De Sisseton Wahpeton
Trouwen: Trouwen en iemand het hof maken, werd bij de Sisseton-Wahpeton Sioux op een vergelijkbare manier gedaan als bij andere Dakota stammen. Volgens een oude traditie moest de jongen zijn volwassen naam verdient hebben voordat hij een vrouw het hof mocht maken. Om het meisje te verleidenm aakte de jongen een muziek instu,mentje van een stuk hout of van de vleugel van een vogel, genaamd Cotanka. Om indruk op het meisje van zijn dromen te maken bespeelt hioj het instrument. Hij kan haar bezocht hebben in hun familie tent of ontmoet hebben terwijl zij water haalde. vAak is het dan zo dat hij zijn hulp aan bied bij het dragen van het water. Het daadwerkelijke aanzoek varieerd van sub-stam tot sub-stam bij de Sisseton-Wahpeton sioux. Een manier is , door de ouders geschenken te geven, om hen te laten zien dat je goed voor haar kunt zorgen. Een andere manier is om met de ouders af te spreken dat je een jaar bij hen komt wonen, zo kon de jongen laten zien hij goed hij voor het meisje kon zorgen. Het meisje moest laten zien dat ze voor het huishouden kon zorgen. Als alles naar tevredenheid van de ouders was, dan konden ze trouwen tijdens een groot gemeenschappelijk feest. De vrouwen werkten voor de bruiloft met z’n allen samen om te zorgen voor een tipi, voor het toekomstige echtpaar. De bruiloft eindigt, wanneer de bruidegom zijn bruid naar hun nieuwe verblijf escorteerd. Bij de Sisseton-Wahpeton sioux was het de gewoonte dat de man het dorp verliet wanneer zijn vrouw zwanger was van hun eerste kind. Meestal ging de man dan naar het dorp van zijn vader of jagen. De vrouw werd achtergelaten bij haar familie of bij een oudere vrouw die voor haar zrgden. Het pasgeboren kind werd in doeken gewikkeld en op een cradleboard gebonden. De kinderen kregen hun naam volgens een vast patroon en op volgorde van geboorte. Meisjes: Wanneer er meer dan vijf kinderen geboren werden, verzon men zelf een naam, daarvoor waren er geen traditionele namen. Sisseton-Wahpeton sioux kinderen werden goed verzorgt, maar niet vertroetelt. De ouders waren makkelijk wanneer het ging op de opvoeding van de kinderen. Kinderen onder de vier slipen bij hun ouders of gootouders. Nadat zij vier waren rolde de kinderen in hun eigen deken en sliepen alleen. De jongens werden getraind om te jagen, om krijger te zijn en soms om Medicijn man te worden. De meisjes werden opgeleid om een onderdak te kunnen maken en om voedsel te kunnen verzamelen. Al deze kwaliteiten werden hen aangeleerd door hubn ouders(en semi-ouders dus!) De grootouders vertelden de jongeren verhalen en zorgde ervoor dat de jongeren zich gedroegen volgens de manieren en tradities van de stam. Een ouder persoon werd met extreem veel respect behandeld. Soms verlieten de ouderen de stam om alleen te sterven om zo de stam niet tot last te zijn. Ook waneer de stam ging reizen bleven de zieken en ouderen die niet meer mee konden gewoon achter om dezelfde reden. De vader van het gezin zorgde dus voor de jacht(vlees en huiden) en veiligheid van zijn dorp en gezin, terwijl de vrouwen voor voedsel en onderdak zorgden. De mannen maakten ook hun eigen wapens voor de hjacht en voor de strijd, deze mochten niet door de vrouwen aangeraakt worden. Verder werden alle gebruiksartikelen zoals potten, pannen, kano’s etc gezamelijk gemaakt. De mannen werden in hun verblijf met veel respect behandelt. Tijdens het eten zat de man naast de vrouw, maar de vrouw zat altijd bij de ingang van het verblijf om als nodig opdrachten uit te kunnen voeren. Binnen de