De Tionontati |
||||
|
|
De hooglanden, zuid en west van de Nottawasaga baai, zich uitstrekkend naar het westen, tot aan de zuid-oost kusten van het Huron meer in Ontario. Populatie. Waarschijnlijk waren er voor het eerste contact met de blanken in 1616, zo’n 8.000 Tionontati. Gedurende de jaren 1630 heersten er diverse epidemieën door het gebied en tegen het jaar 1640, waren er nog 3.000 Tionontati over. Zij leefden in negen dorpen. De Tionontati hadden zwaar te lijden onder de aanvallen van de Iroquois en samen met een aantal Huron, slaagden er zo’n 1.000 van hen te ontsnappen aan deze Iroquois. Rond 1650 bereikte deze groep de tijdelijke veiligheid van het eiland Mackinac. De rest van de achtergebleven Tionontati, werden of door de Iroquois gedood of werden opgenomen in de stam. De gemixte groep van Tionontati en Huron, werden later bekend als de Wyandot. Namen: Tionontati was de naam die hen door de Huron gegeven was en betekende “ aan de andere kant van de bergen”. Vanaf hun eerste ontmoeting noemdede Fransen hen de :”Gens du Petun” of wel de “tabak natie”. Op een bepaald moment werd dit afgekort tot Petun en dit is de naam waaronder zij het meest bekend zijn. De engelse versies op de naam zijn: “ Tobacco, Tobacco indians of de Tobacco Huron. Bijna alle stammen in het gebied, inclusief de Huron, noemden zichzelf de Wendat. Wendat betekende: “eilander, of zij die op het schiereiland wonen”. Na 1649 verbasterde het in Wyandot, de naam die de Huron- Tionontati groep kreeg. Cultuur: In zeer veel opzichten, inclusief de taal, cultuur en leefstijl, waren de Tionontati gelijk aan de Huron, die iets ten oosten van hen leefden. Maar de Tionontati waren in politiek opzicht onafhankelijk van hen en ze werden nooit lid van de Huron confederatie. Wel onderhielden ze goede contacten met de Huro, handelde met hen en waren tijdens de strijd bondgenoten van elkaar. Naast deze politieke onafhankelijkheid van de Huron, was er nog een verschil tussen de stammen. De Tionontati verbouwden grote hoeveelheden tabak voor de ruilhandel, vandaar de naam die de Fransen aan hen gaven. Als gevolg van deze handel met de Huron en het feit dat ze bondgenoten waren in de strijd, was het makkelijk voor beide stammen om op te gaan in de Wyandot. Het grootse deel van deze groep bestond echter wel uit Tionontati en hun afstammelingen zijn nog steeds in de meerderheid binnen de stam. Hoewel hun afkomst in de loop der jaren verloren is gegaan, moeten er ook onder de Seneca en andere Iroquois in Oklahoma, nog afstammelingen van de Tionontati leven. Geschiedenis. Zoals het voorafgaande tijdspad en het feit dat in het jaar 1650 de Wyandot ontstonden, al aan geven, is de history van de Tionontati een korte. Net als alle andere stammen, die zich met de bonthandel bezig hielden, zorgden de Tionontati er met hun jacht op de bever voor dat hij als snel in hun thuisland uitgestorven was. Ze moesten dus op zoek naar nieuwe jachtgronden. De Huron zorgden voor genoeg bont door met de stammen in het noorden te handelen, maar de Tionontati gingen na 1630 in het onderste schiereiland van Michigan jagen. Gewapend met de nieuwe stalen wapens, verkregen door de handel met de Fransen en door bondgenootschappen te sluiten met de Neutrals en Ottawa, trokken de Tionontati het gebied binnen. Op dat moment leefden er in Lower Michigan, alleen maar “Assitaehronon”, de algemene naam voor de Algonkin stammen in het gebied. De strijd die er in het gebied ontstond tussen de stammen, markeerde het begin van de “Beaver wars” in het gebied van de westelijke meren. De westelijke expansie van de Tionontati werd echter ruw verstoord, door een broodoorlog met de Iroquois, die in 1640 begon. Nadat zij een bijna onbeperkt aantal wapens en kruit hadden gekregen van de Hollanders begonnen de Iroquois de strijd om de bonthandel alleen te beheersen. De Iroquois tekende in 1645 een verdrag met de Fransen en deze besloten neutraal te blijven. Ondertussen scheidde de Iroquois, de Huron van hun oostelijke bondgenoten af door een aantal aanvallen en dwongen zij de Algonkin en Montagnais stammen, zich naar het oosten terug te trekken. Toen dit eenmaal voor elkaar was, vielen de Iroquois, de dorpen van de Huron aan en in 1647 verwoestten zij de dorpen van de Arendaronon- Huron in hun thuisland. De Fatale slag kwam, toen de Huron tijdens de winter van 1648-49 finaal werden overvallen en verjaagd. Toen de Huron opde vlucht sloegen, zocht een groot deel van de Attignawantan- Huron onderdak bij de Tionontati. Nadat ze zoveel mogelijk Huron hadden gedood en gevangen genomen tijdens de zomer en herfst van 1649, vielen de Iroquois in de winter de dorpen van de Tionontati aan. Het grootse dorp, bij Etarita, werd verwoest, zijn missie verbrand en de twee aanwezige jezuïeten werden gemarteld en verbrand. De andere Tionontati dorpen gaven zich of over of ondergingen een vergelijkbaar lot. Men gaat er vanuit dat de overlevenden, opgenomen werden in de Iroquois stam. Terwijl de Iroquois verder gingen met het veroveren van land, slaagden zo’n 1000 Tionontati en Huron er in om per kano naar het noorden te vluchtten. De vluchtelingen bereikten uiteindelijk het eiland Mackinac, alwaar zij de winter van 1649-50 doorbrachten.
|