vorken die dag verhitten in de kolen zodat ze niet aan hun tong zouden vriezen. Crook volgde de oude Bozeman trail tot aan Otter Creek en daar splitste hij op 16 maart zijn leger op. Om 5 uur ochtends werd Kolonel Joseph j. Reynolds met 300 soldaten op pad gestuurd met rantsoenen voor één dag om twee indianensporen te volgen richting de Powder rivier.
Kort voor zonsopgang op 17 maart zien de verkenners een groot indiaans dorp aan de oever van de Powder rivier liggen. Het kamp bevond zich 600 tot 1000 meter onder de soldaten die zich op een plateau bevonden. Het bleek een Cheyenne kamp van zo’n 105 tenten te zijn, dus ongeveer 600 indianen, met wellicht 225 krijgers. In het dorp bevonden zich tussen de 800 en 1500 pony’s een flink aantal. Het benaderen van het kamp, zou echter een groot probleem zijn, want de grond was bevroren en bedekt met ijs en het gebied voor hen onderbroken door diverse ravijnen. Met veel moeite leidde Reynolds zijn mannen naar beneden. Hij gaf K Compagnie het bevel om een pistool aanval te doen op het dorp, maar doordat hij de aanval niet steunde met de rest van zijn legertje, slaagde de krijgers er al snel in om te ontsnappen. De Cheyenne, inclusief Wooden Leg, lokte de soldaten van het kamp weg en namen hen vanaf de kliffen onder vuur. Ondertussen staken de vrouwen en kinderen de rivier over, waarna de krijgers en hun stamgenoten hun toevlucht zochten bij Sitting Bull, alwaar zij onderdak kregen. Tegen 9 uur nam Reynolds bezit van het verlaten dorp, in het dorp vond hij grote hoeveelheden wapens, voedsel en oorlogsmaterialen, wat er dus op wees dat de indianen onder leiding van Crazy Horse van plan waren op oorlogspad te gaan. De kolonel gaf het bevel om het kamp te vernietigen en hij trok zich vervolgens 20 mijlen terug naar de mond van Pole Creek om zich vervolgens weer bij generaal Crook aan te sluiten. Het dorp was moeilijk te vernietigen omdat de munitie een gevaar opleverde voor de manschappen, maar tegen 2.30 uur in de middag hadden ze de taak volbracht en had hij zijn mannen teruggetrokken richting Pole Creek, ze waren kapot. Daar aangekomen bleek echter dat generaal Crook er niet was, hij had zijn kamp 10 mijl ten noordoosten opgeslagen en was vergeten Reynolds hierover te informeren. In zijn haast zich terug te trekken liet Reynolds drie dode soldaten achter en een zwaargewonde burger die zijn ledematen had verloren als gevolg van wraakzuchtige indianen. Reynolds was er in geslaagd een groot deel van de Indianen Pony’s mee te nemen. De indianen stalen ze echter al snel weer terug op de ochtend van 18 maart, tijdens een sneeuwstorm, omdat de wachten moe en nalatig waren. Pas die middag kon Reynolds zich weer aansluiten bij Crook en het legertje keerde op 26 maart weer terug in fort Fetterman. Bij terugkomst werd Reynolds beschuldigd van nalatigheid omdat hij zijn mannen niet met zijn hele colonne had gesteund tijdens de eerste aanval, hij de voorraden, wapens en munitie had verbrand, in plaats van het mee te nemen voor het leger en vooral omdat hij de 800 pony’s kwijt was geraakt. In januari van 1877 moest hij voor de krijgsraad verschijnen en werd schuldig bevonden. Zijn rang werd een jaar opgeschort en hij verloor zijn commando. Zijn vriend, president Grant, schold zijn straf echter kwijt, maar Reynolds diende nooit meer in het leger. De ondergang van Custer bij Little Bighorn was mede te wijten aan het feit dat Reynolds en Crook er niet in geslaagd waren hun taak te volbrengen en Crazy Horse zijn krijgers te doodden.
|