Sisseton-Wahpeton sioux cultuur was er sprake van polygamie er waren verschillende reden voor en een ervan is dat er van de man verwacht werd dat hij wanneer zijn broer stierf, trouwde met de weduwe en voor haar kinderen zorgde. Binnen de gezinnen was er weinig onenigheid, de vrouwen werden zeer gerespecteerd omdat zij al het werk deden met uitzondering van jagen,vissen en vechten. Ze werd goed behandelt. Onvruchtbaarheid scheen geen reden voor een echtscheiding te zijn. De vrouw was eigenaar van het huis en indien nodig kon zij haar man eruit gooien wat overigens zelden gebeurde. Aangeboren familie vormden meestal een clan, en de bloedlijn van de man werd gezien als de genetische lijn. De Sisseton substammen: De Wita waziyata otina nomaden op het noordelijk eiland
Onder de Sisseton-Wahpeton sioux, werd gezegt dat zij” alle leiderschap door erfopvolging bezzten”, maar erfopvolging was net zo belangrijk als de persoonlijke kwaliteiten. De stam raad was het belangrijkste orgaan binnen de Sisseton-Wahpeton sioux. Iedere substam had een vaste vertegenwoordiger in de raad die allen een zelde stem hadden. Ieder camp had een boodschapper die de beslissingen van de raad bekend maakte. Later, aan het einde van de 17e eeuw, is de manier waarop een hoofd werd gekozen verandert. Toen werden de persoonlijke kwaliteit voorop gesteld in plaats van erfopvolging. Deze hoofden hadden maar beperkte macht, behalve in de stammenraad waar zij het hoogste waren. Binnen de raad werd een hoofd gekozen die dat voor zijn leven zou blijven. De raad stelde ook de Akicita voor een clan aan, dit was een soort politie. Al deze Akicita samen vormden samen een groep die de Tiyotipi genoemd werden oftewel “het krijgers huis” Iedere Akicita werd geselecteerd uit de verschillende krijger society’s maar niet ieder krijger werd als Akicita gekozen. De Sisseton-Wahpeton sioux krijger werd gekozen wanneer hij een coup had gepleegd, een vijand gedood of gescalpeerd had oof een vriend gered had. Het was helemaal indrukwekkend wanneer een krijger niet met vrouwen sprak(met uitzondering van zijn zus), voordat hij dit alles gepresteerd had. Behuizing Ndat de westwaartse migratie begon, gebruikte de Sissetons de met bizon of herten bekleedde tipi met 3 palen. Het interieur van de Tipi Tonka had een platvorm om op te zitten en slapen. Het platvorm was 2,5 meter breed en lag 1 meter boven de grond.. Matten werden van kattenstaarten geweven. De tipi tonka hhad een afdak door palen ondersteund van ongeveer 3 meter diep. Dit afdak werd gebruikt om buiten te kunnen zitten en bijv. Om mais te drogen. Sommige Wahpetons gebruikte het om er onder te slapen , tijdens een hete zomernacht. Klederdracht…. Sisseton vrouw en man: Middenscheiding. Twee staarten omwikkeld met otterbont. Sisseton man: Normaal hadden de mannen een tooi met veren. Soms samengaande met een oorlogsmuts ter erkenning van eldendaden. Wahpeton man en vrouw: 2 vlechten Sisseton man: Los zittend hemd gemaakt van zacht leder met korte franjers, versierd met otterbond of scalpen. Bizonvel; Leggings, krap met lange franjes ook vaak versierd met dierenhuid of haar. Lendedoek tussen de legging. Wahpeton male: Strak hemd van leder met korte franjes met soms borduurwerk in de vorm van een bloem. Driehoekige schede voor een mes op de borst gedragen. Leggings Strak met grote enkelflappen. Twee paar veters om ze aan hun riem vast te maken. Scheenbeschermers. Sisseton-Wahpeton sioux vrouwen: lendedoek kruisend tussen de benen. Turtle top, vegelijkbaar met wat de Algonkin vrouwen droegen.
|
|---|