De Quapaw |
||||
|
|
Zoals zoveel andere stammen, hadden ook de Quapaw te lijden onder de ziekten die de eerste Europeanen met zich brachten. Aangezien deze “nieuw” voor de bevolking van Noord- Amerika waren, hadden de indianen geen afweer tegen de ziekten en sloegen ze meestal hard toe binnen een stam. Sommige mensen beweren dat uiteindelijk 95% van alle Native Americans omgekomen is door de epidemieën, een getal wat mij een beetje overdreven lijkt, hoewel het wel duidelijk is dat vele en vele van hen aan de ziekten stierven. Aan het eind van de 16de eeuw wordt het aantal Quapaw op zo’n 5000+ geschat. Maar na een periode van 80 jaar was dit aantal afgenomen tot 700 als gevolg van de pokken epidemie in 1699. Een triest gegeven vooral omdat de geschiedenis en cultuur van de Quapaw van moeder op dochter en vader op zoon werd doorgegeven en met het sterven van zo velen stierf ook de geschiedenis van de Quapaw. Zelfs heden ten dage heeft de stam nog niet zoveel leden als destijds in de 16de eeuw. Tegen het jaar 1720 verlieten de Quapaw één van hun dorpen omdat ze eenvoudigweg met te weinig waren om de vier dorpen te onderhouden. Het Spaanse Juk. De tijd van de Spaanse overheersing werd gekenmerkt door de strijd tussen de Engelsen en Spanjaarden om de steun van de Quapaw. Toen de Fransen het gebied hadden verlaten waarschuwden zij de Quapaw nog de Engelsen niet aan te vallen. De Britten zagen zelf het belang van een bondgenootschap met de Quapaw ook in en ze probeerden de Quapaw voor zich te winnen met geschenken en ruilgoederen van Hoge kwaliteit. De Quapaw hadden echter van de Fransen jaren lang slechte dingen over de Engelsen gehoord en ook hun aartsvijanden de Chickasaw waren bondgenoten van deze Engelsen . Toch kozen ze voor de Engelsen in plaats van voor de Spanjaarden, maar de belangrijkste reden was dat de Engelsen een goede kwaliteit goederen hadden tegen een lage prijs. In 1784, sloten de Quapaw vrede met de Chickasaw. Dit kon omdat ze niet meer door de Fransen werden aangezet tot vijandelijkheden tegen stammen die Engels bondgenoot waren. Het verdrag leidde tot een vreedzame periode tussen de Quapaw en hun buurstammen. De Amerikanen… Toen de VS eigenaar werden van Louisiana, werden zij de baas over het leefgebied van de Quapaw en president Jefferson had een plan voor het gebied. Hij wilde alle stammen uit het oosten naar het gebied overplaatsten, zodat er in het oosten meer grond vrij kwam voor de kolonisten. Het gevolg van deze verhuizing was wel dat de stammen die al in het gebied leefden verder naar het westen moesten trekken. Het waren met name de Cherokee en Choctaw die naar het gebied verhuisde en de Quapaw konden niet anders dan 30.000.000 hectare van hun land aan de VS verkopen. Het enige stuk land dat voor de Quapaw overbleef was een smalle strook land aan de zuidoever van de rivier de Arkansas, tussen Little rock en Arkansas Post. Hiervan verloren de Quapaw nog eens de helft, door het af te staan of door fouten in het verdrag. Dit was echter nog niet genoeg voor de inwoners van het gebied, want ook het laatste stuk grond was nodig om staatsrecht te krijgen. De kolonisten schreven de overheid aan en vroegen hen de Quapaw van hun land te verwijderen. In 1824, dwong de waarnemend gouverneur van het gebied Robert Crittenden , de Quapaw de rest van hun gebied af te staan. Met dat verdrag deden de Quapaw afstand van al hun claims op de gebieden in Arkansas. De Quapaw waren nog maar met zo’n 500 en werden naar de omgeving van de Red Rivier gebracht in Noordwest Louisiana, om daar gedwongen samen te gaan leven met de Caddo. Het verblijf bij de Caddo was desastreus voor de Quapaw. Ze hadden hun thuis in de winter van 1825 verlaten en hun reis zou herinnerd worden als de Quapaw “ Trail Of Tears”. Aangekomen in het reservaat van de Caddo, waren zij niet welkom. Zij waren er niet op ingesteld om de vluchtelingen uit Arkansas te ontvangen en de grond waar de Caddo op leefden was erg schraal . In de twee jaar dat de Quapaw in het reservaat leefden stroomde de Red River drie maal over, waarbij de oogsten van de Quapaw verloren gingen. Hongersnood was het gevolg en de vrouwen en kinderen stierven in de velden in een poging te redden wat er te redden viel. De overlevenden trokken gedurende de 6 jaar daarop terug naar hun geboortegrond, waar zij illegaal verbleven en dat werd hen ook duidelijk gemaakt….. In 1833, tekenden de Quapaw opnieuw een verdrag, waarop zij voor de tweede maal Arkansas moesten verlaten. Het daarop volgende jaar verhuisden de Quapaw( onder leiding van Chief heckaton) naar het Noordoostelijke deel van het Indiaanse gebied. Daar streken zij neer in de buurt van de Shawnee en Seneca- Cayuga stammen. In dit Indiaanse gebied(nu Oklahoma)vestigden de Quapaw zich opnieuw in hun Traditionele dorpen. Helaas bleek echter dat als gevolg van een meetfout zij hun dorpen hadden gebouwd op grond van de Seneca. Onthutst splitste de stam zich op in 3 groepen. Tegen het jaar 1846 leefde één band bij de Creek, één band bleef in het Indiaanse gebied en de laatste groep leefde aan de rivier de Canadian. Tegen het jaar 1859, anticiperend op de verkoop van het land in het kansas reservaat, keerden 354 van de 400 stamleden terug naar het originele reservaat tegen betaling. De Burgeroorlog brak uit en de Quapaw tekenden een verdrag met de confederatie. Op een gegeven moment werden de Quapaw echter gedwongen om naar Kansas te vluchten en kozen zij de kant van de Unie. Na de Burgeroorlog konden de Quapaw hun reservaat in Kansas dan eindelijk verkopen. Als gevolg van de vredespolitiek van President grand, werd het reservaat onder de hoede van de Quakers geplaatst. Veel van de Quapaw vertrokken hierop om bij de katholieke Osage te gaan wonen. De groep stond onder leiding van Chief Louis Angel, ook bekend als Tallchief, die ook hun spiritueel leider was. Tegen 1877, was de groep Quapaw die bij de Osage leefde, groter als de groep die in het reservaat leefde en het gevolg hiervan was dat de Quapaw hun rechten op de grond in het reservaat zouden verliezen. In reactie op deze dreiging, smeekten de overgebleven Quapaw in het reservaat, de anderen terug te komen en nadat de eerste families hier gehoor aan gaven volgden er al snel meerdere. Tegen het jaar 1893, bestond de stam in het reservaat uit 200 leden, terwijl dat er 14 jaar eerder nog 38 waren. Als gevolg van de Dawes Act en vooruitlopend op het verkavelen, besloten de Quapaw het gebied onderling te verdelen. Deze zet leidde ertoe dat ieder lid van de stam 240 hectare grond kreeg in plaats van de 80 hectare die in de Dawes Act werden geregeld. De laatste eeuw…
|